*

 
dossier

Archief

Laatste bedrijf loopt naar eind

van onze verslaggever − 14/01/00, 00:00

Moet ex-drugshandelaar en ex-autocoureur Charles Z. 77 miljoen betalen, zoals justitie eist? Of geeft de rechtbank diens advocaat gelijk en worden het maar 15 miljoen? Gisteren kwam het eind in zicht van een zaak die al drie jaar speelt. Over vijf weken, op 17 februari, dient de rechtbank zich uit te spreken over de vraag in hoeverre Charles Z. mag worden 'geplukt.'

,,Misdaad mag niet lonen'', zeiden M. Masboom en R. Noordhoek. De twee officieren van justitie waren vastbesloten de door drugshandel bij elkaar gesprokkelde miljoenen van Charles Z. te vorderen. Dat was in 1993 ook het uitgangspunt van de wet Pluk ze! Alle met criminele activiteiten verdiende winst zou bij justitie moeten worden ingeleverd. Het schrikbeeld van de crimineel, die na een paar jaar gevangenisstraf kon genieten van een leven vol luxe, zou voorgoed tot het verleden moeten gaan behoren.

Maar de advocaat van Charles Z., mr P. Doedens, had geen goed woord over voor de wijze waarop justitie criminelen tracht te plukken: ,,De inhaligheid van het openbaar ministerie is wel wat al te groot geweest en wat al te ongefundeerd.'' Doedens verwees onder meer naar de Coral Sea-zaak, waarin het openbaar ministerie tegen Cees H., alias Puk, een ontneming eiste van een half miljard. De officier van justitie moest dat bedrag al snel verlagen, eerst tot 300 miljoen en vervolgens tot 6 miljoen.

Volgens Doedens zeiden de rechters in die zaak, ,,dat justitie zich eerst maar eens moest beperken tot de bedragen die in beslag zijn genomen.'' In het geval van Charles Z. zijn dat het autobedrijf Investment Cars, het autoraceteam Euro Race, verschillende panden, het luxe jacht Maxime Z. -genoemd naar zijn dochtertje- en 49 auto's. De gezamenlijke waarde hiervan wordt geschat op ongeveer 20,5 miljoen.

Volgens Doedens' berekeningen zou 15 miljoen een 'redelijk bedrag' zijn voor justitie om te vorderen. Masboom en Noordhoek zeggen daarentegen dat die 77 miljoen nog aan de lage kant is geschat.

Accountantskantoor KPGM rekende voor justitie uit hoeveel winst Charles Z. met zijn hasjsmokkel zou hebben gemaakt. Onkosten voor transport en bemiddeling werden door hen meegenomen. Justitie ging ervan uit dat Charles Z. 80000 kilo hasj uit Marokko en Spanje naar Nederland smokkelde, goed voor een omzet van 105 miljoen.

De verdediging stelde dat dit een te hoge schatting was: ,,slechts 13300 kilo is bewezen.''

Het openbaar ministerie onderzocht ook het vermogen van Charles Z. In maart 1989 werd zijn faillissement wegens onvoldoende baten opgeheven. De twee officieren trachtten aannemelijk te maken dat hij toen 'nihil vermogen' zou hebben gehad en dat alles wat hij daarna verdiende, voortkwam uit zijn positie als hoofd van een criminele organisatie.

Doedens deed het af als 'een nulverhaal.' Zijn cliënt kocht twee maanden na de opheffing van zijn faillissement een landgoed in Blaricum voor twee miljoen. Volgens de advocaat moet je 'toch wel volkomen wereldvreemd zijn' om dan te geloven dat het vermogen van Z. twee maanden eerder nihil zou zijn geweest.

Bovendien had justitie naar zijn mening de onkosten van zijn cliënt onderschat en de winsten te hoog gewaardeerd. Veel van het geld was volgens de advocaat naar de andere leden van de criminele organisatie gegaan.

Charles Z. werd in 1995 tot een gevangenisstraf veroordeeld van vijf jaar, maar omdat hij lange tijd in voorarrest zat, kwam hij al na twee jaar vrij. De strafzaak tegen hem trok veel publiciteit. Terwijl deze lopende was, werden politie en justitie geconfronteerd met een reeks inbraken en intimidaties.

mailIcon print |