*

 
dossier

Archief

Haal de smokkelaar naar huis

Hans Marijnissen − 03/02/00, 00:00

Juist André Klip vindt dat Nederland meer moet doen om landgenoten die in het buitenland achter de tralies zitten thuis te krijgen. Maar waarom zou een geharde drugssmokkelaar recht hebben op een vliegticket en een keurige Nederlandse cel?

Een vingeroefening op een zakcalculator, de afgelopen tien jaar kregen zo'n 630 Nederlanders die in het buitenland waren veroordeeld voor met name de smokkel van harddrugs, de kans hun straf in Nederland uit te zitten. Stel dat zij na de overtocht gemiddeld nog twee jaar in hun vaderland achter tralies moeten – wat een heel voorzichtige berekening is – dan kosten de reis en het verblijf in een Nederlandse cel van dit gezelschap de samenleving zo'n honderd miljoen gulden.

Dat bedrag is precies gelijk aan het tekort in de financiering van medische hulpmiddelen, waardoor de eigen bijdrage van zieke Nederlanders dreigt te stijgen. Dan rijst de vraag: waarom moet iemand die voor een forse beloning bewust drugs smokkelt en op de hoogte is van de erbarmelijke omstandigheden in buitenlandse gevangenissen, de mogelijkheid krijgen na een veroordeling zijn straf in Nederland uit te zitten? Kunnen we met dat geld niet beter een tekort in de zorg oplossen?

Het aantal Nederlanders dat vast zit in het buitenland en vervolgens op kosten van de overheid naar Nederland vliegt om hier de detentie te ondergaan, stijgt langzaam. In 1992 ging het om 77 personen, in 1988 om 83. Het totaal aantal Nederlanders in buitenlandse gevangenissen schiet sneller omhoog. In 1992 zaten 828 Nederlandse criminelen achter buitenlandse tralies, in 1999 1733; alle waarschuwingen in folders en flyers géén drugs te smokkelen ten spijt.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt op dit moment de kwaliteit van de consulaire bijstand aan Nederlanders die in het buitenland gevangen zitten. Nederlandse gedetineerden in het buitenland kunnen, als hun straf onherroepelijk is, vragen om een overbrenging naar Nederland in het kader van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, kortweg de Wots. Voorwaarde is wel dat dit op initiatief van de gedetineerde gebeurt, en in tweede instantie op verzoek van het land waar de man of vrouw is gedetineerd. Nederland moet met het betreffende land een verdrag hebben, en dat kan weer alleen als dit land een 'rechtsstaat op enig niveau' is. Met Iran bijvoorbeeld doet Nederland geen zaken omdat Nederland de rechtspraak daar niet vertrouwt en mensen wellicht onschuldig vastzitten.

Is de gedetineerde eenmaal op kosten van de staat overgebracht, dan mag een rechter het buitenlandse strafmaat 'vertalen' naar Nederlandse begrippen, wat in de praktijk inhoudt dat de straf naar beneden wordt bijgesteld. Het kost dan wel een paar centen en een populair geluid is het niet, toch zou Nederland volgens de jurist André Klip, hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, zich veel actiever voor Nederlanders in buitenlandse cellen moeten inzetten. En dan heeft hij het niet alleen over de Hennies die in Trukije vastzaten, de hiv- besmette Hans van Dam die in India gedetineerd was en de inmiddels in Singapore ter dood gebrachte zakemman Johannes van Damme.

Nederland is te afwachtend, luidt zijn kritiek. "De ministeries van buitenlandse zaken en justitie wachten letterlijk totdat een Nederlander zich aanmeldt die in aammerking komt voor overdracht. Terwijl zij natuurlijk ook zelf initiatieven kunnen nemen. Formeel moet Nederland wachten op een verzoek, maar informeel kan een zaak toch aangezwengeld worden? Nederland houdt de boot af."

Nederland zou ook in een eerder stadium voor gedetineerde landgenoten kunnen opkomen, vindt Klip, zonder dat daarvoor de wet hoeft te worden aangepast. "Nederland kan al vóórdat het in het buitenland tot een zaak komt, aanbieden de Nederlandse crimineel in Nederland te vervolgen. Niet alleen de detentie vindt dan in Nederland plaats, maar het gehele strafproces speelt zich 'thuis' af. Als het gaat om misdrijven gepleegd door Nederlanders in het buitenland die ook hier strafbaar zijn, heeft Nederland de bevoegdheid daartoe. Als een Nederlander in de Cariben met een boot vol cocaïne wordt betrapt, kan hij in Nederland ter verantwoording worden geroepen. De meeste in het buitenland gedetineerde Nederlanders zijn betrapt met drugs. In al deze zaken kan Nederland aanbieden de vergrijpen zelf te berechten."

