Het naderende bezoek van paus Johannes Paulus II aan Israël, Jordanië en de Palestijnse gebieden, eind maart, gaat samen met een verbetering van de betrekkingen tussen het Vaticaan en andere moslimlanden in de regio. Met de Golfstaat Bahrein zijn diplomatieke betrekkingen aangeknoopt en in Katar wordt voor het eerst in 1300 jaar een kerk gebouwd.
Het Vaticaan heeft gisteren bevestigd dat de pausreis naar het Midden-Oosten plaatsvindt van 20 tot 26 maart. Op het programma staan onder meer de berg Nebo in Jordanië, waar Mozes zou zijn gestorven, Jeruzalem, Bethlehem en ontmoetingen met koning Abdallah, president Weizman, premier Barak en president Arafat. Het bezoek aan Irak (Ur, geboorteplaats van Abraham) is node geschrapt, wegens het door het geldende vliegverbond in de streek. Mogelijk gaat de paus in februri ook naar de berg Sinai in Egypte - alles in het kader van het jubeljaar 2000.
Het Vaticaan heeft decennialang de formele erkenning van de staat Israël afgehouden, onder meer uit bezorgdheid voor de relaties met de moslimwereld. Maar ook daar boekt het Vaticaan vooruitgang. De Golfstaatjes en Saoedi-Arabië behoren tot het handjevol staten die geen diplomatieke betrekkingen met de Heilige Stoel onderhouden. Maar nu is ook Bahrein om.
Vrijwel tegelijk heeft Katar toegestemd in de bouw van een kerk, ten behoeve van de naar schatting 60000 rk en 10000 orthodoxe gelovigen in dit olie-emiraat, vrijwel allemaal buitenlanders, bijna 15 procent van de bevolking. Enkele aren geleden zou een kerk in Katar, net als nu nog in Saoedi-Arabië, ondenkbaar zijn; de verandering wordt toegeschreven aan de komst van sjeik Hamad abin Khalifah al-Thani die zijn vader in 1995 afzette.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.