De twee ondernemers die halverwege de jaren '90 op een Haags terras lunchten, ronkten van tevredenheid over Paars. Wat was er beter dan een kabinet met een PvdA-premier dat een VVD-beleid voerde. Los van de kwaliteit van hun waarneming, is het een intrigerende vraag of sociaal-democraten met het spiegelbeeld ook zo in hun sas zouden zijn? Dat spiegelbeeld is niet denkbeeldig, nu de PvdA kwetsbaar begint te worden. Het leiderschap van Kok heeft in de botsing met Van Aartsen schade opgelopen, de opvolgingskwestie legt een steeds zwaardere druk op de partij en intussen ettert de bestuurscrisis door het terugtreden van voorzitter Van Hees door. Dat zal vanzelf een weerslag hebben op het optreden van het tweede kabinet-Kok. Als de afgelopen weken maatgevend zijn, gaat het struikelend richting verkiezingen. De staaltjes van kritische afstand die we nu uit de paarse bankjes zien, zijn eerder tekenen van muiterij dan van een onverwachte bekering tot het dualisme. Volgens een oude Binnenhofse wet komt er in een coalitie na zeven jaar de klad.
De recente black-out van Kok, de vraag wie hem moet opvolgen en de crisis in de PvdA hebben schijnbaar weinig met elkaar te maken, maar kunnen alle worden gezien in het perspectief van een partij die krampachtig poogt de verworven macht te behouden. Daarbij speelt de sociaal-democraten parten dat hun verhouding met de macht altijd een absoluut karakter heeft gehad. Voor relativering was nooit veel plaats. Dat verklaart waarom de cultuur in de partij een monistische is en speelse geesten als Piet de Visser heeft uitgestoten. Dat is een opvallend verschil met de VVD, die relativerender en mischien ook wel intelligenter en genuanceerder met de macht omgaat. De vorige VVD-leider, Frits Bolkestein, bood in de vorige verkiezingscampagne Kok het premierschap aan, ook als zijn eigen partij groter zou worden. Waarschijnlijk meende hij daar geen snars van, maar een PvdA-leider zou zo'n aanbod nooit en te nimmer doen. Daarvoor is de claim van de sociaal-democraten op de macht te absoluut. Niet voor niets kwam deze partij in de jaren '70 met een meerderheidsstrategie op de proppen, die haar na vier jaar kabinet-Den Uyl zelf fataal werd en voor twaalf jaar terugwierp in de oppositie. De oude Adam van dat denken is nog altijd springlevend, ook al ziet hij er wat bestuurlijker, zo niet regentesker uit dan dertig jaar geleden en al is het geloof in het vormgevend vermogen van de politiek aanzienlijk geslonken. Daardoor krijgt de strijd om het machtsbehoud iets hols en naargeestigs.
Zou er sprake zijn van een iets relativerender machtsvisie, dan zou de partij wat ontspannener op de volgende verkiezingen kunnen afgaan. In het perspectief van wat de VVD-ondernemers op het Haagse terras over het eerste kabinet-Kok opmerkten, zouden ze zelfs niet gebukt hoeven te gaan onder een situatie waarin de VVD de grootste partij wordt. Zo'n uitkomst zou eerder nog een vermomde zegen voor de PvdA kunnen zijn, omdat zij dan wordt verlost van de gijzeling die het gevolg is van het premierschap van haar eerste man en meer energie kan vrijmaken voor andere zaken, zoals het revitaliseren van de partij. Herstel van gezonde politieke en democratische verhoudingen tussen de leden en de top in Den Haag is urgent. Dat is voor de langere termijn veel belangrijker dan de vraag wie Kok opvolgt. Maar dat vereist dat de partij in staat is belangen te definiƫren die uitstijgen boven het belang van het appeal van een lijstaanvoerder of de persoonlijke gekrenktheid van een partijvoorzitter. De grote winst van de Leefbaren in Utrecht, hun vermogen mensen te mobiliseren, is een mene tekel dat moeilijk over het hoofd kan worden gezien.
Het vertrek van Kok na deze ambtstermijn (en tegen die tijd dertien jaar ministerschap) zou een hoop ruimte scheppen in de PvdA, zeker voor de cruciale vraag of zij nog een democratische politieke organisatie wil blijven die steunt op leden, open debat en belangenafweging of louter een verkiezingsmachine naar Amerikaans model, die politieke doelen formuleert op basis van opiniepeilingen en andere marketingmethoden. De kansen voor de eerste optie lijken thans klein, maar de risico's van de tweede mogelijkheid zijn groot. Daarbij telt vooral het gevaar van onverschilligheid en vervreemding, dat ruimte creƫert voor allerhande avonturiers. Die cruciale vraag, die overigens niet alleen in de PvdA urgent is, blijft onbeantwoord als alle energie wordt gestoken in de machtsvraag, waarvan de betekenis in een coalitieland als het onze, met een collegiaal bestuur en een poldermodel, erg beperkt is. Tegelijk is duidelijk dat er een genuanceerder kijk op de macht mogelijk is. Met andere woorden, een PvdA in een kabinet-Dijkstal kan, samen met pakweg GroenLinks, misschien meer invloed en betekenis hebben dan in de huidige constellatie. Gaat dat de liberalen te ver, dan kan de PvdA samenwerking met CDA en GroenLinks zoeken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.