Waar komen we vandaan? Waarom zijn we hier op aarde? Is er leven na de dood? Drie vragen die alles te maken hebben met de zin van ons leven. Gedichten zijn een rijke bron met antwoorden op die vragen waaruit naar hartelust kan worden geput. In In een bezield verband - Nederlandstalige dichters op zoek naar zin omschrijft Wiel Kusters de betekenis van poëzie: ,,Zij spreekt in het groot en in het klein, over de grote dingen van het leven. Maar zij doet dat op haar eigen wijze. Onsystematisch, maar daarom nog niet wanordelijk. Oncontroleerbaar, maar wat zij zegt is daarom niet minder waar.'' Poetry International houdt vandaag zijn eerste landelijke Gedichtendag, met de keuze van de drie beste gedichten van 1999 en de presentatie van de eerste Gedichtendag-bundel. In tientallen cafés, warenhuizen, trams en gewoon op straat dragen dichters voor uit eigen werk. Gerrit Komrij mag zich tot 2005 'Dichter des vaderlands' noemen. Waarom zoveel drukte over poëzie? Wat is het nut ervan in een hightech samenleving?
De dichter hanteert de taal van het gedicht om 'verslag' te doen van zijn zoektocht. Een onderhoudend resultaat van zo'n exercitie is te vinden in het gedicht Zin van Jan Emmens. Het doet denken aan een dorpje in de Provence: mooi weer en rustig ontbijten op een fleurig terras. Een warm croissantje in de zon. Het vers begint nogal somber, maar Jan Emmens krijgt er toch 'zin' in.
ZIN
Zin om in dorpen zittend te vergaan,
beroemd als een onheuglijk rentenier
die nooit een mening heeft, maar ongevraagd
er veel verkondigt. Kijken naar de bomen
een zomerochtend in een klein café.
' 't Wordt nog mooi weer',
'Nou 't ziet er wel naar uit.'
Een kind passeert op weg naar niemendal.
Een heer met kromme pijp komt binnen en zegt 'moge'.
Dichters geven in zeer particuliere bewoordingen vorm aan hun antwoorden op vragen over de onbegrijpelijke dingen van het leven. Die antwoorden kunnen ook voor de lezer antwoorden worden. Soms krijgt de lezer onverwacht een antwoord op een door hem nog niet eerder gestelde vraag. De lezer die, voordat hij naar bed gaat, na een stukje uit de Bijbel te hebben doorgenomen, een gedicht leest, lijkt aan poëzie net zoveel waarde te hechten als bron van zingeving, als aan het oude boek. Het gedicht werkt als een bijbeltekst. Voor mij is dat het geval met het 'helemaal niet zo gekke' gedichtje van Gerard Reve, afkomstig uit zijn Verzamelde gedichten.
QUIA ABSURDUM
Je boek is af, je drinkt niet meer, je hebt je rijbewijs:
wat wil je verder nog voor godsbewijs?
Wat de dichter te zeggen heeft ligt vaak tegen religieuze, ideologische of filosofische beweringen aan. Het vers van Reve is een duidelijk voorbeeld van religieuze poëzie, God wordt als zingevende factor toegevoegd aan de zichtbare werkelijkheid. De poëziecriticus en dichter Rudy Kousbroek pleitte voor gedichten die juist 'vanwege het gedicht zijn' zin geven. Bijna poëzie om de poëzie dus.
Het gaat bij zulke verzen vooral om een esthetische ervaring. Het 'ik' maakt plaats voor het 'het'. Genieten van het vers elimineert het door allerlei problemen geplaagde zelfbewustzijn van de lezer. De lezer is als het ware 'in het gedicht'. Kousbroek verdedigde de zogenaamde 'parafysische' poëzie. Dat is poëzie die alle wetenschappelijke en onwetenschappelijke antwoorden op vragen rond zingeving verwerpt. Gedichten als ultieme bron voor levenskennis en/of levensgeluk: ga er maar aan staan! Een landelijke gedichtendag lijkt vanuit dit perspectief geen overbodige luxe.
Gedichten kunnen je leven tevens zingeven wanneer je zelf poëzie maakt. De dichter creëert zelf een antwoord op een vraag. Waarom werd ik eerst wie ik was? Wat is de reden dat ik nu ben wie ik ben? En waarom word ik diegene die ik worden zal? Het antwoord klinkt eenzijdig eenduidig: vanwege de poëzie. Poëzie kan ongevraagd antwoorden geven. ,,Dichters liegen de waarheid'', schreef Bertus Aafjes. Poëzie helpt lezers en vooral dichters in de buurt te komen van het Onzegbare, het Woord dat Waarheid werd, Religie, God.
Religie en literatuur lijken elkaar uit te sluiten. Daar waar de literatuur allerlei vragen stelt rond de zin van het leven, probeert de religie juist antwoorden te geven. De schrijvende mens wil via de literatuur de wereld naar zijn hand zetten, het kenmerk van religie is juist dat het leven zijn bestemming krijgt vanwege een hogere macht. Er zijn echter altijd dichters die de kloof tussen de vragen van de poëzie en de antwoorden van religie overbruggen door te dichten. Ze komen schrijvenderwijs in contact met antwoorden die betrekking hebben op de grote mysteriën van het Zijn. Ze maken in wezen 'poëzie', die de verhouding tussen de mens en het Geheel Andere of de Ander, of een vermoeden daarvan, als wezenlijk aspect van de werkelijkheid onder woorden brengt.
Dichters kunnen niet alleen via, maar tevens in de poëzie de zin van het bestaan ervaren. Dit inspireerde Gerrit Achterberg tot het bekende vers Triniteit, waarin de volgende twee veelzeggende zinnen voorkomen: Moeder van Jezus is het vlees./ Zuster van Christus is het vers. Achterberg benoemt de betekenis van de poëzie vanuit zijn persoonlijke, nogal calvinistisch gekleurde denk- en geloofskader. Een kader waarin het Woord en God al à la Johannes 1 gemakkelijk vereenzelvigd worden. Ook voor de hedendaagse, 'gereformeerde' dichter Koos Geerds is het gedicht meer dan een paar losse invallen. Hij typeerde in zijn bundel Gods element 'Poëzie', geschreven met een hoofdletter, als de Dochter van God, moeder van alle dingen.
God en poëzie zijn twee gescheiden, in elk geval te onderscheiden, grootheden. Beide kunnen zin aan het leven geven. Een hoger Weten doet echter beseffen dat poëzie in de aard menselijk is. Waar God eeuwigheidswaarde impliceert, blijven gedichten tijdgebonden. Het zijn woorden van vlees en bloed. Soms geven ze troost, dan weer vermanen ze of zetten aan tot positief handelen.
Poëzie is net zo min te identificeren met God als de Bijbel. Ze bezit echter een meerwaarde als bron van zingeving en dus meer waarde dan bijvoorbeeld een boekenbon. Poëzie is niet meer (en niet minder) dan een mooi notitieboekje van de Eeuwige of om het in het jargon van Achterberg en Geerds uit te drukken 'een klein achternichtje van God'.
Dat een half miljoen mensen regelmatig dicht, leerlingen gedichten moeten lezen, poëzie in rouwadvertenties staat en er nu een landelijke gedichtendag is, hoeft niet te verbazen, want poëzie kan zin geven aan het leven, zoals Remco Campert dichtte: poëzie is net als een kleintje koffie, als je omkomt van de dorst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.