Nederlanders die zo dol zijn op dat ene plekje in Frankrijk, zullen schrikken als ze het zien na de orkaan die het land vorige week teisterde. ,,Het is veel erger dan je verwacht'', zegt Marianne Elst uit Tilburg, net terug uit de Dordogne, waar haar zus Lilian woont.
Op nieuwjaarsdag reed de Tilburgse, bepakt met aggregaten, dozen vol kaarsen en proviand hals over kop naar het rampgebied. Het gehucht Champs-Romain ligt zestig kilometer onder Limoges en telt amper driehonderd zielen. In de omgeving hebben veel Nederlanders een huis. Lilian en haar man Jan wonen en werken er al tien jaar. Het stel heeft elkaar op een nabijgelegen kasteelcamping leren kennen. Zus Marianne: ,,Champs-Romain ligt prachtig, midden in de bossen. Van dat alles is bijna niets meer over.''
Ze heeft de afgelopen dagen tientallen foto's gemaakt. Een afschuwelijk gezicht: bos is verdwenen; telefoonpalen en elektriciteitsmasten liggen omver.
De meeste huizen zijn van natuursteen en praktisch onverwoestbaar. Wel kwamen er talloze schoorstenen omlaag. Eentje viel dwars door een dak. De twee bewoners kwamen om.
Het huis van Lilian en Jan heeft de orkaan redelijk doorstaan. De schrik zit er echter nog goed in. Marianne: ,,Ze waren niet goed gewaarschuwd. De storm brak maandag na kerst rond zes uur 's avonds los en woedde vier uur. Na twintig minuten viel de elektriciteit uit. Er was geen telefoon en geen water. Dat heeft dagen geduurd. De hulp in Frankrijk kwam laat op gang. Eerst werden de meest toeristische gebieden geholpen.''
Pas donderdagnacht ziet Lilian kans om met een mobiele telefoon Nederland te bereiken. In tranen vertelt ze haar zus van de situatie ter plekke. Daags erop besluit die naar het rampgebied af te reizen. Met de stationcar volgepakt rijdt ze als een speer naar de Dordogne. ,,Er was niemand op de weg.''
In Limoges worden de auto en de meegenomen jerrycans volgetankt. Verderop is door de stroomuitval nergens benzine meer te krijgen. Waar benzinepompen op aggregaten werken, gaan mannen met elkaar op de vuist. In Champs-Romain verwijderen mannen omgewaaide bomen, zodat elektriciteitsbedrijf EDF bij de leidingen kan. Als er een blauw EDF-autootje komt aanrijden, klinkt gejuich. ,,Alsof het dorp wordt bevrijd.''
De meegebrachte stroomaggregaten worden ingezet waar ze het hardste nodig zijn, om te beginnen bij de bakker. Hij bakt brood in een houtoven. Dag en nacht is hij bezig. Mensen komen tot dertig kilometer uit de omtrek en staan in de rij voor een brood.
Omdat er op hout wordt gestookt hebben de meeste huizen wel verwarming en kan het water uit de put worden gekookt. Verlichting is een groot probleem. De uit Nederland meegebrachte kaarsen bieden uitkomst en worden onder de dorpelingen verdeeld.
Niet alle Nederlanders zijn, tot grote ergernis van de Fransen, zo solidair met hun medebewoners. In plaats van mee te helpen de ravage op te ruimen en de schade te herstellen, doen ze de deur achter zich dicht en gaan voorlopig terug naar Nederland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.