*

 
dossier

Archief

Betoverd door Zweinstein

Alfra Botman − 04/02/00, 00:00

Het zal boekhandelaren niet verbazen als vandaag voor openingstijd al zeer jonge klanten voor de deur staan. Ze komen voor het langverwachte 'Harry Potter en de Gevangene van Azkaban', deel drie van de immens populaire kinderboekenserie van de Britse J.K. Rowling.

Voor kinderen is het succes van Harry Potter vanzelfsprekend. Het is 'cool' gaaf en leuk. Het is spannend, grappig ('die oude uil die in de melk valt!') en griezelig. "Je wilt weten hoe het afloopt, dus je moet wel doorlezen."

Maar volwassenen willen graag een diepgaander verklaring van het fenomeen. Want het succes van Harry Potter is wereldwijd – meer dan 30 miljoen verkochte exemplaren, in 28 talen vertaald, fanclubs, volgend jaar een Harry Potterfilm van de hand van Steven Spielberg, boze ouders, meesmuilende literaire ciitici, kortom, Harry Potter is het meest opwindende kinderboek sinds tijden geworden. In 1997 verscheen deel een, Harry Potter en De Steen der Wijzen, en na een langzame start sloeg het in Engeland en Amerika in als een bom. In 1998 verscheen de Nederlandse vertaling. Na het verschijnen van het tweede deel, 'Harry Potter en De Geheime Kamer' vorig jaar zomer, viel ook Nederland definitief voor de tovenaarsleerling.

Is Harry Potter een zorgvuldig geregisseerde hype, een door de strot gewurgd succes? Nee. Harry Potter heeft zich uit het onbekende naar boven moeten vechten. Deel een was een weinig aantrekkelijk dik boek zonder plaatjes, waar kinderboekliefhebbers wel meteen voor vielen (al wezen acht uitgevers het manuscript aanvankelijk af, maar goed) en wat op menige boekenplank onaangeroerd bleef liggen. Kinderen zijn gewend aan dunnere boeken, ruim geïllustreerd, met een harde kaft. Wie wil concurreren met de tv en de computer, moet goed beslagen ten ijs komen. Maar het boek triomfeerde; de fantastische inhoud sprak zichzelf rond en wie eenmaal begon met lezen, kon vervolgens niet meer ophouden. Uit moest het, uit zou het. Voorlezende volwassenen maanden hun kinderen te gaan slapen en haalden vervolgens stiekem het boek uit de kamer van hun slapende kind, om alleen verder te lezen. Een (Amerikaanse) vader ging zelfs zo ver dat hij een Harry Potter onderin zijn werkkoffer meenam, omdat hij niet wilde dat zijn gezin zonder hem verder zou lezen. Hij deed dat wel. Op de Engelstalige markt verscheen zelfs een editie speciaal voor volwassenen, die er niet meteen uitzag als een kinderboek, zodat men ongegeneerd in het openbaar kon lezen.

Er zijn wereldwijd fanclubs, ook op internet. Kinderen hebben geheime clubs en op schoolpleinen zijn de avonturen van magische Harry een vast onderwerp. Betoverend ook is het verhaal over de schrijfster, J.K. Rowling, nu 34 jaar. Een straatarme bijstandmoeder die met de moed der wanhoop aan een kinderboek begon. Het schrijven deed ze in een café om haar baby, slapend in de buggy, en zich zelf warm te houden. Na een leurtocht langs uitgevers zwichtte uiteindelijk de Londense uitgeverij Bloomsbury. (In werkelijkheid was het zo, zegt ze in een interview in de Washington Post: Ze heeft talen gestudeerd met als hoofdvak Frans, stond een tijdje voor de klas, trouwde in 1990 met een Portugese journalist. Het huwelijk strandde na een paar jaar en zij ging terug naar Engeland, zonder baan, zonder inkomen, met kind. Als kind en als studente had ze veel geschreven, verhalen en romans die ze nooit afmaakte. Tijdens een treinvertraging had ze inspiratie gekregen. Starend in het raam zag ze in haar verbeelding een tenger ventje van een jaar of 10 met een brilletje. Tegen de tijd dat de trein op haar eindbestemming stopte, had ze het hele verhaal bij elkaar. Ze hoefde dat alleen nog maar op te schrijven.)

Joanne Rowling is inmiddels een veelvoudig miljonaire, ongehoord populair onder kinderen en zoals het betaamt toch gewoon gebleven. Haar succes is weliswaar sprookjesachtig, maar de boze petemoeis laten zich niet onbetuigd. De Amerikaanse Christian Society heeft zijn zorg uitgesproken over de thema's van de boeken, immers vol occultisme en slechteriken. 'Mijn boeken staan inderdaad vol zwarte kunst, maar ik heb nog nooit een lezer ontmoet die mij vroeg: zeg vertel me eens wat meer over de Satan', zegt Rowling droogjes. In Engeland was ze vorige week onderwerp van een literaire rel. De Whitbreadprijs, een literaire prijs van 70.000 gulden, viel op één punt na op Harry Potter. De prijs ging op het nippertje naar Seamus Heaney en zijn veelgeprezen bewerking van Beowulf, maar de hoge klassering van Harry Potter schoot een aantal literaire critici in het verkeerde keelgat. Het is een kinderboek, zeiden ze afgemeten, zonder enige literaire zeggingskracht. Een zeer verbeten Philip Hensher schreef in de Independent. "Neem David Cairns's onvergetelijk eerlijke biografie van Berlioz. Lees Heaney's Beowulf. En dan zeggen dat Harry Potter en de Gevangene van Azkaban de prijs verdient alleen om dat Jantje en Chloë het boek in een ruk uitlazen? Alsjeblieft, doe me een lol, word volwassen."

