*

 
dossier

Archief

Papyrusvondst

Utrecht Pieter W. van der Horst hoogleraar Nieuwe Testament aan de Universiteit Utrecht − 13/01/00, 00:00

Op de voorpagina van Trouw verscheen op 7 januari het bericht van een sensationele vondst van de oudste papyrustekst met verzen uit Paulus' brief aan de Hebreeën. Enkele dagen later zette de nieuwtestamenticus Roukema terecht uiteen dat de brief aan de Hebreeën niet door de apostel Paulus geschreven is. Maar dat was niet het enige onjuiste element in het artikel.

In de omvangrijke verzameling van papyri in de Osterreichische Nationalbibliothek in Wenen vond de Griekse papyroloog Amphilochios Papathomas enige tijd geleden een klein fragment met aan beide kanten stukjes Griekse tekst die hij gemakkelijk kon identificeren als behorend tot Hebreeën 2 en 3. Het gaat om Papyrus Vindobonensis Graeca 42417. Deze vondst zal Papathomas binnenkort officieel publiceren in de eerste aflevering van het nieuwe 'Journal of Graeco-Roman Christianity and Judaism.' Daar zal hij betogen dat er op deze papyrus weliswaar in sommige Griekse woorden lettervormen worden gebruikt die men ook in heel oude handschriften uit het begin van de christelijke jaartelling kan aantreffen, maar dat de meeste letters paleografisch duidelijk wijzen op een veel latere tijd, namelijk de zesde á zevende eeuw na Christus. De theorie als zou hij het oudste fragment van de brief aan de Hebreeën hebben gevonden, verwijst Papathomas naar het rijk der fabelen. Hij is juist van mening dat de meeste andere papyri met fragmenten van de Hebreeënbrief aanmerkelijk ouder zijn dan deze.

mailIcon print |