Artsen en verpleegkundigen in Vlaanderen helpen jaarlijks minstens 20000 patiënten aan een zachte dood. Het gaat om een breed gamma aan medische handelingen, ook het staken van medische behandeling, iets wat in Nederland geen euthanasie heet.
Vaak wordt de pijnbestrijding zodanig opgevoerd dat de patiënt overlijdt. Directere vormen van euthanasie door toediening van een dodelijk middel komt per jaar ongeveer zeshonderd keer voor. Levensbeëindiging zónder toestemming van de patiënt gebeurt minstens 1000 keer. Dat is vier zo vaak als in Nederland, waar wetgeving blijkbaar preventief werken.
Wetenschappers, verbonden aan de universiteiten van Gent, Brussel en Nijmegen, komen tot deze conclusie op basis van een analyse van 1925 sterfgevallen van in Vlaanderen.
Hoewel de paarse coalitie in België het in principe eens is over een liberale euthanasiewet, moet het echte debat nog beginnen. De grootste artsenorganisatie vindt wetgeving overbodig en beschouwt de medische plicht als haar ethische wegwijzer. Maar de christen-democratische oppositie wil meer waarborgen, en krijgt nu steun van de groep wetenschappers van drie universiteiten, die de nadruk leggen op grote(-re) zorgvuldigheid.
Levensbeëindiging, zo blijkt uit hun onderzoek, is door het ontbreken van wettelijke en ethische normen in België een grijze zone. De rechtsonzekerheid is dermate groot, dat artsen zich meer permitteren dan wellicht aanvaardbaar. De medische praktijk beantwoordt volgens de onderzoekers momenteel niet aan de normen die vastliggen in de traditionele moraal van het strafwetboek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.