De zaken Van Damme en de Hennies tonen volgens Klip hoe het niet moet. "Zeker in het geval van Van Damme, waar de doodstraf in het spel was. Nederland had niet moeten afwachten tot het vonnis was geveld om daarna om gratie vragen. Dan kun je de koningin laten schrijven wat je wil, maar voor de autoriteiten is zo'n zaak dan afgedaan. Nederland had eerder moeten interveniëren, en kon dat ook."

Nu zijn er voor de Hennies (zwakbegaafd en onschuldig), Van Dam (ziek) en Van Damme (doodvonnis) wel redenen te bedenken voor het aanbieden juridische hulp en een overdracht van het vonnis. Maar legt Nederland criminelen niet in de watten als zij hun in het buitenland opgelopen straffen in een Nederlandse cel mogen uitzitten?

Een verkeerde gedachte, pareert Klip. "Een Nederlands onderdaan moet aanspraak kunnen maken op belangenbehartiging door de Nederlandse overheid, ongeacht hij nu schuldig is of door een rechterlijke dwaling in het buitenland achter tralies zit. Je kunt als overheid die afweging namelijk niet maken. Dan zou er eerst in Nederland een soort 'voor- proces' moeten worden gehouden over de vraag of iemand schuld heeft en geholpen mag worden. Het doet er gewoonweg niet toe. Ook al heeft een Nederlandse drugssmokkelaar weloverwogen het risico genomen gepakt te worden, dan nog is het in ieders belang, ook van de Staat der Nederlanden, dat deze man of vrouw zo snel mogelijk naar Nederland komt. Iedere Nederlander heeft recht op een eerlijk proces, met goede procedures, in een taal die hij verstaat. Alle Nederlanders hebben ook recht op gelijke straffen. Een dententie in het buitenland is door de schrale behuizing, slechte omstandigheden en het cultuurverschil zwaarder dan in Nederland."

Ook de maatschappij heeft voordeel bij het naar huis halen van criminelen, stelt Klip.

"Ook als je de Nederlanders in de buitenlandse gevangenis aan hun lot overlaat, komen zij ooit terug naar Nederland. Zeer waarschijnlijk zijn zij beschadigd, gefrustreerd, verhard en raken met die emoties sneller opnieuw op het verkeerde pad. Het is in het belang van de Nederlandse samenleving gedetineerden hulp te bieden, en dagprogramma's, arbeid en scholing, zoals we die in onze gevangenissen kennen. Mensen die zich hebben ingelaten met strafbare feiten, moeten kans maken op een normaal maatschappelijk leven." Dat levert volgens Klip de maatschappij ook een economisch voordeel op, dat groter is dan die miljoenen die de overbrengingen kosten.

Volgens de jurist moet de overbrenging van Nederlandse gedetineerden worden geïntensiveerd door de aanstelling van een speciale officier van justitie die belast is met de vervolging van in het buitenland gepleegde delicten. Deze functionaris moet informatie krijgen van de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

Ook denkt Klip dat Nederland haar werkterrein sterk moet uitbreiden. "Op dit moment doet Nederland alleen zaken met 'nette landen' die het mensrechtenverdrag hebben ondertekend, en waarvan duidelijk is dat het rechtssysteem en de detentie weinig te wensen overlaten. Nederland weigert principieel overbrengingen uit landen die geen kwaliteit kunnen garanderen, omdat in zulke gevallen Nederlanders in eigen land een straf ondergaan op basis van een proces dat niet deugde. Je kunt je afvragen welk belang het zwaarst weegt. Gaat het erom dat we onze handen schoonhouden, of willen we ons inzetten voor de belangen van Nederlandse onderdanen?"

De Amerikanen gaan hier voortvarend mee om, legt Klip uit. Elke Amerikaan die in het buitenland gevangen zit, krijgt bezoek van een rechter. Die biedt een overplaatsing aan naar een gevangenis 'thuis' waar precies dezelfde straf moet worden uitgezeten, maar dan moet de gevangene wel eerst een verklaring tekenen dat hij, eenmaal terug in de VS, het vonnis niet aanvecht. De gevangene hoeft niets, hij kan er vrijwillig voor kiezen. En dat werkt heel goed."

Klip zou zo'n methode ook in de Nederlandse situatie passend vinden. Maar hij weet ook dat het publiek kritisch staat tegenover zo'n massale overbrenging.

"Toch zou ik willen geruststellen: de veroordeelden ontlopen hun straf niet. Je geeft als Nederland juist het signaal dat het vaderland in het buitenland gepleegde delicten óók strafwaardig vindt. Je geeft niet toe, de criminelen worden gewoon opgesloten. Wel wat korter en veiliger, maar zo hebben we onze rechtsstaat ingericht. En met een overschot in de gevangeniscapaciteit staan onze cellen er als het ware klaar voor."

mailIcon print |