Het Oost-Vlaamse Korsele is een gehucht van niets. Een provinciale weg, die ook Korsele heet, met wat huizen eraan, een kerk en de boerderijen eromheen. Toch wist op deze plek, half verstopt in de glooiïngen van de Vlaamse Ardennen, eeuwenlang een gemeenschap protestanten in een zee van roomsen te overleven. Maar nu dreigt zij alsnog te verdwijnen. ,,Nog één generatie. Dan zijn ze weg.''
De geschiedenis van Korsele leest als een variant op een Asterix-strip: ,,Vierhonderd jaar geleden werden de hele Zuidelijke Nederlanden (zo heette België toen) weer onder de kerk van Rome gebracht. De hele Zuidelijke Nederlanden? Nee, een kleine nederzetting van protestanten bleef moedig weerstand bieden en maakte het de roomsen in de omringende plaatsen niet bepaald makkelijk.''
Behalve aan stripboeken doet het gehucht ook aan de oude schoolplaten denken. Zijn inwoners zouden afstammen van de Geuzen, de ruwe strijders voor Calvijn en Oranje uit de Tachtigjarige Oorlog. Van de Bosgeuzen om precies te zijn, omdat de Ardense heuvels in die tijd nog dichtbebost waren. Hun Hollandse en Zeeuwse strijdmakkers vielen aan vanaf de zee. Vandaar hun naam Watergeuzen.
,,Geuzenbloed? Wel zeker!'', zegt een jonge vrouw. Voor haar is de overlevering niet alleen een mooi verhaal. Maar haar achternaam is dan ook Blommaert. Trots: ,,Ik stam in rechte lijn af van Jacob Blommaert.'' Deze tapijtwever nam de wapens in 1572 op en veroverde in naam van de Prins de zo'n tien kilometer verderop gelegen stad Oudenaarde. Haar verre voorzaat is dé lokale held.
Een groep oude mannen voor het hek van het kerkhof lacht. ,,Och ja, als dat moet, kan bijna iedereen hier zich daarop laten voorstaan.'' Want wie in Korsele niet zelf Blommaert heet, heeft er altijd een paar in zijn stamboom zitten.
Een rondgang langs de zerken op het lommerrijke kerkhofje onderstreept hun woorden. Steeds komen een paar dezelfde namen terug. Zoals in elke enclave trouwde Korsele tijden achtereen in het eigen kringetje.
Om te zorgen dat die geschiedenis van eeuwen knokken voor de ware leer ook blijft leven richtte de gemeente tien jaar geleden een museumpje in, schuin achter de pastorie. Het is een passie van Hans Blokland, al ruim dertig jaar predikant van deze Samen-Op-Weg-gemeente met ruim honderd leden. Toeristen die op de zondagsdienst afkomen, geeft hij een aparte rondleiding. Om te vertellen van het wonder.
Losjes, maar met gevoel voor dramatiek vertelt hij over de donkere begintijd. De inquisitie joeg op de ketters, zodat ze voor de buitenwacht deden alsof ze katholiek waren en alleen 's nachts in het geheim samen kwamen. Toen de kudde werd gedoogd, kwam er ander geweld. Roomsen kwamen kinderen uit het weeshuis roven om hen in het klooster te stoppen. De arme keuterboeren hielden 's nachts de wacht ,,omdat ze de pezen van de paarden kwamen doorsnijden.''
Zelfs de doden waren niet veilig. Korsele moest hen in de tuin begraven. ,,Alleen een struik mocht de plek markeren, anders zouden de roomsen het graf vinden en schenden.'' Het eigen kerkhofje kwam pas in 1824, toen de Hollandse koning Willem I regeerde, en er eindelijk godsdienstvrijheid was. Een steen in de kerkhofmuur eert de vorst nog altijd.
De vitrines zitten vol en glanzen, maar buiten de muren van het museumpje heeft het verval hard toegeslagen. Nog niet lang geleden was Korsele een gemeenschap van louter boeren, nu is er niet één meer. De boerderijen zijn enkel woonhuis. Tussen hen zijn villa's verrezen van mensen die 'niets' zijn of katholiek. ,,Dat bestond vroeger niet, dat een protestant grond verkocht aan een katholiek'', mijmert oud-leraar Wilfried De Jonge.
Hij is een van de echte getrouwen uit de gemeente, gehuwd met een Blommaert, organist in de kerk. Alle huwelijken die hij de laatste jaren heeft begeleid waren gemengd. En toch had hij al die jaren nog hoop dat zijn kinderen het anders zouden doen. Het is al weer even geleden, maar hij vertelt het toch nog met pijn in het hart: zijn jongste trouwde ook met een katholiek.
De strenge zondagsheiliging ging, het Belgisch bier deed zijn intrede op een jaarlijkse barbecue. ,,Terwijl ik me nog goed herinner hoe een vorige dominee vanaf de kansel jubelde toen het enige café hier op het eind van de straat toeging. Dat kwaad was uitgebannen. Dat café was van een katholiek, dat spreekt voor zich.''
