Door deze column kreeg ik contact met een Iraniër die ik Salman zal noemen. Salman woont al enige jaren in een asielzoekerscentrum in een uithoek van Nederland. Hij is uit zijn land gevlucht vanwege allerlei problemen, waarvan hij had gehoopt hier los te komen, zodat hij een nieuwe levensfase kon beginnen.
Hij heeft een paar onderzoeksgesprekken gehad, maar zijn status is nog niet erkend. Intussen raakte hij verliefd op een medewerkster van dat centrum. En zij op hem.
Die vrouw was getrouwd met een zeeman die regelmatig maanden weg is. Ze zei van plan te zijn te scheiden. Elke dag werden ze verliefder en af en toe bleef hij bij haar. Toen werd zij zwanger van hem. Hij, in de wolken over zijn nieuwe leven, stuurde zijn ouders een foto van 'zijn vrouw' en hem - rots in dat interieur. Geen verhaal over samenwonen, dat is te ingewikkeld voor Iran; nee, hij schreef getrouwd te zijn en een kind te verwachten.
Salman genoot ervan vader te worden. Wat was dit een leuk leven: een vrouw, liefde, een huis, een kind op komst . . . ongelofelijk.
Maar opeens kwam zij niet meer op het centrum en kreeg Salman te horen dat ze daar niet meer werkte. Toen hij haar belde en vroeg waar ze bleef, vertelde ze dat haar man terug was. Zij had zich bedacht. Haar man heeft een goed inkomen: wat heeft hij, zonder bron van bestaan, haar te bieden? Niks scheiding. Ze ontkende zelfs dat zij iets met hem had. ,,Maar jouw dagboek en foto's van ons liggen wel hier,'' herinnerde hij haar. Zij heeft daarna haar man verteld over haar relatie met een Iraniër van wie ze zwanger was. Aan Salman schreef ze dat haar man alles accepteerde. Achteraf hoorde hij dat die man geen kinderen kon krijgen en daarvoor in behandeling is geweest.
Toen hij boos naar hen toeging om verhaal te halen, belden zij de politie dat hij hen bedreigde. De politie kalmeerde en waarschuwde hem. 'Wat heb ik meegemaakt? Ben ik wakker of heb ik alles gedroomd?' vroeg hij zich in zijn brief aan mij af.
In hem bleef maar rondzingen: 'dat is míjn kind, míjn bloed, ík ben de vader!' Hij stapte naar een advocaat, die hem uitlegde dat het kind binnen een huwelijk geboren wordt en dat als haar wettige echtgenoot dat kind accepteert, het nooit aan hem toegewezen zal worden. Wel mag hij van hen af en toe 'zijn' kind zien.
Salman blijft vinden: 'dat kind is van mij! Het is mij afgepakt'. Hij bedenkt niet dat het ook van die moeder is en dat die een grotere rol speelt in het leven van haar kind.
Ook realiseert hij zich niet dat hij iets heeft gedaan dat hij in zijn eigen land nooit ongestraft had kunnen doen. Vreemdgaan is zo oneervol dat het onder de islamitische wet leidt tot zware straf. Voor je familie heb je afgedaan - voor hen ben je voor altijd het zwarte schaap. Ook het accepteren van zo'n kind, zoals die zeeman deed, zou in een islamitische omgeving niet kunnen: zou té oneervol zijn. Zo'n kind blijft z'n hele leven 'haram zadeh', onrein geboren.
Salman denkt alleen 'Iraans' waar het hem uitkomt (het kind komt toe aan de man of diens familie), maar niet waar het in zijn nadeel is (gestraft worden). Als handlanger van het lot hielp hij een onvruchtbaar huwelijk aan een kind. En in plaats van eraan te ontsnappen, verergerde hij zijn eigen ongunstig lot: behalve vrouw, kind en huis, is hij nu ook zijn droomfantasie over verbetering van zijn omstandigheden kwijt.
Zoveel verlies is niet eenvoudig te dragen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.