Inderdaad, Harry Potter heeft geen diepgang en hanteert klassieke kinderboekthema's. Er zitten elementen in die ook voorkomen in de boeken van Roald Dahl, In de Ban van de Ring, de Tovenaar van Oz en Alice in Wonderland. Het gaat over wees-zijn, gemene stiefouders en het bezitten van toverkracht om het kwaad aan te kunnen. Het gaat over belachelijke volwassenen, echte vriendschap en gemene jongetjes. Sterker nog: het zijn gewoon thrillers.

Er is aan de ene kant het absolute kwaad, de duistere machten in de vorm van tovenaar Voldemort. En aan de andere kant staat de onbevangen onschuld, Harry Potter. Zijn ouders zijn vermoord door Voldemort toen Harry nog in de wieg lag, Harry overleefde doordat zijn moeder hem met haar leven beschermde, en daar kan geen zwarte magie tegenop. Voldemorts krachten werden vernietigd. Een heel klein beetje ervan ging over op Harry. Geheel onwetend van dit alles groeit Harry op bij de familie Duffeling, het weerzinwekkende gezin van de zus van zijn moeder. Als Harry de middelbare schoolleeftijd krijgt komt er verlossing in de vorm van een uitnodiging voor de (kost)school Zweinstein, 'De Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus'. In dat tovenaarskasteel beginnen zijn avonturen. Voldemort spookt er rond, geholpen door allerlei boze krachten. Naarmate het verhaal vordert wordt het gevaar dat Harry bedreigt groter. Aangezien de lezer een innige band krijgt met Harry en zijn maatjes en een geweldige afkeer van hun tegenstanders, is de ban waarin de lezer dan zit gevangen onverbrekelijk.

Joanne Rowling heeft, naar verluidt, zojuist de laatste hand gelegd aan deel vier. De titel is nog niet bekend, maar het gerucht gaat dat er een dode in valt. De vaste lezers houden het hart vast. Harry Potter kan het niet zijn, want de schrijfster wil in totaal zeven delen maken, een voor ieder schooljaar van Harry op Zweinstein.

Het verschijnen van de nieuwe Harry Potter loopt in Nederland een halfjaar achter op het origineel. "Kunt u opschieten met het derde deel, anders ben ik te oud", schreef een meisje van 15 een paar maanden geleden. "We kiezen voor een goede, zorgvuldige vertaling", zegt de uitgeefster. "Wiebe Buddingh, inderdaad, zoon van, kreeg het niet voor elkaar om het zo snel te doen, dat we het in december in de winkel konden hebben. Toen hebben we gezegd; laten we het dan maar rustig aan doen en wachten tot februari."

De Nederlandse uitgave wijkt in uiterlijk af van het oorspronkelijke boek. Het is een paperback, waarmee de prijs rond de dertig gulden wordt gehouden. Op de kaft staat een illustratie met occulte figuren uit het verhaal, maar geen Harry. "We wilden de eigen voorstelling die de kinderen van Harry maken niet verstoren," zegt de uitgeefster. Door het afwijkende uiterlijk viel het boek niet meteen op in de kinderboekwinkels. "Eerlijk gezegd greep ik het ook niet meteen van de stapel toen ik het binnenkreeg," zegt Rietje Nivaar van de Kinderboekwinkel in Amsterdam. "We zijn gewend aan boeken met harde kaften, daar houden kinderen ook van."

Marieke Woortman van de Kinderboekwinkel in Utrecht: "Ik wist wel meteen dat het een heel bijzonder boek was, maar ik kreeg het met moeite verkocht. 'Nou, toch maar niet', zeiden de klanten als ze het zagen."

Inmiddels is dat veranderd. De kinderboekwinkels weten wat een rage is, na de verkoopsuccessen van Roald Dahl en de griezelboeken van Paul van Loon. Maar Harry Potter is een klasse apart, merken ze. Van de eerste twee delen zijn 60.000 exemplaren verkocht, in een jaar tijd. Het was niet het bestverkochte kinderboek van vorig jaar (dat was 'Kappen', van Carrie Slee), maar dit jaar wordt dat wel verwacht. De kinderboekverkopers bevelen het boek aan voor kinderen van 9 jaar en ouder. Voor jongere kinderen is het hoogstens als voorleesboek geschikt.

Komt er voor Potter een ander publiek dan gewoonlijk in de winkels? Nivaar: "We krijgen reacties in de trant van; 'Eigenlijk hou ik niet van lezen, maar nu wel'. Of. 'Ik heb eigenlijk een taalachterstand, maar daar heb ik met Harry Potter niet zo'n last van. Ik had het zo uit'. Maar er zijn ook kinderen die er niets van moeten hebben. Als je praat over vliegende bezems, kijken ze je aan van: jaja, het zal wel."

mailIcon print |