*

 
dossier

Archief

Geweld tussen broers en zussen zet toon voor later

Henriëtte Lakmaker − 05/01/00, 00:00

Philips de Tweede, zo gaat het verhaal, roosterde een levend aapje. Dus is het niet vreemd dat hij, gedragsgestoord als hij was, rebellerende onderdanen in een verre streek liet vierendelen. Anno 1999 leggen onderzoekers een zelfde verband tussen agressie tegen dieren en mensen.

In een boek over mishandeling door kinderen 'De doos van Pandora?' onder redactie van de Belgische ontwikkelingspsychologe Ingrid Ponjaert-Kristoffersen beschrijven zij variaties op het thema geweld en kinderen: geweld door kinderen, op jonge leeftijd of ouder, jegens hun broers en zussen, hun klasgenoten, hun ouders en hun huisdieren. De verdienste van dit boek, dat helaas stijf staat van de wetenschappelijke terminologie, is dat er een verband wordt gelegd tussen ruzies thuis en vechtpartijtjes op het schoolplein. Het oogt allemaal onschuldig, maar er zijn kinderen die geweld als norm van huis meekrijgen en niet worden gecorrigeerd. Een extreem voorbeeld is de recente schietpartij in Veghel, toen een scholier de eer van zijn familie probeerde te redden. Ruzies tussen broers en zussen trekken minder aandacht maar zijn volgens de auteur minstens zo verontrustend. Ze strijden voortdurend om de aandacht van de ouders en ze moeten vele compromissen sluiten: wie mag waar zitten aan tafel, in de auto, welk televisieprogramma gaan we zien. Bijna iedereen met een broer of zus heeft wel een verhaal hoe een ruzie thuis een keer uit de hand liep (tand door de lip, arm uit de kom). Natuurlijk staan de psychologen en therapeuten in dit boek vooral stil bij de serieuze vormen van geweld, en wat daar aan te doen valt. Pas als die arm wel erg vaak uit de kom is gerukt of de scheldpartijen dagelijks voorkomen, is er iets echt mis.

Sommige 'siblings', de verzamelnaam voor broers en zussen, zijn bovendien vaker slachtoffer dan anderen, aldus de auteur van dit hoofdstuk. Als je de jongste bent, meisje of gehandicapt (of alledrie) zit je gauw in het verdomhoekje. Komt daar nog eens verwaarlozing door de ouders bij, dan zijn alle factoren voor een rotjeugd aanwezig. Gevolg, aldus de onderzoekers: zulke kinderen zullen hun eigen kinderen op zijn best een slecht voorbeeld geven als het gaat om warmte en hechting. Was er vroeger sprake van veel geweld tussen de 'siblings', dan lopen hun kinderen kans zelf regelmatig gemept te worden.

Ouders bedekken agressie tussen broers en zussen onderling vaak met de mantel der liefde. Daarom is het erg moeilijk om er iets aan te doen, aldus de auteurs. Net zoals weinig moeders de maatschappelijk werkster zullen inschakelen als de hond voor de zoveelste keer een blikje aan de staart is gebonden. Toch zijn dit tekenen aan de wand, beweert Ponjaert-Kristoffersen. Na een hiërarchie te hebben aangebracht in ,,niveaus van geweld'', van nukkigheid en gevoel voor dramatiek ('lelijke teef, jij bent mijn moeder niet') tot serieuze terreur, beschrijft ze wat daar aan te verhelpen valt. Voordat de professionele hulpverlening wordt ingeschakeld kunnen ouders nog veel doen. Bij conflicten tussen ouders en kind kan een tante of oom bemiddelen, of ouders kunnen staken: ophouden met die vanzelfsprekende vorm van dienstverlening waar ze stank voor dank voor krijgen. Merkwaardig genoeg noemt de psychologe geen remedie tegen de akelige vormen van broer-en-zus-ruzies. Kennelijk wil ze haar vingers niet branden aan dit onbekende terrein.

mailIcon print |