Uit een dorp bij Deventer hoorde ik dit verhaal van een vriendin die daar huisarts is. Zij had de zorg voor een jochie van een jaar of tien, dat zij zo ongeveer stervend in een soort tuinhuisje aantrof. Het ventje bleek slokdarmkanker te hebben. Er was geen moeder of andere familie en hij werd slecht verzorgd door buren die af en toe even bij hem kwamen kijken en dan wat eten of drinken achterlieten. In haar goeiigheid ging mijn collega er wat vaker heen, want ze had te doen met dat joch. Al gauw bleek dat er toen helemaal geen mens meer naar hem omkeek. Toen ze navroeg hoe dit zat, kwam ze er achter dat men in het dorp was gaan denken dat het jochie aids had, omdat de auto van de huisarts er zo vaak voor de deur stond. Uit angst voor besmetting en omdat zijn toestand dan toch hopeloos was, besloot men stilzwijgend de jongen zonder verdere bemoeienis te laten sterven.
Ongelofelijk zoiets, vindt u niet?
Waar gebeurde dit nou precies?
Ik heb gelogen: het gebeurde in Botswana, een maand of drie geleden.
'Ooooooh, in AFRIKA? Zeg dat dan even. Tsja, wat een toestanden heb je daar hè?'
Het vreemde is dat we dezelfde toestanden in Deventer schandalig vinden die we in Afrika gaan verontschuldigen.
Vorige week sprak ik met een jonge fotograaf die er in Kenia in geslaagd was een van de snelste hardlopers daar ter plaatse te fotograferen met een dravende giraf langszij, terwijl het dier goedmoedig op de naast hem voortstuivende man neerblikt. Een en ander op Nike-schoeisel, met goed uitgelicht logo, en de Kilimanjaro op de achtergrond. Hij zag reikhalzend uit naar de onderhandelingen met de reclamejongens van de firma, want 'we praten hier wel over een jaarsalaris in één kiekje'.
Het was een aardig joch en ik vertelde hem het verhaal van het alleen stervende jongetje. ,,Ja, wat een toestanden tref je daar hè?' Hij was ook behoorlijk geschrokken van sommige vormen van ellende in Afrika, maar hij had er wel over nagedacht en was zelfs tot een conclusie gekomen. Hij vertelde mij tenminste: ,,En weet je hoe dat komt? Dat komt allemaal door ons. Wij hebben Afrika compleet verwoest. Tijdens honderdvijftig jaar kolonialisme hebben wij die mensen stukgemaakt. Hun godsdienst, hun rituelen, hun muziek, alles hebben we vernietigd.'
Ik heb maar niet tegengestribbeld, want hij moest mij nog fotograferen, dus ik zei: ,,Tjonge, jij hebt er echt kijk op. Zo heb ik het eigenlijk nog nooit bekeken.'
Maar ik kan niet tegen dit vrijpleiten van de Afrikaan dat altijd wordt gevolgd door het beschuldigen van een Europeaan. Want dat er beschuldigd moet worden is de sprekers wel duidelijk, alleen wordt de Afrikaan dan als dermate sub-menselijk beschouwd dat hij de volle last van morele verantwoordelijkheid niet kan torsen, en moeten er Europese schouders aan te pas komen om deze rottigheid te dragen. In dit verband zeggen mensen ijskoud dat de Hutu's de Tutsi's hebben afgeslacht omdat VN-troepen niet tussenbeide kwamen. Dat wil zeggen: komt door ons.
Waarom we bij sommige gruwel wel, en bij andere weer niet, die toevoeging 'ja maar dat komt door' aanvaarden is mij niet duidelijk. Als ik een grof voorbeeld mag gebruiken: het verhaal van iemand die ijverig meewerkte aan de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog, wordt nooit gevolgd door een excuus in de trant van: 'Ja, maar weet je, dat komt door zijn ouders, die werden altijd zo geslagen door hun joodse werkgevers dat hij later etc'. Zoiets hoor je nooit en als je het hoorde zou je het verontwaardigd van de hand wijzen, want bij de jodenvervolging past geen enkel excuus.
Maar bij een Afrikaans jongetje dat aan zijn lot wordt overgelaten hebben we ineens allerlei verontschuldigende verklaringen paraat. Bijvoorbeeld het antropologische excuus: hij hoort niet bij die stam en de stam is daar heilig - ze zijn bang dat hij behekst is - de vloek zou ook hun vee kunnen treffen. Of het excuus vanuit de plaatselijke ellende: ze kunnen hun eigen kinderen niet eens in leven houden, laat staan dat ze zo'n jochie kunnen helpen. Of het koloniale excuus: ze hebben door ons afgeleerd hoe je voor zieken moet zorgen.
Maar ik zou willen zeggen, even alle antropologie en koloniale geschiedenis terzijde: wat een ellendige manier om met zo'n kind om te gaan, kan niet verrekken wat voor verhaal er achter schuilt.
Mensen vinden dit bot en veroordelend klinken en zoeken meestal hun toevlucht in deze cocktail: 'hij was niet van hun stam, en het blijft natuurlijk een rotstreek, maar wij hebben ze zo gemaakt'. Waarmee de Afrikaan moreel uit de wind wordt gehouden, de antropologie ook iets mag zeggen en ethiek een exclusief West-Europese aandoening blijkt te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.