*

 
dossier

Archief

Stip

H. Brandt Corstius − 07/08/00, 00:00

Augustus in Parijs. Neen, het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de keizer van het jaar Nul zich ooit zo ver naar het Noorden heeft begeven om het opstandige stadje Lutetia te bezoeken.

Ook over de maand die naar Augustus is vernoemd, wordt in verband met de Franse hoofdstad veel onzin verteld. 'De stad is leeg, want alle inwoners zijn met vakantie, dus alles is dicht' en 'De stad is propvol, want alle toeristen komen, dus je kunt nergens parkeren, logeren of dineren' en 'De stad is heet en stoffig'. Al die dingen zijn een beetje waar, maar dat is in de elf andere maanden ook zo. De winkels en cafés die het van studenten en scholieren moeten hebben, zijn inderdaad dicht. Pech voor mij, want die frequenteerde ik. En als ik in het voetspoor van Carmiggelt naar het koffiehuis Rotonde ga, is dat ook gesloten - voor een paar dagen, om een nieuwe keuken te installeren.

In één opzicht is, dacht ik, de maand augustus hier anders. Ik heb mij vast voorgenomen om nooit te schrijven over parkeren en over hondenpoep. Als de burgemeester van Amsterdam in Vrij Nederland van deze week zegt dat je op de Champs Elysées ook niet kunt parkeren, ga ik hem niet tegenspreken, hoewel dat nu juist, midden op die zegebaan, wél kan. Je kunt in Parijs beter autorijden dan in Amsterdam of New York, maar het parkeren is een mysterie. Als je namelijk in de nacht door Parijs wandelt, zie je dat langs alle stoepranden de knorrende beesten bumper aan bumper staan. Er zijn dus precies zoveel auto's als er parkeerplaatsen zijn. Nu een aantal Parijzenaren met vakantie is, geldt dat nog steeds.

Ik leef autoloos, maar op een parkeerzuiltje had ik gelezen dat het parkeren in de maand augustus gratis was. Dus zag ik een mogelijkheid om mijn boekenkast van een nieuwe inhoud te voorzien met een retourritje achter het stuur. Kom ik in mijn straatje aan, staat daar op het parkeerpaaltje voor het huis niets over een vrije augustus en moet ik elk uur een tien-frank-stuk offeren. Goede raad kost zeven frank, namelijk voor een koffie aan de bar op de hoek. ,,Ik dacht dat het in augustus gratis stationneren was?' ,,In sommige straten wel. Hier op de hoek in de Huygenstraat, bijvoorbeeld.' Ik zet mijn kar in de straat van Christiaan (want van de dichter Constantijn hebben ze hier nooit gehoord) voor de uitgeverij Albin Michel die nu al drie jaar niets van mijn gedichtenbundel wil weten.

In die drie jaar heb ik veel dingen over deze stad geleerd, maar één raadsel was gebleven. Er zijn van die dingen die nooit worden uitgelegd. Op meergenoemde parkeerpaaltjes waar je geld in gooit en een papiertje met de tijd terugkrijgt - een keer ben ik er zo achter gekomen hoe laat het was, want de weinige Parijse straatklokken lopen enkele uren voor of achter - staat soms een gele stip. Hij is er met zorg op geschilderd en moet iets te betekenen hebben. Maar wat?

Geel is de kleur van vervelende dingen. De kleur van haat en nijd, van koorts en kaart, van ster en gevaar. Op straat zijn gele bouwsels en voertuigen tijdelijke barricaden met een vaag nuttig doel. Het gele stoplicht spoort de automobilist aan gas te geven. Welke waarschuwing, welk gevaar, welk risico lag in de gele stip verborgen?

U kent het antwoord op deze vraag, omdat ik u tegen mijn principes in, heb verteld over mijn parkeerprobleem. Ja: die gele stip betekent dat men in die straat in de maand augustus zijn door bezine voortgestuwde draagstoel in de goot mag zetten, waar de gemeentereiniging zelfs je banden schoon en koel houdt door een beekje van put tot put.

Natuurlijk zijn veel artiesten en verdere vervelingverdrijvers afgereisd naar de kusten van Corsica, de Landen en Bretange, waar de Fransen die het hele jaar de ambities van Corsicanen, Basken en Bretonners weghonen, nu in de zon liggen. Maar zoals men in Parijs overal eigenlijk altijd Italiaans eet, en Engels naar de film kijkt, zo dans je hier op Cubaanse muziek, zowel van Yarda Jardines in de oude danskelder 'Java' in de Tempelbuurtstraat als van Manolito Simonet in de dansschuur 'New Morning' in de Kleinestallenstraat, allebei directe familie van Paradiso en Casablanca in Amsterdam, met de eerlijke geuren van zweet en marihuana en zonder de ellende van house en pilletjes.

mailIcon print |