Nog zo'n typisch kenmerk van de protestantenhoek. ,,Wij gingen heel trouw bij elkaar op verjaardagvisite. Terwijl een Vlaming die dag niet vierde.'' Ook voorbij.
De protestanten van Korsele dronken ook geen koffie maar thee. Ze leefden meer binnenshuis dan roomse streekgenoten, zorgden dat het daar gezelligheid was en heetten zuinig en proper. ,,Geen wonder'', riep de buurt dan, ,,daar stammen ze af van de Hollanders.''
Onzin, blaast de organist, hoe vaak hij niet heeft moeten horen dat echte Belgen rooms-katholiek zijn. Maar feit is dat de Nederlandse invloed in Korsele sterk was. Het Zuiden bracht geen predikanten voort, die kwamen uit het Noorden. En die voorname heren brachten steeds eigen bedienden en een gouvernante voor de kinderen mee. Deze elite bracht Korsele zijn aparte manieren bij: theedrinken, netheid, verjaardagen.
Een keer per jaar, op 15 augustus, kwamen de broeders uit het Noorden zelfs met een flinke groep op bezoek. Terwijl de rest van België dan de roomse feestdag Maria Hemelvaart vierde, hield Korsele uitdagend Zendingsdag.
,,De bezoekers werden in optocht van het station in de stad opgehaald. Muziekkorpsen begeleidden de stoet om de katholieken uit hun huizen te krijgen en mee te lokken'', herinnert De Jonge zich.
Vele honderden mensen verzamelden zich op een wei achter de pastorie voor zang en gebed. Weer een tafereel dat aan een schoolplaat herinnert. Moesten de eerste calvinisten geen hagepreken, diensten in de open lucht, houden? Die ene dag per jaar voelde Korsele zich geen minderheid.
Zendingsdag bestaat nog altijd, maar Zeeuwen en Hollanders komen niet meer. Met hen verdwenen de Hollandse gewoonten. De bosgeuzen drinken geen thee meer. En met Blokland kreeg Korsele voor de tweede keer in zijn historie een Belgische voorganger. De protestantse enclave is heel hard op weg een doorsnee Belgisch gehucht te worden.
De roomse omsingeling viel in de jaren '60 in korte tijd weg. Korsele was plots eiland af. Dat heeft ook veel goeds gebracht, weet De Jonge. De sfeer werd minder verstikkend, de jaloezie nam af. ,,Vroeger wist je alles van elkaar en hield men elkaar scherp in de gaten. Wie pikt er dat stukje grond in? Welke boerenzoon gaat er met die meid lopen? Dat gaf grote ruzies. De huwelijkskeus was beperkt. Als je als jongen er naast pakte, moest je hopen op de Zendingsdag of anders in Nederland je licht op gaan steken.'' Hij wijst, de overbuurvrouw is een geboren Katwijkse.
Van alles is geprobeerd om het verval te stuiten. Korsele kreeg een fabriekje in plastic ordners om te voorkomen dat gemeenteleden zouden wegtrekken om werk te vinden. Er kwam een bedrijf in sanitair en één in naaimachines om dezelfde reden. Men dacht na over een weeshuis en heel even over een asielzoekerscentrum? Maar tot protestantse banen kwam het niet. De jongeren trekken weg. Geen nieuwe aanwas. Of toch een beetje? In de ogen van dominee Blokland is het museumpje in dat opzicht een succes. Want naast de historie bewaken heeft dat voor hem ook een zendingsrol. De Asterix-mythe van heldhaftig verzet, is een mooie ingang om over het geloof te beginnen. ,,Zeker een tiental bezoekers is zo tot geloof gekomen.''
Hans Nelis, hoogleraar microbiologie, is zo'n bekeerling. Hij zag weliswaar het licht tijdens een vakantie op een van de Waddeneilanden, maar kwam na lang zoeken uit in Korsele, deed er belijdenis en ging er wonen. ,,Vanwege de mythe. Ik voelde me altijd tot marginale groepen aangetrokken, mensen die anders durven zijn, de underdogs.'' Thuis heeft hij een ruime bibliotheek over besloten religieuze gemeenschappen, zoals de Hernhutters en de Amish.
Nelis mag dan van zelf buiten komen, hij heeft er moeite mee dat de dominee Blokland de deuren van Korsele zo ver openzet. Hoe kan hij blij zijn met de bussen toeristen die op het museumpje afkomen? Bezoekers die met de neus tegen de ruit gedrukt voorbijrazen, ten onrechte verwachtend zwarte kousen of hoedjes te zien.
Waarom trouwt hij stelletjes die amper een band met de gemeente hebben en vooral maar komen omdat het kerkje zo mooi in het groen ligt? ,,Ik kan hem niet volgen in zijn openheid.'' Een bekering begint binnenin, niet bij een trouwreportage of in het museum, weet hij uit ervaring. Nelis viel juist op Korsele omdat het een enclave was.
