*

 
dossier

Archief

Liever lesbische moeder dan heterovader

redactie binnenland − 11/02/00, 00:00

De vier klinieken in Nederland die vinden dat lesbische paren niet in aanmerking komen voor reageerbuisbevruchting (ivf), maken zich schuldig aan discriminatie, zo stelde gisteren de Commissie Gelijke Behandeling.

En aan ondeugdelijke argumentatie bovendien, door te beweren dat kinderen per se een moeder én een vader nodig hebben. Zo meent het Academisch Ziekenhuis Nijmegen dat opgroeien met twee lesbische moeders in strijd is met het belang van het kind. Nonsens, zegt psychologe A. Brewaeys van de Leidse polikliniek psychosomatische gynaecologie en seksuologie. Zij onderzocht voor haar proefschrift het wel en wee van 45 kinderen tussen de 4 en 8 jaar, die opgevoed worden door lesbische paren. Deze 30 stellen hebben allen gebruik gemaakt van een anonieme spermadonor, waarbij één vrouw de biologische moeder is en haar partner de 'sociale moeder', oftewel de mede-opvoedster. En wat vond de onderzoekster: geen enkel krasje op de kinderzieltjes in deze gezinnen. Integendeel.

Brewaeys keek ter vergelijking ook naar gezinnen waarin heteroseksuele paren kinderen hebben gekregen via kunstmatige inseminatie, en naar heteroseksuele paren met kinderen die langs de natuurlijke weg zijn geboren. Brewaeys: ,,De duur en de kwaliteit van de partnerrelaties verschilden niet in die drie groepen. De relaties tussen hen en de kinderen waren ook overal even goed. De kinderen in de lesbische relaties hadden niet meer gedrags- of emotionele problemen; zij hadden evenmin meer moeite met hun rol als jongen of meisje.'' Op één punt scoorden de lesbische ouders zelfs beter in dit onderzoek: de 'sociale' moeder in het lesbische gezin bleek een gemiddeld hechtere band met haar kinderen te hebben dan de vader in de twee andere onderzochte gezinsvormen. ,,De lesbische mede-moeder blijkt beter in het zorgen en het spelen met het kind, maar ook in de klassieke 'mannelijke' taken als het aanleren van discipline en het bieden van structuur.''

Wat maakt iemand dus tot een goede opvoeder? Dat is nog altijd eerder sekse (v) dan seksuele geaardheid. En dat, zegt de onderzoekster, is niet alleen uit háár studie gebleken. ,,Maar uit nog wel dertig andere.''

mailIcon print |