*

 
dossier

Archief

Tien jaar is zo'n beetje de termijn

van onze verslaggeefster − 09/12/00, 00:00

Burgemeester van Amsterdam zijn, dat duurt zo ongeveer tien jaar. Dat valt af te leiden uit de lijst naoorlogse burgemeesters die de hoofdstad dienden, al zijn Polak en Patijn, die er allebei zes jaar zaten, uitzonderingen op de regel. Begin volgend jaar gaat Schelto Patijn weg en volgt Job Cohen, nu nog staatssecretaris van justitie, hem op. Hij treedt in de voetsporen van vijf mannen die na hun burgemeesterschap vooral aardig en menselijk worden gevonden.

,,Onder iedere burgemeester wordt wel iets uitgebreid of geopend'', schreef Het Parool over Amsterdams eerste naoorlogse burgemeester, Arnold Jan d'Ailly. ,,Maar hij was een van de populairste burgemeesters van de stad en vermoedelijk de aardigste. d' Ailly zat keurig de tien burgemeestersjaren uit (1946-1957).

Zijn opvolger Van Hall (1957-1967) kreeg te maken met opstandige jongeren. En boze bouwvakkers omdat De Telegraaf had geschreven dat de ene demonstrerende bouwvakker de andere had doodgeschopt. En provo's die zich roerden vanwegen de verloving van prinses Beatrix met Claus. Van Hall hield de eer aan zichzelf en stapte in 1967 op.

Zijn opvolger, dr. I. Samkalden, hield het ook tien jaar vol. Hij was minister van justitie toen alle wethouders hem kozen. Na het drama-Van Hall hadden zij weinig behoefte aan inmenging uit Den Haag. De rustige bestuurder Samkalden overleefde het huwelijk van Beatrix en Claus en de bezetting van het Maagdenhuis, maar ook de opkomst van de Kabouterpartij en die van de drugscriminaliteit. De Nieuwmarktrellen verstoorden zijn laatste burgemeestersjaar.

Onder Wim Polak, die vorig jaar overleed, deden vervolgens halve oorlogen hun intrede in de hoofdstad. De woningnood was hoog en de krakers bezetten leegstaande gebouwen. Bij de ontruiming van een pand in de Vondelstraat werd het leger ingezet, bij de inhuldiging van koningin Beatrix werd er massaal met straatstenen naar de politie gegooid. Polak greep aarzelend in. Achteraf wordt gedacht dat juist door zijn optreden er toen geen doden zijn gevallen.

Onder het bewind van drs. Ed. van Thijn, vanaf 1983, lieten de krakers van zich horen. Maar in de loop er tijd bloedde die beweging dood. In 1984 overleed kraker Hans Kok in een politiecel. Maar Van Thijn wist rellen, zoals die bij de Nieuwezijds Voorburgwal in dat jaar, krachtig te onderdrukken en ging vervolgens de wijken in om zich al wandelend door de krakers te laten bespugen en verjagen. Van Thijn werd rechtschapen genoemd, en welbewogen, vanwege zijn inzet voor de mensenrechten en zijn betrokkenheid bij het net onder het apartheidsjuk bevrijde Zuid-Afrika.

Na Van Thijn trad Schelto Patijn aan. Die bracht Amsterdam weer op het rechte pad. Als fatsoensburgemeester maakte hij een eind aan het eindeloos gedogen van junks, coffeeshops en fietsen door rood licht.

Als Patijn vorig jaar niet ziek was geworden, was het fatsoensregime misschien nog wel langer doorgegaan. Maar hij werd ziek en de doorlopende angst dat zijn ziekte weer terugkeert heeft hem doen besluiten met vervroegd pensioen te gaan.

mailIcon print |