Een pittige soep met een friszuur smaakje, deze vissoep uit Maleisië. Voor dit gerecht heb ik kabeljauwfilet gebruikt, maar elke andere stevige vissoort kan ervoor genomen worden. Ook een combinatie van vis en grote garnalen smaakt heel goed.
Het is wel een soep waar je even bij moet opletten, want de smaak van limoensap is niet altijd even zuur en voor de rode pepers geldt dat niet elke peper even heet is. Daarom: niet te veel in één keer toevoegen, maar na het proeven naar wens op smaak brengen. De soep moet lekker scherp en fris zuur zijn.
Benodigdheden voor vier personen:
400 gram kabeljauwfilet
stukje gemberwortel (5 cm)
stukje laoswortel (3 cm)
3 rode pepers
2 serehstengels
1 eetlepel zout
4 verse citroenbladeren (djeroek poeroet)
2 limoenen
1 eetlepel suiker
2 eetlepels korianderblaadjes
De gember en laoswortel schillen en in dunne plakjes snijden. Twee rode pepers in tweeën en de serehstengel in grove stukken snijden.
In een pan anderhalve liter water gieten en hier een eetlepel zout, de gember en laos, rode peper en sereh aan toevoegen.
Breng het geheel aan de kook en leg een deksel schuin op de pan. Laat dit ongeveer drie kwartier zachtjes koken.
Ondertussen de kabeljauwfilet in blokjes snijden. De citroenbladeren in dunne reepjes snijden. Ook de rode peper in dunne reepjes snijden. Pers de limoenen uit.
Giet de bouillon door een zeef en breng het opnieuw aan de kook.
Suiker en citroenbladeren erbij doen en voeg een groot deel van het limoensap toe. Proef de soep en voeg zo nodig nog meer limoensap toe. De reepjes rode peper en kabeljauwfilet toevoegen en deze in vijf minuten gaar laten worden.
Serveer de soep in kommen en strooi er de korianderblaadjes overheen. Geef hier een kommetjes vissaus en een kommetje limoensap bij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.