*

 
dossier

Archief

BOEKEN

Door: redactie − 09/12/00, 00:00

Cees Nooteboom: Bitterzoet. Arbeiderspers, Amsterdam; 195 blz.-fl34,90.

Esther Jansma: Dakruiters. Arbeiderspers, Amsterdam; 52 blz.-fl31,95.

Jansma ontving in 1999 de VSB-prijs voor 'Hier is de tijd'. De jury roemde haar ,,persoonlijke, intieme wijze van benadering, die in toom wordt gehouden door een voldoende afstandelijke verwoording''.

Chris Honingh: Reis naar vallentgod. Querido, Amsterdam; 69 blz.-fl37,50.

Gedichten met surrealistische inslag: 'Vanmorgen sprong mijn hond bovenop / een wolk. Soepel en zonder veel gekef.'

Cándani: Een zoetwaterlied. In de Knipscheer, Haarlem; 59 blz.-fl29,50.

Cándani kwam in 1990 naar Nederland en woont sindsdien hier. Zoetwaterlied verwoordt de gevoelens van een Indiase immigrant in Suriname.

Wilma Stockenström: Voor de bijziende lezer. Vert. Robert Dorsman. Atlas, Amsterdam; 156 blz.-fl34,90.

Dorsman schrijft in zijn nawoord dat Stockenström 'de allervroegste geschiedenis van Zuid-Afrika laag voor laag blootlegt'. Nederlands-Zuid-Afrikaanse editie

Fleur Bourgonje: Sintering. Atlas, Amsterdam; 47 blz.-fl29,90.

Gedichten die zich deels in Broek in Waterland, deels in Spanje afspelen.

De aanblik van de winter. Wintergedichten. 521, Amsterdam; 86 blz.-fl19,90.

Nederlandse dichters over de winter. Van 'November' (Maurits Mok) tot 'Maart' (Anneke Brassinga).

William Shakespeare: Venus & Adonis. Vert. Jan Jonk. Papieren tijger, Breda; 95 blz.-fl32.

Shakespeare's debuut, over de liefdesgodin, die probeert Adonis te verleiden.

Hebben en zijn. Redactie Georg Moorman. De zingende zaag, Haarlem; 79 blz.-fl35.

Tweeëntwintig Nederlandse dichters reageren op het gedicht van Ed. Hoornik: 'Op school stonden ze op het bord geschreven / het werkwoord en hebben en het werkwoord zijn(...)'

Drs. P en Marjolein Kool: Wis- en natuurlyriek. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam; 190 blz.-fl29,90.

Vrolijke verzen voor bèta's: Bijvoorbeeld over 'kwik' of 'Wat is licht?'.

mailIcon print |