Alleen de slachtoffers van de pedofiliezaak in het Grote Bos krijgen de namen te horen van kerkelijke medewerkers, tegen wie de kerk tuchtmaatregelen zal nemen, omdat ze het seksueel misbruik van jonge jongens hebben laten begaan. De kerk is niet van plan hen aan de schandpaal te nagelen, heeft de gereformeerde synodepreses ds. J.W. Doff gisteren gezegd.
De geruchtmakende affaire van de recreatiewerker die tientallen jongens misbruikte en vanuit de gevangenis in zekere zin een compleet synodebestuur ten val bracht, kreeg vorige week een afronding met een (geheim) rapport over hoe het zover kon komen en welke kerkelijke werkers het nodige geweten moeten hebben en hoe het kon gebeuren dat zij het zeer ernstige misbruik niet hebben gestopt.
Eén ding staat vast: justitie heeft indertijd alleen de dader vervolgd en veroordeeld, niet degenen die er weet van hadden en zwegen. De feiten waarvan sprake is waren 'te licht'. Het wetboek van strafrecht verplicht wel tot aangifte bij een 'voornemen van verkrachting'. In het geval 'Grote Bos' was er alleen maar 'ontucht' en dan geldt die wettelijke verplichting niet.
Maar de kerk wil de normen hoger stellen dan de wereldse wet: de kerkelijke werkers, van wie er drie nog steeds in dienst van de kerk zijn, zullen alsnog op hun zwijgen en toedekken worden aangesproken. De betrokkenen hadden destijds een groot vertrouwen in het vermogen van de dader dat hij zijn leven zou beteren en met een beroep op Paulus wilden zij dat 'heidense rechters' erbuiten zouden blijven. Zoals bekend voelt het bestuur van de hervormde kerk zich niet zelf direct schuldig of verantwoordelijk, omdat het werk in het 'Grote Bos' ver buiten het kerkelijk opzicht was geraakt.
Aan welke tuchtmaatregelen de kerk precies denkt is nog niet duidelijk en evenmin of en in hoeverre de nu geheim gehouden namen wel geheim kunnen blijven. Gisteren werden al speculerenderwijze namen genoemd van een domineesechtpaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.