*

 
dossier

Archief

Nederlands eigenbelang moet Antillen helpen

Bart Top − 13/01/00, 00:00

Nederland moet uit puur eigenbelang veel meer investeren in de Antillen dan nu gebeurt. Jongeren moeten goed onderwijs krijgen en vreemde talen leren, zodat ze betere kansen hebben op werk - op de Antillen of erbuiten. Anders verslechtert de situatie er nog verder.

De Nederlandse regering heeft overeenstemming bereikt over een toelatingsregeling van Antilliaanse jongeren. Op het eerste gezicht lijkt deze overeenkomst gunstig voor alle partijen. Maar is dat ook echt zo?

De Antilliaanse regering heeft bereikt dat een algemene toelatingsregeling van de baan is en dat Nederland extra investeert in het Antilliaanse onderwijs, terwijl Nederland tevreden mag zijn dat de komst van slecht opgeleide Antilliaanse jongeren wordt afgeremd. Het is de vraag of de afspraak met de Antillen veel oplevert. Wellicht op korte termijn, al twijfelt de Nederlandse regering daar kennelijk aan, want ze houdt de mogelijkheid van verdergaande maatregelen open. Maar ook als de afspraken wel effectief zijn, worden de problemen op de lange termijn misschien nog wel groter.

Wat er aan Nederlandse kant wringt, is duidelijk. De komst van steeds meer slecht opgeleide, Papiaments sprekende jongeren uit Curaçao naar Nederland veroorzaakt hier in sommige steden ernstige veiligheids- en integratieproblemen. Ook al is het voorlopig een probleem met enkele honderden jongeren, toch zijn de maatschappelijke gevolgen zo groot dat volgens veel politieke partijen in Nederland maatregelen niet konden uitblijven. De rem op de komst van Antilliaanse jongeren wordt daarom in Nederland met applaus ontvangen.

Anders ligt dat op de Antillen, en dan met name op Curaçao. Ook al vertrokken lang niet alle 'probleemjongeren' naar Nederland, het betekende wel dat maatschappelijke drop-outs nog een perspectief hadden, hoe vertekend dan ook. Een belemmering van hun vertrek zal zeker tot grotere maatschappelijke problemen op Curaçao leiden.

En die zijn al niet gering. Op dit moment zijn er op een bevolking van zo'n 150000 mensen ruim duizend echte drop-outs onder jongeren. Volgens het Antilliaanse Centraal Bureau voor de Statistiek bedraagt de werkloosheid onder jongeren op Curaçao 35 procent.

Nog wat recente cijfers: 2500 jongeren onder 24 hebben geen baan. Ruim een kwart van de eilandbevolking in de leeftijd van dertien, veertien en vijftien jaar heeft de basisschool niet voltooid. En het percentage functioneel analfabeten ligt boven de twintig, zo blijkt uit het in oktober vorig jaar bij de Amsterdamse uitgeverij Thela Thesis verschenen rapport Pobresa ban atak'e (we gaan de armoede aanpakken). Kortom, het onderwijs op Curacao staat inmiddels, mede door een gebrek aan leerkrachten, ver af van de laagste Nederlandse standaards. Volgens het bereikte akkoord moet de Antilliaanse regering deze problemen gaan aanpakken. Een volstrekte illusie, gezien de traagheid waarmee de sanering van de vrijwel failliete eiland-economie wordt aangepakt.

Want de werkelijke problematiek van het eiland is nog veel groter. Het lijdt aan een combinatie van een zwakke economie en een structurele maatschappelijke scheefgroei. Voor zover er dankzij het toerisme banen bijkomen, heeft dat nauwelijks effect op de schrijnende werkloosheid. Toeristische bedrijven als Van der Valk importeren liever Nederlandse jongeren of Columbianen dan dat ze de plaatselijke bevolking aannemen. Onverwerkte trauma's uit de slaventijd maken veel Creolen op Curaçao ook niet happig op baantjes in de dienstverlening.

De groei van de bevolking, de uitsluitingsmechanismen op de arbeidsmarkt en de komende inkrimping van het overheidsapparaat, maken volgens mij de kans op een waardig bestaan op Curaçao voor een deel van de bevolking zeer klein. Economisch gezien is Curaçao immers veel voller dan Nederland. Moreel gezien kan Nederland de ogen daarvoor niet blijven sluiten en praktisch gezien kan het de verantwoordelijkheid ervoor niet ontlopen, nu zo'n groot deel van de Antilliaanse bevolking al in Nederland verblijft.

De afspraken over jongeren die nu gemaakt zijn, gaan daarom lang niet ver genoeg. Nederland zal uit puur eigenbelang veel meer moeten investeren in met name het onderwijs en de sociale voorzieningen op de Antillen. En, gegeven dat de economieën te eenzijdig georiënteerd zijn, moet er een emigratiebeleid op poten gezet worden, met name voor Curaçao. Primair onderdeel van dat beleid is een programma van scholing en opleiding in het Engels, Spaans en Nederlands, zodat jongeren zich kansrijk kunnen vestigen in een van de Koninkrijksdelen, de Verenigde Staten of Zuid-Amerika.

Een dergelijke aanpak zou als groot voordeel voor Nederland hebben, dat het zich verzekerd weet van een aanbod van goedgeschoolde migranten die een redelijke kennis van de Nederlandse cultuur hebben en niet schrikken van Sinterklaas. Het zou bovendien met name voor Curaçao kunnen betekenen dat het eiland een evenwichtiger bevolkingsopbouw krijgt en de extreme ongelijkheid en criminaliteit beter kan bestrijden.

mailIcon print |