*

 
dossier

Archief

Grotere economie en dus grotere steden

Door: redactie − 29/01/00, 00:00

De twintigste eeuw bracht de wereld megasteden van meer dan tien miljoen mensen. Op de kaart zijn het er twaalf, 24 steden vallen in de categorie vijf tot tien miljoen. Maar de teldatum is 1990, en de meeste steden groeien.

Op dit moment woont bijna de helft van de wereldbevolking in stedelijk gebied. Dat aandeel stijgt, is de verwachting. In het jaar 2025 zal het 60 procent zijn. Een op de zes mensen woont nu al in een stad van meer dan een miljoen inwoners.

Daarbij gaan we er voor het gemak van uit dat we weten wat een stad is. Er zijn van dit begrip bijna net zoveel definities als er landen zijn. Op IJsland leggen ze grens bij 200 inwoners. Veel Europese landen hanteren lange definities met termen als 'aaneengesloten bebouwing' en 'niet-agrarische bevolking'. Om internationale vergelijkingen mogelijk te maken hebben de Verenigde Naties het getal 20 000 voorgesteld. Bestuurlijke eenheden met meer dan 20 000 inwoners noemen we stedelijk gebied. In Nederland vallen 226 van de 538 gemeenten daaronder.

En een stad is wat we stad noemen. De grootste stad in de wereld is Mexico-stad: 20 miljoen inwoners. Maar de Ciudad de Mexico telt er maar 4 miljoen. Daaromheen liggen zeker 25 verschillende gemeenten in drie staten die samen het metropolitane Mexico-stad vormen.

Blijkens de kaart telde Nederland in 1990 twee steden met meer dan een miljoen inwoners: Amsterdam en Rotterdam. Dat kan alleen maar kloppen als de voorsteden zijn meegeteld. Op 1 januari 1999 had Amsterdam 718 000 inwoners. Rotterdam zelfs maar 590 000.

In het algemeen geldt dat de omvang van de economie van een land groter is naarmate er meer mensen in stedelijk gebied wonen.

Het aandeel in de honderd grootste steden van Aziƫ was al groot en blijft stijgen. Vooral Europa valt terug: in 2015 telt de tophonderd nog maar tien steden uit de Oude Wereld.

mailIcon print |