Ziek zijn, beter worden. Dat laatste misschien ook wel in figuurlijke zin. Na zijn griepaanval verbeterde Gianni Romme in Calgary zijn beste tijd op de 500 meter en het wereldrecord op de vijf kilometer. Hij is in vorm voor het WK allround, vanavond en morgenavond in Milwaukee. Romme gelooft in zijn kansen, Ritsma berekent ze.
De zakcalculator onder de allroundschaatsers had de berekening al gemaakt. ,,Wanneer ik anderhalve seconde win op de 500 meter, één tel pak op de 1500 en niet meer dan zes seconden laat liggen op de vijf kilometer, dan heb ik op de tien een marge van vijftien tot twintig seconden. Dat redt ie niet.'' Vol overtuiging getekend door Rintje Ritsma.
Gianni Romme lacht schaterend van oor tot oor. ,,Ha, ha, ha. Het is leuk voor Rintje dat hij zoveel zelfvertrouwen heeft, maar ik heb er wel meer goedgemaakt.'' Vanwege het tijdverschil met Nederland organiseert de KNSB een luxe persontbijt. Romme telt de meeste disgenoten. Aan zijn eetlust kunnen ze in de verste verte niet tippen. Zes boterhammen, een bakje yoghurt, een flinke schep cornflakes en een schaal fruit liggen er op zijn bord gestapeld. Hij blaakt van gezondheid na zijn hevige griepaanval. Ofschoon de bond hem in december al definitief had aangemeld voor het WK allround in Milwaukee, legde hij afgelopen zondag in Calgary nog een ultieme test af. En omdat hij 'vormbehoud' een abstract begrip vond, concretiseerde hij het maar met een wereldrecord op de 5000 meter. Veel meer dan zes seconden sneller dan Ritsma.
Romme is favoriet en onberekenbare factor in één persoon. Hij is Nederlands kampioen en op de Adelskalenderen, de eeuwige ranglijst, Ritsma tot op een fractie genaderd. Een week voor zijn snelheidsexplosie op de vijf kilometer (6.18,72), ging hij er in Calgary voor het eerst na zijn ziekte vol tegenaan op de 500 meter en de drie kilometer. Op de sprint stelde hij tweetrapsgewijs zijn persoonlijke topscore scherper (van 38,45 via 38,13 naar 38,10) en naderde op een incourante mannenafstand het wereldrecord tot op 2,6 seconden.
Het wereldrecord dipt hij in een sausje van relativeren, aangemaakt met een vleugje persoonlijke genoegdoening. ,,Het ging mij er helemaal niet om mijn tegenstanders alvast een tik uit te delen. Zij vatten het ook niet zo op. Ze feliciteerden me, maar uit hun ogen sprak geen verbazing. Ik vond het vooral lekker om mijn eigen wereldrecord aan te scherpen. Ik ben tevreden over mijzelf. Er gloort een mooi perspectief op het WK.''
Romme is favoriet op de Pettit-baan. Vroeger waaide het er altijd en dook de gevoelstemperatuur razendsnel naar min twintig graden. In 1995 werd er een dak gezet op de piste, waar Eric Heiden, Dan Jansen en Bonnie Blair leerden schaatsen. Hun portretten hangen wat weggestopt in een grote zaal met de overdreven benaming Hall of fame. Stien Baas-Kaiser zwaait ook vrolijk lachend het niet zichtbare publiek toe; als de eerste wereldkampioene in West-Allis, in 1970. Of ook Romme tot voorbeeld van de jeugd in de staat Winconsin zal dienen, hangt vooral van hemzelf af. Zijn grootste tegenstander is misschien Romme zelf.
