*

 
dossier

Archief

Politiek terughoudend met sponsoring

Maaike van Houten − 27/01/00, 00:00

De VVD zou graag zien dat politieke partijen actief op zoek gaan naar sponsors. Maak een gezamenlijk fonds voor alle partijen, oppert het CDA. De PvdA doet een beroep op de overheid. Vandaag bespreken de voorzitters van de partijen hun ideeën om de financiële nood te lenigen met minister Peper van binnenlandse zaken.

De meeste politieke partijen krijgen steeds minder leden en daardoor droogt een belangrijke inkomstenbron op -over deze analyse is er geen verschil van mening. Maar hoe moeten de partijen, naast de subsidie die ze van de overheid krijgen, dan aan hun geld komen?

Bas Eenhoorn, voorzitter van de VVD, stelde eind vorig jaar -ver voor de CDU-affaire in Duitsland- voor dat de politieke clubs actief op zoek gaan naar sponsors. Om belangenverstrengeling te voorkomen moet dat gepaard gaan met een gedragscode. Openbaarheid moet voorop staan, aldus de VVD, en ook moet duidelijk zijn wat de prestatie is die de sponsor levert en wat de tegenprestatie van de politieke partij is. Dus: het bedrijf dat geld stort voor een debat krijgt er een vlaggetje op tafel voor terug.

Partijen mogen zich onder voorwaarden laten sponsoren, maar zijn daar zeer terughoudend in. Politicoloog Ruud Koole zei onlangs in Trouw dat bedrijven er de noodzaak niet toe zien, omdat ze in de Hollandse polder ook zonder donaties invloed hebben.

De VVD kreeg twee soorten reacties. De week nadat Eenhoorn zijn plannen ontvouwde, ontbood de SP -een groeier in ledental -de minister van binnenlandse zaken in de Tweede Kamer. Peper diende onmiddellijk een verbod uit te vaardigen op sponsoring. Ook de PvdA en GroenLinks toonden zich er beducht voor. Dat de VVD van origine nauwere banden met bedrijven heeft, zal daaraan zeker hebben bijgedragen: zometeen zwemt de VVD in het geld en heeft links het nakijken. Bovendien zou de onafhankelijkheid van partijen in gevaar komen. Aan sponsoring van verkiezingscampagnes moesten ze al helemaal niet denken. En minister Peper? Die reageerde kritisch en vroeg de partijvoorzitters te komen uitleggen hoe de partijen nu precies aan hun geld komen. Dat gesprek is vandaag.

Inmiddels ligt er nog een reactie op het VVD-sponsorplan. Van CDA-voorzitter Van Rij, net als Eenhoorn werkzaam bij Ernst en Young. Het CDA heeft enige ervaring met sponsoring. ING en drukkerij SDU gaven een donatie voor een symposium ter gelegenheid van het tienjarig bestaan. En voor de jaarboeken kreeg het CDA een bijdrage van het bedrijf dat zijn acceptgirokaarten regelt.

Om belangenverstrengeling en beïnvloeding te voorkomen, acht het CDA het beter dat het bedrijfsleven geen individuele partijen steunt. Beter is een fonds op te richten waarin bedrijven geld kunnen storten. Daarop moeten alle partijen aanspraak kunnen maken, naar rato van hun ledental. Dat voorkomt ongelijkheid én is een handreiking naar bedrijven. Het CDA weet van 'maatschappelijke ondernemers', die wel geld willen geven aan de politiek als geheel, maar directe banden met één partij afwijzen.

De PvdA is niet meteen tegen deze variant van sponsoring. Met de dringend gewenste onafhankelijkheid is het in deze variant beter gesteld dan in het liberale plan. Ook is het bezwaar weggenomen dat de partij wordt bevoordeeld die letterlijk beter in de markt ligt. Maar ook PvdA-partijvoorzitter Van Hees heeft een idee om het geldgebrek het hoofd te bieden: verdere verhoging van de overheidssubsidie, liefst in de vorm van een premie op ledengroei. De PvdA is zelf bereid de 85000 gulden die zij jaarlijks krijgt van verzekeringsmaatschappij Reaal, ter discussie te stellen. Hoewel die erfenis uit de tijd dat de ene loot van de rode familie de andere hielp een ander karakter heeft dan bedrijfssponsoring, zou het verbreken van de banden volgens de huidige PvdA'ers wel zo zuiver zijn.

mailIcon print |