Elke morgen als professor Ronald Plasterk op zijn laboratorium komt, schakelt hij zijn computer in. Die heeft hij dusdanig geprogrammeerd dat die onmiddellijk uit zichzelf alles gaat zoeken wat Plasterk wil weten. Hij heeft zijn wensen ooit eens gedetailleerd ingevuld, zodat hij geheel tot zijn genoegen wordt bediend. De professor is ook columnist van het discussieprogramma 'Buitenhof', daar vertelde hij afgelopen zondag over zijn ochtendritueel. Over een paar jaar, voorspelde hij, zal op dezelfde manier iedereen televisie kijken. Hij glom al van pret bij de gedachte. Daar kon je dan ook nog gedifferentieerd voor betalen. Dus een journaal met reclame was een stuk goedkoper dan een journaal zonder. Zo loopt Plasterk voorop bij de vestiging van het definitieve persoonlijke geluk. De computer stelt elke dag een uniek en volledig geïndividualiseerd tv-programma samen.
Dus neem bij voorbeeld mezelf. Ik zou hebben ingevuld dat ik niet zwaar geïnteresseerd ben in Amerikaanse comedy. En ook niet in science fiction. En dankzij dat programma van die Plasterk zou ik dus nooit hebben geweten dat er een werkelijk hilarische comedy bestaat, die ik dagelijks op Ketnet volg, hoewel de NCRV sinds twee weken ook weer de draad heeft opgevat: 'Third rock from the sun'. Ook was er in mijn eigen programma geen plaats geweest voor Co StompĂ©. Want in mijn eisenpakket staat dat ik helemaal niets wil zien waar Fons van Westerloo bemoeienis mee heeft gehad. En ik had een reeks sporten opgegeven die mij geen zier interesseerden, zoals pijltjes gooien.
Allemaal niet erg -Marco Bakker, dat had ik ook nooit gehoord. Maar het punt is vooral dat mensen een beetje bij elkaar gehouden moeten worden. Dat Plasterk voor z'n werk zo'n programma laat lopen, best. Maar ook voor z'n overige informatie? En aldus volstrekt solistisch zou gaan leven? Lijkt me niet goed voor een professor-columnist. Om erbij te horen moet je soms dingen een beetje tegen je zin in volgen. Waarbij te horen? Gewoon dat je tegen je vrouw zegt: ook erg van Adelmund. En dat zij dan tenminste van de hoed en de rand weet. Dat ze niet zegt: Duitse krimi? Of: Plasterk, wie is dat?
Ik, zei hij. Toen keek ze nog vreemder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.