Bij de 'minnetjes' staat gebrek aan ervaring in een groot allroundtoernooi. Tegenover de koele rekenaar Ritsma staat de aanvaller Romme. ,,Ervaring is belangrijk'', zegt de laatste. ,,Maar Ritsma staat onder druk, het is zijn zoveelste kampioenschap. Iedereen verwacht dat hij het weer waarmaakt. Mijn grote voordeel is de onbevangenheid. Ritsma is niet gerust op de goede afloop, hij maakt rekensommetjes. Berekenend rijden kan trouwens helemaal niet, dat is pure bullshit. Op de tien kilometer kun je je misschien een beetje inhouden, maar dan moet je er de eerste drie afstanden wel vol zijn ingegaan. Rintje komt nu over als een rekenaar, maar vroeger was hij net als ik een aanvallende rijder. Hij is momenteel de beste over alle afstanden, maar niet op één specifiek onderdeel.''
Over zijn vorm heeft Romme geen twijfels. Hij weet dat hij de onrust uit zijn lijf moet bannen. ,,Ik zal de vijf kilometer niet zo rijden als in Calgary. Daar had ik een goede warming up. Toen het er op aankwam, explodeerde mijn lijf. Maar op een WK heb je al een 500 meter in de benen, die voor mij bepalend is voor het verloop van het toernooi. Ik zit niet in een vorm dat het mis kan gaan. Dat neemt niet weg dat er sprake is van enige competitieachterstand. Ook had ik deze winter graag wat meer 500 meters gereden. Vooral op het EK in Hamar had ik volgaarne die ervaring opgedaan. Je moet meteen de goede slag pakken. En ik moet goed weg zijn. Niet als een Harlekijn of Pipo de Clown.''
De coördinatie op de korte afstanden is iets dat Romme nog onder de knie moet krijgen. ,,Dat zit niet als een vanzelfsprekendheid in mijn lijf. Als ik in een rondje van 26 de bocht uit kom vliegen, kan ik heus wel doorrijden, maar het zit bij mij lang niet zo geramd als bij Bos, Wennemars en Leeuwangh. Jakko is al drie jaar met zijn bocht bezig, ik nog geen jaar. Ik moet geduld hebben, dan komt het vanzelf. Maar ik ben het type: wat ik vandaag zie, moet ik morgen kunnen. Dat ongeduld zit in me.''
Toch is die rusteloosheid steeds meer een pose geworden, vindt Romme. De twee gouden medailles op de Olympische Spelen van Nagano, twee jaar geleden, vormden een scharnierpunt in zijn loopbaan. Die wapenfeiten bleken uitermate kredietwaardig. ,,Voordat ik de grote successen behaalde, had ik naar mezelf toe constant het gevoel dat ik me moest bewijzen. Naar mezelf en naar anderen. Ik moest hoe dan ook beter zijn dan anderen, vaak ook omdat ik mijn plaats moest afdwingen. Sinds Nagano merk ik dat ik als sporter enorm word gerespecteerd. Ik hoef me alleen nog maar tegenover mezelf te bewijzen.''
Ook coach Peter Müller wist tijdens zijn ziekte kennelijk onvoldoende wat hij aan zijn kopman in het allroundcircuit had. Hij had hem het liefst in zijn rugzak mee naar Calgary genomen om het genezingsproces te sturen. De ploegarts trok in twijfel of hij het WK wel zou halen, bang als hij en Müller waren dat Romme de griep zou verontachtzamen.
,,Omdat Peter niet 24 uur per dag bij mij kon zijn, zag hij ook geen dingen die het vertrouwen in mij konden staven. Het is logisch dat hij het pessimistisch inschatte. Maar ik heb me tijdens mijn ziekte nooit afgevraagd of ik het wel zou redden. Ik was alleen maar met mijn herstel bezig, niet met het idee dat ik zoveel dagen voor Milwaukee al een paar uur op de fiets moest zitten. Het gevoel liegt niet. Dat leerde me slechts één dag vooruit te kijken. Maar goed ook, anders was ik in paniek geraakt.''
Het bordje is leeggegeten. Een tafel verder zit ook Ids Postma te rekenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.