*

 
dossier

Archief

'Ik ben niet dood, maar zie af van het vleesgedeelte'

Hans Nauta − 29/01/00, 00:00

Als er één land is waarvoor het vernieuwende festivalthema Exploding Cinema lijkt uitgevonden, is het wel Japan. Vooral in Tokio heeft de cinema, onder meer via de animatiefilm, allang andere vertoningsplekken gevonden dan de bioscoop. Het Filmfestival heeft in de voormalige bioscoop Corso in Rotterdam zo'n Japanse 'Media Lounge' nagebouwd.

'Tech.Pop.Japan' heet deze wereld waarin onder Japanse technobeats cinema, animatiefilm, internet en computerspelletjes worden gekruist.

In een door kleden afgezonderde zithoek zijn er vier afleveringen van de Japanse geanimeerde televisieserie 'Lain' te zien. Achter de onschuldig getekende personages verschuilt zich een ongrijpbaar verhaal vol suggesties naar een alternatieve werkelijkheid. Het schoolmeisje Lain krijgt e-mail-boodschappen van een overleden klasgenoot: 'Hallo, ik ben niet dood, ik zie alleen af van het vleesgedeelte'. Langzaam ontdekt Lain achter de computer dat ze meerdere persoonlijkheden bezit, of misschien niet eens als mens maar alleen on line bestaat, in de denkbeeldige computerruimte.

Dat klinkt dramatischer dan het is. Want steeds meer maken botjes en spieren plaats voor digitale enen en nullen. Om je te vermaken is echt kunnen bestaan niet langer noodzakelijk. Wie in de hal voor de Lounge plaatsneemt bij de rij computerspelen, kan afreizen naar allerlei wijken in Tokio. De speler belandt als kok in 'Shinjuku', de culturele wijk van Tokio, of als wedstrijddanser in de uitgaanswijk 'Roppongi'. 'Tokyo Techno Tourisme' heet deze reis door Japan, waarin iedere techno-tourist zijn lichaam naar wens kan omvormen.

Het is opvallend, al die verwijzingen naar een onbekende wereld, parallel aan het alledaagse. Het is als de installatie 'Kage Kage', waarin schaduwen geen object nodig hebben om te bestaan. Film wordt hier gebruikt als middel om het object zichtbaar te maken, om zo'n heel netwerk van informatie een gezicht te geven. En áls er een verhaal ontstaat, is het vaak de gebruiker zelf die het vertelt.

,,In Japan zijn commercie, popcultuur en underground zo sterk samengesmolten, dat het irrelevant is nog te vragen naar een definitie van mediakunst'', schrijft Femke Wolting als Exploding Cinema-programmeur in de catalogus. Dat is een eigenaardige opmerking, vooral nu dit programma-onderdeel nog verder weg staat van het 'reguliere' filmfestival dan voorheen.

Dat werd vooral duidelijk in het verzamelprogramma 'E-animation' dat niet in Corso, maar in een gewone bioscoop werd vertoond. Succes hebben filmpjes als 'Pinmen' van Ikeda Bakuhatsuro, over vertederende kegels die vol angst een bal over de baan zien komen aanrollen. En ook het te korte 'Tokitama hustle' van ontwerper Morimoto Koji, over een jongetje dan zijn Mamapapa-robot voor driehonderd jaar gedag zegt, maakt indruk. De aftiteling toont meer software-programmeurs dan tekenaars, en dat toont aan hoezeer film aan computerspelen en animaties snuffelt. Maar film en het spel blijven te sterk gescheiden om zomaar van omgeving te kunnen ruilen.

Typerend was het vertoonde intro van het computerspel 'Blue Submarine' dat voortdurend opdracht gaf op 'start' te drukken. Hoe machteloos voel je je dan in een doodgewone bioscoopstoel, zonder muis of joystick. En de oplopende score heeft maar weinig betekenis zonder spelregels die al dat geflits wat inkaderen. Dit zijn spelen met filmische eigenschappen, in plaats van films die animatie gebruiken om er zelf sterker van te worden.

'One life stand', dat losstaat van het Japan-thema, geeft beter aan wat voor de film het succes is van de digitalisering. Een 'camcorder epic', zo werd deze eerste Britse digitale productie omschreven door debuterend regisseuse May Miles Thomas, die ook het script schreef en de montage verzorgde. Echtgenoot Owen Thomas deelde donderdag als 'Hoofd productie' in de bioscoophal folders uit. Dat handwerk hoort erbij, vindt hij. ,,Eindelijk kunnen we eigen films maken. Dát is het geluk van digitale film.''

Op het sociale drama over een alleenstaande moeder en haar opgroeiende zoon valt best iets aan te merken. Maar het resultaat is filmischer dan de hightech media lounge, simpelweg omdat er een verhaal wordt verteld.

Tokio, waar al die nieuwe mediavormen andere vertoningsplekken dan de bioscoop hebben gevonden, is alleen daarom al verder dan Rotterdam. De aparte Lounge is een begin, maar eigenlijk verdient deze mediakunst een eigen festival.

mailIcon print |