Veel jongeren die op Curaçao ooit in het wijkje achter de Isla-raffinaderij voetbalden, staan nu te tafeltennissen in 't Hobbeltje in Dordrecht. Ze wisten wel dat het leven aan de Noordzee geen sprookje was, maar wat moesten ze op een tropisch eiland, zonder geld? Deel vier van de serie 'Koninkrijk Overzee'.
Het is koud. Signald Bernadina doet zijn hagelwitte jack niet uit. Twee jaar is de rijzige Antilliaan in Nederland. Op Curaçao, in de wijk Buena Vista, had hij geen toekomst meer. Van zijn inkomen als loswerkman kon Signald niet meer leven. Het aanbod van klusjes droogde door de economische crisis op. Zijn ogen gaan glinsteren als hij vertelt waarom bij vanavond in buurthuis 't Hobbeltje is. ,,Met de tamboergroep repeteren. Tambu Simbagwe, heten we. Onze cd ligt net in de winkel.''
Signald mag niet meer in Krispijn wonen. ,,Justitie zegt dat ik het slechte voorbeeld geef'', zegt hij onderkoeld. ,,Ik begrijp de politie wel. Bij problemen moeten ze wat doen. Als ik bij een patatzaak stond, zeiden ze, doorlopen! Dan voelde ik me weggestuurd, beledigd. Ik woon nu in een rustiger buurt. Het is beter zo. Geen Antillianen.''
Signald voelt zich artiest, al is hij voorlopig steigerbouwer. In de tamboergroep zingt hij ook, op Curaçao deed hij dat al graag. Op Curaçao is Dordt een bekende plaats. In arme wijken als Buena Vista, maar ook in de beruchte bajes Koraal Specht, doet het hardnekkige verhaal de ronde dat in het Drechtstadje het leefklimaat een stuk toleranter is dan in het grote Rotterdam. Vandaar dat er opvallend veel jongens die ooit in het wijkje achter de Isla-raffinaderij een potje voetbalden, nu staan te tafeltennissen in 't Hobbeltje.
Signald is blij met zijn leiderschap van de band. Het houdt hem van de straat en hij doet zijn landgenoten er een plezier mee. ,,Het is heel belangrijk voor Antillianen om eigen muziek te horen.'' In de zomer, zegt hij vol vuur, zou het mooi zijn om buiten.... Op hetzelfde moment snoert Signald zichzelf de mond. ,,Daar klinkt het beter. Maar ja, de overlast.''
Efrain Cicilia is op en top optimist. Waar hij komt, in Nos Kas, Burgerwacht of nu in 't Hobbeltje, Efrian wordt op de schouders geslagen. Of hij geeft zelf een por, met een stralende lach van ivoor en goud. Zijn status binnen de Antilliaanse gemeenschap is enorm. Hij traint voetballertjes, oefent met het zangkoor, kletst kansarme jongens in de richting van iets zinnigs. Want ook in het Papiaments is 'Ledigheid des duivels oorkussen', is Efrains stelling.
Wendell Sirvaria wordt door Efrain bij zijn lurven gepakt. Hij moet vertellen over NosCuNos, het softbalteam 'Wij en Wij'. Als tegenhanger van alle misdaadverhalen over Antillianen, willen ze positieve geluiden de wereld inbrengen. Efrian en Wendell zijn panisch als wordt gesproken over schietpartijen. Efrain: ,,Ik organiseerde op een feest een Jerry Springer-act in het Papiaments. Antillianen zijn dol op toneelstukjes. Krijgen er twee ruzie en schieten op elkaar. Weg leuk feest, kom maar binnen rotnieuws.''
Volgens Wendell en Efrain is het een kwestie van tijd dat de Antillianen in wijken als Krispijn, zich meer gaan mengen met anderen. Aan de ramen in de wijk is vrijwel zeker af te lezen welke etnische groep er achter woont. Het lijkt of de Turken, Nederlanders en Antillianen in de wijk hun achtergrond vanuit hun woning extra willen benadrukken.
