Als tot de verbeelding sprekende prestatie haalt de bouw van het Internationale Ruimtestation (ISS) het niet bij, zeg, een maanlanding. Maar nu het er eenmaal is, doet het de maan wel lichte concurrentie aan als koningin van de nacht. De afgelopen week heeft de bemanning van ruimteveer Endeavour twee enorme zonnepanelen aan het ruimtestation bevestigd, die er opeens een hemellichaam van de helderste categorie van maken. En dan te bedenken dat er later nog acht panelen bijkomen. Alleen de maan, de planeet Venus en de ster Sirius zijn dan helderder.
Net als de maan moet het ruimtestation het wel hebben van zonlicht om naar de aarde te kaatsen. Het draait zijn baantje om de aarde (eens in de 92 minuten) veel dichterbij dan de maan, en die baan staat in een hoek ten opzichte van de evenaar. Het station komt daardoor niet elke dag over Nederland, en we zien het zelfs dan nog alleen als de overkomst bij schemer of nacht is en als dan de aarde niet net het nodige zonlicht blokkeert. En we mogen nog van geluk spreken: wie boven de 60 graden noorderbreedte woont, ziet het nooit.
Gelukkig doet de Nasa erg zijn best om de wereldbevolking van het mooie en het nuttige van het ruimtestation te overtuigen. Onder de vele pagina's op het internet die de organisatie aan de ruimtevaart wijdt, bevindt zich ook een wegwijzer naar de satellieten aan de hemel: J-Pass. Wie beschikt over een internetaansluiting en surft met een bijdetijdse browser, waarop de voorzieningen 'Java' en 'JavaScript' aanwezig zijn, kan met behulp van J-Pass in een ommezien een kaartje van de hemel vervaardigen dat laat zien waar en wanneer het ruimtestation over Nederland komt.
J-Pass is eigenlijk geen webpagina maar een computerprogramma dat, met de nodige gegevens, in één keer van de Nasa-computer wordt gehaald. Het programma begint met de gebruiker te vragen hoe laat het bij hem is. Door daarna op de knop 'options' te klikken, kan die aangeven waar hij woont en of hij eventueel nog andere satellieten wil zien dan de standaardcombinatie van ruimtestation, Mir en ruimteveer (als dat vliegt).
Dan beeldt J-Pass de eerstvolgende overkomst af van één van deze drie. Misschien is die niet van het ruimtestation maar van de Mir, in dat geval kun je met de knop 'next pass' latere overkomsten oproepen, tot er één van het ruimtestation op de kaart verschijnt. Grote kans dat het lijntje dat het station aangeeft, paars is: het station komt wel over, maar vliegt in de aardschaduw en zal niet zichtbaar zijn. We moeten vrij lang doorklikken, tot 14 december, voordat het lijntje deels groen wordt: die dag komt het ruimtestation om precies half acht 's ochtends in het zuidwesten zichtbaar boven de horizon uit, maar het sterretje floept tweeënhalve minuut later alweer uit.
Op 18 december (zie illustratie) is de overkomst stukken mooier: kijk 's avonds om iets voor half zeven naar westzuidwest. Een heldere ster moet van daar in ruim vijf minuten de halve hemel doorkruisen, op weg naar twee heldere objecten in het oosten, de planeten Saturnus en Jupiter. Maar de ster bereikt ze niet: om 18.33 uur 34 seconden is het volgens de computer alweer gebeurd. Voor wie nog eens wil, of die avond pech heeft met de bewolking: het adres van J-Pass is: liftoff.msfc.nasa.gov/RealTime/JPass/25/JPass.asp.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.