*

 
dossier

Archief

Niet iedereen mag Venezuela helpen

Edwin Koopman − 18/01/00, 00:00

Venezuela likt zijn wonden. Een maand geleden, uitgerekend op de dag dat het volk ging stemmen voor een nieuwe grondwet begon het te regenen zoals het nog nooit had geregend. ,,De geboorte van een nieuw Venezuela'' noemde president Hugo Chavez de grondwet, maar zijn nieuwe kind kreeg een bittere doop.

Zeker 20000 mensen zijn omgekomen in de modderstromen. Honderdduizenden raakten hun huizen kwijt. Inmiddels loopt de noodfase op zijn eind. Er wordt begonnen met de reparatie van wegen, scholen en ziekenhuizen. Maar dat betekent niet dat iedereen zomaar mag komen helpen.

Vorige week ontzegde Chavez de toegang aan enkele schepen met Amerikaanse bulldozers, tractors en 450 mariniers, die onderweg waren naar Venezuela om de kustweg te repareren.

Amerikaans geld is welkom. De kosten voor wederopbouw worden geraamd op 20 miljard dollar. En de Verenigde Staten mogen materieel sturen. ,,Maar ik wil duidelijk stellen dat er geen Amerikaanse militairen Venezuela in komen'', zei Chavez voor de Venezolaanse televisie.

Niet alleen Amerikaanse hulp ligt gevoelig bij de nationalistische regering van Chavez. Venezuela staat onwennig tegenover welke hulp van buitenaf dan ook. ,,Dit land is niet van oudsher een ontwikkelingsland want het kan met de olie-export zelf inkomsten genereren'', zegt Monique Wortel, op de Nederlandse ambassade belast met het ontwikkelingsprogramma.

Nog maar enkele decennia geleden gaf het land zelfs ontwikkelingshulp aan zijn buren. ,,De regering is dus niet gewend aan de aanwezigheid van buitenlandse particuliere organisaties en ook niet om ermee samen te werken'', zegt Wortel.

Die indruk wordt gedeeld door Ricardo Tichauer, VN-coƶrdinator in Venezuela. ,,Er is hier geen traditie van externe hulp. De activiteiten van particuliere organisaties bleven beperkt tot hulp aan vakbonden en zaken als mensenrechten. Maar na de ramp werd het land overspoeld door organisaties de regering kwamen helpen bij de wederopbouw.'' En dat was nieuw.

Daar komt nog bij dat president Chavez, als ex-kolonel groot geworden in het militaire apparaat, er niet direct de persoon naar is om verantwoordelijkheden te delen. Volgens hulpverleners zouden ,,de dingen onder een andere regering waarschijnlijk gemakkelijker zijn gegaan.''

Er is weinig begrip voor dat hulp wordt geweigerd terwijl hele dorpen en delen van de stad meters onder de modder liggen. In de getroffen gebieden zetten de bewoners nu zelf de spade in de grond op zoek naar verloren familieleden of huisraad.

Nicky Fabiancic die de leiding heeft over het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) in Venezuela, had de aarzeling over externe hulp al snel in de gaten. Kort na de ramp benaderde hij met veel diplomatie ministers om ze te overtuigen van de goede buitenlandse bedoelingen. Inmiddels heeft hij permanent twee man bij Buitenlandse Zaken zitten om nieuwe hulpinitiatieven op de juiste manier te presenteren.

Bovendien is hij een web-pagina begonnen waarmee vraag en aanbod van hulp op elkaar worden afgestemd. ,,Met het logo van het ministerie van buitenlandse zaken erboven'', zegt hij met een knipoog. Www.emergencia99.org.ve vermeldt inmiddels zestien particuliere organisaties en enkele tientallen ambassades met hun projecten, activiteiten of financiƫle bijdragen.

,,De UNDP probeert de regering te overtuigen van het nut van samenwerken met alle betrokken partijen'', zegt Monique Wortel. Na de ramp kreeg ze de beschikking over een ton noodhulp van de Nederlandse regering, geld dat niet was bedoeld voor de Venezolaanse overheid. Het hele bedrag is naar het Venezolaanse Rode Kruis gegaan. ,,Dat is zo ongeveer de enige organisatie hier die in aanmerking kwam voor besteding van het geld.''

Het is een proces dat tijd nodig heeft, denkt Ricardo Tichauer. Ook hij heeft bedenkingen bij de weigering van de Amerikaanse schepen, maar begrijpt het ook wel weer. ,,Je kunt ze toch moeilijk dwingen hulp te ontvangen. Het is tenslotte hun ramp.''

mailIcon print |