*

 
dossier

Archief

Handhaven

Cornelis Verhoeven − 27/01/00, 00:00

We hoeven bij wijze van spreken het woord 'handhaven' maar te horen of voor ons zelf heen te fluisteren om allerlei fiere gedachten of citaten daarvan in ons te voelen opkomen: we zien de vaderlandse leeuw al klauwen en een heel leger pal staan en zich kranig weren. Die gevoelens, nog eens extra beklemtoond in de wapenspreuk je maintiendrai, doen in onze tijd al een beetje ouderwets aan, maar daar komt bij nader toezien nog bij, dat 'handhaven' te maken moet hebben met het oude zelfstandig naamwoord 'handhave' waarvan de vrij eenvoudige en meer ambachtelijke dan heroïsche betekenis 'handvat' of 'heft' is. Het moet dus allemaal gaan om iets als: met de hand vatten en vasthouden, in het Latijn manu tenere en in het Frans maintenir.

Die hand is intussen los gemaakt van het concrete ambachtelijke karweitje en geheroïseerd tot een macht; aan dat houden is de veel ruimere betekenis toegekend van: door persoonlijke inspanning in stand houden van wat dan ook. Het is een en al parmantigheid op het terrein waarvan 'handhaven' zich meester heeft gemaakt. Het woord vraagt er bijna om tot leuze te worden, op een wapenspreuk te komen en het blazoen van een trots geslacht te sieren dat niet met zich laat spotten.

Dat is dan ook gebeurd.

In oudere teksten staat 'handhaven' als overgankelijk werkwoord nog wel eens voor een betekenis 'de hand aan iemand slaan' of 'op iets leggen' in een vijandige zin van 'handtastelijk bejegenen'. Nu denken wij daarbij gewoonlijk aan zaken als orde, veiligheid of regels, die uit zich zelf, zonder dat een machtige instantie het heft in handen neemt, verwaarloosd dreigen te worden en in het ongerede te raken. Die dreigende chaos wordt dan voorgesteld als een vijandige macht of een heel leger van negatieve krachten die dapper bestreden moeten worden. Wat er precies te handhaven valt is niet altijd even duidelijk, of het nu de orde is dan wel iets anders. De wapenspreuk 'ik zal handhaven' vermeldt het niet en legt het accent meer op de houding, opgericht en klauwend, dan op de inhoud of het voorwerp.

Dat moet overigens wel iets zijn dat al bestaat, dat er in de visie van de handhaver ook moet blijven en dat dank zij hem de eeuwen zal trotseren. Heeft die dan zo de handen vol aan de flinkheid van het handhaven zelf als weerbare houding, dat hij maar wat in de lucht staat te klauwen en geen aandacht meer kan besteden aan datgene wat hij zo dapper wil handhaven?

Als het object op die manier vrijwel helemaal achter de horizon verdwijnt en zijn eigen, innerlijke belang verliest, is er kennelijk alleen nog het subject, dat zichzelf moet handhaven, waartegen dan ook. Wie dat niet kan, zal vroeg of laat het onderspit delven.

Het is wel vreemd dat iemand zich zelf met een handvat zou moeten benaderen en zichzelf ter hand nemen met dezelfde hand die bij dat 'zelf' hoort, alsof dat iets heel anders was, maar de merkwaardige combinatie 'zich handhaven' is toch heel gebruikelijk en klinkt ons acceptabel en serieus in de oren. Het is in een woelige wereld blijkbaar niet voldoende te bestaan, je moet ook stand houden door een kracht van binnen uit die gericht is tegen krachten van buiten af, in het bestaan waarvan we eerst moeten geloven of die we moeten verzinnen om ze tegen ons zelf in het geweer gebracht te zien. Wat is er aan de hand als we zeggen dat iemand zich in een functie niet langer kan handhaven, of dat hij door zijn superieuren niet meer te handhaven is? Verliest hij de greep op zich zelf of verliezen zij de greep op hem?

Als je even over een woord nadenkt, wordt niet alleen dat woord, maar ook de hele wereld steeds vreemder.

mailIcon print |