Boven het Langbroekerwetering-gebied pakken zich donkere wolken samen.
Ook tijdens een herfstbui is het landschap, met een unieke afwisseling van boerderijen, landhuizen en kastelen, het aanzien waard. Rijdend over de Langbroekerdijk wijst Jacques Damen op een kolossale golfplaten loods naast een boerderij. ,,Die is hier anderhalf jaar geleden neergezet. Volstrekt onbegrijpelijk. Dat noem ik nou verpaupering, vervuiling van het landelijk gebied.'' Even verderop staat op het landgoed Lunenburg van de familie Fentener van Vlissingen een monumentaal koetshuis te verkrotten. Ideaal om er na restauratie een kantoor van te maken, maar dat mag niet van het ministerie van Vrom. Damen, met gevoel voor pathos: ,,Als het koetshuis instort, zet ik er een bord bij 'Dankzij Pronk hebben we nu dit honk' ''.
Als directeur van Groenland Beheer houdt Damen zich bezig met het ontwikkelen en beheren van bestaande en nieuwe landgoederen. Dat blijkt een gat in de markt, nu veel agrarische bedrijven worden opgedoekt en vermogende particulieren op zoek zijn naar ,,een mooie plek om te wonen'' die ook nog eens een lucratieve belegging kan zijn. Provincies en gemeenten staan welwillend tegenover dergelijke 'groene' initiatieven, is Damens ervaring na ruim vijftig projecten. Bosschages, paddenpoelen en vrij toegankelijke wandelpaden in plaats van een ratjetoe van betonnen schuren met asbest daken boven stinkende gierkelders: daar kun je mee aankomen. Damen: ,,Of willen we de 40000 agrarische bedrijfsgebouwen die de komende jaren vrijkomen, gaan gebruiken voor de opslag van caravans en bouwmaterialen en als autospuiterij?''
Landgoederen zijn voor de overheid belangrijk om het natuur- en milieubeleid gestalte te geven. Volgens Pieter van Vollenhoven, voorzitter van het nationaal Groenfonds en het Nationaal restauratiefonds, kunnen landgoederen zeker een rol spelen in de totstandkoming van de Ecologische hoofdstructuur. Voor dit groene netwerk is de komende twintig jaar 200000 hectare nieuwe natuur nodig. Van Vollenhoven heeft voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen ,,nog enige huivering voor commercialisering''. Ten onrechte, vindt Damen, want de vermogende particulier draagt ook bij aan de kwaliteit van het landelijk gebied. ,,Er wordt met argusogen gekeken naar de 'nieuwe rijken', maar die heb je wel nodig om maatschappelijke doelen te bereiken. Het kost grondeigenaren het nodige geld om bijvoorbeeld een oude boomgaard terug te brengen of een wandelpad aan te leggen waar de dorpsbewoners ook gebruik van kunnen maken. Dat geeft zo'n landgoed maatschappelijke meerwaarde.''
Daar mag van de kant van overheid wel wat meer ,,moed, lef en creativiteit'' tegenover staan, vindt Damen. Dat betekent in de praktijk meewerken aan het herbestemmen van gebouwen, zoals het vervallen koetshuis van Lunenburg. En niet strikt de hand houden aan de regel dat huizen in het landelijk gebied een inhoud van niet meer dan zeshonderd kubieke meter mogen hebben. Dan is het niet meer interessant, want opdrachtgevers willen minstens het dubbele. ,,Met zeshonderd kuub komt het voor de boer financieel niet uit en moddert-ie letterlijk en figuurlijk maar door.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.