De toch al kwakkelende euro is gisteren in een ware duikvlucht beland. In Amsterdam noteerde de Europese munt aan het eind van de handel voor het eerst onder pariteit met de Amerikaanse dollar, op 99,10 dollarcent.
Ook tegenover de Japanse yen vertoont de euro een sterke koersval. In New York ging de euro 'savonds nog verder onderuit, tot een historisch dieptepunt van zelfs ruim onder de 99 dollarcent. Eerder deze week kwam de koers ook enkele keren onder een dollar, maar een slot onder die grens was in Amsterdam nog niet geregistreerd.
Oorzaak is een enorme geldbeweging uit Europa naar de Verenigde Staten. Deze exodus lijkt teweeg gebracht door de verwachting onder analisten dat de rente in de VS sneller omhoog zal gaan dan die in Europa, wat beleggen in Amerikaanse obligaties aantrekkelijker maakt dan in Europese. Daarnaast komt Washington vandaag met waarschijnlijk gunstige economische groeicijfers over het vierde kwartaal van vorig jaar. Dat zou betekenen dat het bedrijfsleven er nog beter voorstaat dan gedacht. En omdat niet te verwachten is dat de Amerikaanse economie later dit jaar sterk zal afkoelen, blijven beleggingen in Amerikaanse aandelen lucratief, en stroomt er ook om die reden Europees geld de oceaan over.
Sinds de start van de euro, begin vorig jaar, is de dollar nu al liefst 16,5 procent in waarde gestegen. In guldens uitgedrukt moest voor de Amerikaanse munt gisteren f 2,2225 worden neergeteld. Dit maakt de import van olie en andere, in dollars te betalen goederen duurder. Maar de keerzijde is natuurlijk dat de Europese export naar dollargebieden er juist gemakkelijker op wordt.
Eind vorig jaar vertoonde de euro ook al een sterk neerwaartse beweging. Die kwam echter tot staan, omdat veel geldhandelaren in de veronderstelling leefden dat de Europese centrale bank wel zou ingrijpen, om te voorkomen dat de munt onder de dollar zou wegzakken.
Die gedachte, dat ECB-president Wim Duisenberg de euro te hulp zal schieten, is inmiddels echter vrijwel geheel verdwenen. Zo werd er het afgelopen weekeinde in Tokio, tijdens de top van de grote industrielanden, geen enkel signaal afgegeven dat de autoriteiten zich zorgen maken over de zwakke euro. En Otmar Issing, top-econoom van de ECB, liet woensdag onverschillig weten dat ingrijpen door de bank alleen aan de orde is wanneer een te lage euro-koers zou leiden tot inflatie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.