Nog diepgaandere bezwaren heeft hij tegen de religieuze koers van de predikant. Blokland ziet het verleden niet alleen als positief maar ook als last. Het godsdienstig leven is in zijn ogen door dat eeuwenlange isolement afgestompt geraakt en formalistisch geworden. ,,De mensen zagen zich als het uitverkoren volk, als het Jeruzalem van het Noorden. Ze houden zich aan oude zondagsschoolverhalen vast of bazelen precies de belijdenis na''.
Hij ziet het als zijn opdracht Korsele ,,te leren zelf na te denken. Daarom preek ik altijd wat uitdagend. Ik vertel ze dat ze het verhaal dat Jezus over het water liep niet letterlijk moeten nemen. En die draak van de Openbaring.''
,,Ook bij huisbezoeken probeer ik de zaken altijd bij de naam te noemen. Waarom mochten vrouwen hier vroeger niet op het land werken? Daar sprak men niet over. Omdat de mannen te snel opgewonden raakten als zij hen met de bips omhoog zagen, roep ik dan. 'Dominee', zeggen de mensen dan, 'Hoe kunt U dat zomaar zeggen. Er zitten kinderen bij!'.''
Ook de banden met Nederland maakten gemakzuchtig, vindt de predikant. ,,Als we een probleem hadden, hoefden we maar een brief te schrijven en meteen sloegen Nederlanders aan het collecteren voor deze 'broeders onder het kruis'. Geld was er nooit tekort.'' Dat het nu soms anders is, ziet hij niet als een groot bezwaar. De gemeente heeft in elk geval geleerd op eigen benen te staan.
In de ogen van Nelis is de dominee te provocerend en te modernistisch. ,,Hij werpt zich op als de redder van deze geuzenhoek. In feite zegt hij: 'Domme geuzen toch, ik zal wel eens vertellen hoe het zit. Dat zet kwaad bloed.''
Zijn gevoel wordt gedeeld door een groep orthodoxen. ,,Hij breekt alles af wat ik geleerd heb. Hij spot zelfs met het kerstverhaal. Nieuwlichters als hij blijven met niets dan twijfels zitten'', zegt Arnold De Jonge.
Hij is een neef van de organist, eveneens getrouwd met een Blommaert, maar uit een andere tak. Ruim 33 jaar geleden trok hij weg uit Korsele, maar hij hield de banden aan. De Jonge is voorzitter van het bestuur van het museum en zingt in het koor. ,,Zolang Blokland er staat, zet ik geen stap meer in de kerk, of het moet zijn om mijn neef te helpen.'' Met hem haakten meer orthodoxen af.
De dominee kent de klacht. Hij lacht: ,,Die mensen zeggen: 'We moeten even de tijd met die heidense dominee uitzitten. Daarna komt er wel een goeie. Of ze komen wel, maar alleen om mij op fouten te betrappen.'' Maar Arnold De Jonge ziet de rechtzinnigen nooit meer terugkomen. ,,Wie eenmaal die stap zet, gaat verloren. De verwijdering wordt met de jaren alleen maar groter.''
Ook Nelis is op afstand komen te staan. Zijn vrouw wil al jaren niet meer naar de kerk vanwege alle spanningen. ,,Ik ben ontgoocheld geraakt'', erkent hij. De Geuzen bleken bij een reeks conflicten helemaal niet zo graag 'anders' te willen zijn. Ze staken hun kop in het zand, kozen voor de gulden middenweg of volgden braaf de dominee. ,,De mythe is niet dood, maar heeft veel glans verloren.'' Hij overweegt weer uit Korsele te verhuizen.
Dat verrast Arnold de Jonge niets. De meeste nieuwe Geuzen haakten de afgelopen jaren af. ,,Vaak waren het mensen die na ruzies met een pastoor uit de katholieke kerk stapten. Ze kunnen lang niet allemaal de stap naar het protestantse denken zetten. Bovendien aardden ze niet echt. Historisch vinden wij alles wat van buiten komt bijzonder verdacht. Die traditie vlak je in veertig jaar niet uit.''
Hij durft niet te zeggen hoe lang de gemeente het houdt. ,,Maar we mogen er niet van uitgaan dat God het wel zal bewerken.'' Hij maakt zich zeker grote zorgen over zijn museum. Dat drijft helemaal op bejaarden. Geen jongere wil zich daar voor inzetten.
Nelis heeft zich erin verdiept. Hij heeft de cijfers over verloop, ontkerkelijking en vergrijzing paraat. Op zondag zitten er doorgaans zo'n twintig mensen in de kerk. ,,Nog één generatie. En dan is het hier afgelopen.''
Blokland is optimistischer, maar hij zou het 'geen ramp' vinden als de gemeente verdween. Voor de hele kerk zou het goed zijn als ze weer eens een tijd de catacomben in moest. ,,Dan zou ze winnen in geestelijke verdieping.''
,,Zegt onze dominee dat?''. Organist De Jonge schrikt. ,,Nee deze gemeente mag zeker niet verdwijnen. Er zouden er heel wat in de omgeving grinniken als dat gebeurde. Vooral oudere katholieken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.