Urenlang kan Efrain aanstekelijk vertellen over zijn initiatief Bon Aire, waarmee hij zich de status van een sportieve en sociale pater familias van de Antillianen heeft verworven. Negen jaar geleden streek hij neer in Dordt. Efrain: ,,Omdat er hier niets te doen was, heb ik een domino-toernooi georganiseerd. Daarna een Bonaire-dag. Daar kwam Bon Aire uit. Mooie Lucht, voor goeie initiatieven.''
Trommelaars als Signald trekken zich aan hem op. Wendell helpt hij met zijn sporters. Zijn koor zingt elke maand in de kerk. Sinds 1 januari is Efrain de door de gemeente aangestelde vraagbaak voor Antillianen. Efrain is wat in de jaren zeventig een straathoekwerker heette, de sociaal werker die in de tachtiger jaren is wegbezuinigd. Al heet wat Efrain gaat doen nu intermedair, wat mooi rijmt op zijn Bon Aire.
Efrain is zelf het levende bewijs dat iemand zijn kansloze toekomst kan ombuigen tot een successtory. ,,Toen ik negen jaar was, nam mijn vader me mee naar Curaçao. Mijn moeder bleef op Bonaire. Daar liet hij mij achter bij zijn tweede vrouw. Op mijn veertiende moest ik van school. Geen geld. Ik zou leren timmeren, maar aan een hamer vasthouden ben ik nooit toegekomen''. Ook in zíjn jonge jaren was de wijk Scharloo in Willemstad al niet bepaald het neusje van de zalm. ,,Mijn vader en moeder kregen kinderen van andere vrouwen en mannen. Totaal tien bij de één; tien bij de ander. Eerlijk toch?'' Efrain schatert het uit.
De jonge Efrain kwam terecht in Hotel Venezuela, was manusje van alles. ,,Kelneren, schoenen poetsen, ballenjongen bij tennis, ik draaide kroketten. Survivallen was het.'' Zoals zoveel Antilliaanse jongens kwam hij uiteindelijk achter een bar terecht. Zijn charme bracht hem ver. Gerenommeerde hotels als Prinsess Beach en Hilton maakten van zijn diensten gebruik, maar bonjourden hem nadat zijn contract was afgelopen net zo makkelijk weer op straat.
Efrain: ,,Scharloo werd toen al als criminele wijk gezien. Ik had verkering met Carla, die nu mijn vrouw is. Zij woonde in Pietermaai, en daar willen ze niets met Scharloo te maken hebben. En toch is het gelukt met Carla.'' Efrain keerde op een gegeven moment terug naar Bonaire. ,,Er zat een gat in mijn hart. Ik verlangde naar mijn eiland. Bonaire is het platteland. Als negenjarige werd ik gedeporteerd naar de grote stad op Curaçao. Naar de herrie, stromend water, agressie en electriciteit.''
Het deed hem pijn toen steeds meer vrienden van het stille eiland vertrokken. ,,Ik wilde niet naar Nederland. Mij was verteld dat alle zwarten daar pooier werden. Ik trouwde met Carla. Maar de berichten uit Holland werden steeds sterker: daar kreeg je een huis en geld voor meubels.'' Efrain en Carla besloten in Nederland te gaan 'proefdraaien'.
Efrain: ,,Vanaf de eerste dag in Dordrecht heb ik me voorgenomen: ik ga er wat van maken.'' Maar in de harde praktijk valt dat niet mee. Hij solliciteert zich een slag in de rondte. Op een Antilliaanse barman zonder diploma zit Dordt en omstreken niet te wachten. Vier jaar bivakkeert hij in de banenpool. ,,Eerst schoonmaken in een sporthal. Daarna een cursus sportstimulering.''
Net als Efrain nog een serie activiteiten als vrijwilliger wil gaan spuien, wordt hem advies gevraagd door een trommelaar van Tambu Simbagwe. ,,Ik wil mensen helpen. Mijn vader en moeder hebben dat nooit kunnen doen. Ik ben een Antilliaanse vader van drie kinderen. En heb er nog eentje bij mijn byside. Als we doorzetten kunnen zij nette Antillianen worden, zeg ik tegen ze. Kijk naar mij!''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.