Als ik bisschop was en ze vroegen me iets te zeggen over condoomgebruik en aids, dan zou ik mij eerst afvragen waar ik het recht en de capaciteit vandaan haal om over het handelen van medemensen te oordelen. Zeker zolang ik vanuit een geordend en geborgen bestaan mijlenver af sta van de mensen die wel een hard bestaan beleven. Laat me maar heel lang luisteren.
Ik zou me vanwege m'n benoeming niet wijzer wanen dan zij om voor hen uit te maken wat ze moeten doen en laten. Als bisschop, geroepen mensen te helpen voor elkaar goed te zijn, zou ik me spiegelen aan ds. Hans Visser, die op de Pauluskerk laat lezen: Overwin het kwade door het goede. En weten dat het goede vaak niet meer is dan het mindere kwaad. Zorg dragen bijvoorbeeld dat heroïnehoertjes hun geld van kerels kunnen krijgen zonder gevaar voor besmetting en het kunnen uitgeven aan desnoods onwettig gecontroleerde drugs.
Ik zou me ook goed realiseren dat de paus, die me dan zou hebben benoemd, uitgesproken oordelen heeft over goed en kwaad waar het de seksualiteit betreft. Ik zou in ieder geval mijn groot onbegrip uiten voor de wijze waarop in de katholieke kerk een natuurwet als eeuwige wet Gods geldt. Juist daardoor wordt het vrijen van mensen altijd gezien als een handeling die objectief geordend moet zijn op mogelijke voortplanting. Zelfs met een onvruchtbare vrouw mag een aidspatiënt nog geen comdoom gebruiken. Het opgeven van zo'n verbod, zegt de kardinaal, zou een premie stellen op promiscuïteit, in normaal Nederlands: er maar op los vrijen.
Iedereen weet dat bij de mens natuur tot cultuur wordt. Mensen gebruiken de natuur voortdurend op een wijze die tegen de natuur lijkt in te gaan. Vruchten zijn bijvoorbeeld gericht op voortplanting; wat moeten we dan met pitloze mandarijnen? En past het verplichte celibaat bij diezelfde 'goddelijke' natuurwetten? Zouden in de geschiedenis ooit mensen, bewust trouw aan een natuurwet, aan het vrijen geraakt zijn allereerst om een kind te krijgen? Is wederkerige genegenheid niet het allereerste? Natuurlijk waren er zeker tot voor kort ook hier de verstandshuwelijken vol berekening. Maar daarvan zou een christelijke ethiek zich moeten distantiëren.
En als je vasthoudt aan onveranderlijke natuurwetten, wat doen we dan met misschien de sterkste natuurwet, het recht van de sterkste? Dat alleen de sterken overleven, is goed geordend gericht op het gezond overleven van de soort. Waarom komen mensen dan op voor zwakken en gehandicapten, voor weduwen en wezen? Het nazisme schijnt de joden ook daarom te hebben willen verdelgen. De joodse cultuur en ethiek benadrukken het mededogen met de zwakken als voorwaarde voor menselijk geluk. Gaat dat niet tegen de goddelijke natuurwet in? Hoe lang zal de rooms-katholieke kerk, inclusief haar moraal-theologen, zich nog op natuurwetten met goddelijk gezag beroepen?
Tenslotte zou ik, wat mijn collega's ook besluiten, mij beijveren om bisschopplijke oordelen te relativeren waar het maar kan. Dat vraagt dan nog heel wat inspanning voor kerkmensen die autoriteitsgevoelig blijven en zelfs voor de media, die voortdurend bisschoppen een podium geven, dat ze met een beetje nederigheid en luisterbereidheid dienen af te wijzen. Zeker zolang ze niet, zoals een Hans Visser zonder paars, of een bisschop Muskens toevallig met paars, aan concreet levende en lijdende mensen geen echte boodschap hebben te brengen.
Er roept een bisschop iets en meteen krijgt het alle aandacht van de media. In tegenstelling tot de aandacht voor gekozen bestuurders van reformatorische kerken, zonder status en opvallende kleding. Misschien zou ik voor nog wat hervorming moeten bidden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.