Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog joodse onderduikers in huis namen, moeten een deel krijgen van de joodse oorlogstegoeden. Dat vindt M. Paktor, voorzitter van de Collectieve Israel Actie.
Hij zei dat op een voorlichtingsdag in Tel-Aviv voor Nederlandse emigranten over de binnenkort vrijkomend gelden.
Als de onderduikverleners niet meer in leven zijn, dan moeten hun nabestaanden het geld krijgen. Paktor, ook penningmeester van het Joods maatschappelijk werk, noemt de gift een eerbetoon aan die mensen zonder wie veel joodse Nederlanders niet meer in leven zouden zijn.
Hoe groot het bedrag wordt voor overlevenden van de Holocaust, is nog onbekend. Paktor schat het op 1 à 2 miljard. Maar tot nu toe zijn alleen de verzekeraars in november over de brug gekomen met 50 miljoen voor onopgeëiste polissen van in de oorlog vermoorde joden. Het Centraal Joods Overleg, dat onderhandelt namens de joodse overlevenden, praat nog met de banken. En op 27 januari presenteert de commissie-Van Kemenade een rapport. De regeringscommissie studeert op de vraag hoeveel de overheid verschuldigd is aan de joodse overlevenden van de vernietigingskampen. De overheid schoot na de oorlog ernstig tekort in het rechtsherstel van deze groep.
Bestuurslid R. Naftaniel van het Centraal Joods Overleg noemt de schatting van Paktor prematuur. Het CJO heeft nog allerlei claims lopen. Het idee van Paktor om een deel van het joods oorlogstegoed weg te geven aan onderduikverleners, vindt Nafthaniël een 'originele gedachte.' Maar hij houdt het erbij dat het geld in eerste instantie gewoon naar de overlevenden zelf moet gaan. Die kunnen dan zelf uitmaken of ze een deel willen doorgeven aan hun onderduikadres.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.