*

 
dossier

Archief

'Ik redeneer altijd vanuit het belang van het kind'

Arlette Dwarkasing − 02/02/00, 00:00

,,Trekt u het zich niet aan'', zegt René Hoksbergen nadat hij uitvoerig zijn onvrede heeft gespuid over de redactie van Trouw. Zijn ingezonden stuk over het negenjarige pleegkind dat is ontvoerd was geweigerd.

,,Het kind woonde al ruim acht jaar in een pleeggezin. De verslaafde ouders hebben het naar oma gebracht, ergens in Zuid-Europa'', de verontwaardiging klinkt door in zijn stem. ,,Moet u zich voorstellen: een kind dat ruim acht jaar in hetzelfde pleeggezin opgroeit en alleen Nederlands spreekt, verblijft nu tussen - voor haar - onbekenden. En het lijkt of niemand zich inspant om haar op te sporen en terug te halen.'' Hij merkt dat hij sneller en luider is gaan spreken en excuseert zich. ,,Trekt u het zich niet aan, maar ik ben nogal gepassioneerd. Ik verplaats me in haar situatie.''

Stellig, standvastig en soms rechtlijnig is deze bijzonder hoogleraar adoptie aan de Universiteit Utrecht als hij zijn standpunten verdedigt. Hij wordt dan ook veel gevraagd voor discussieprogramma's op radio en tv en voor lezingen, ook in het buitenland. Hoksbergen schuwt geen tegenstand, zegt de dingen recht voor z'n raap. Het gaat altijd om onderwerpen die hem raken, zoals deze week de discussie over de anonimiteit van spermadonoren.

,,Ik ben tegen het bewust verwekken van kinderen die nooit zullen weten wie hun vader of moeder is. Het kind vraagt niet om zo'n situatie. Daar waar kinderen hulpeloos zijn heb je als volwassene alleen maar plichten, geen rechten.''

Omstreden is ook zijn standpunt over het plaatsen van adoptiekinderen bij homoparen. ,,Je mag kinderen niet zonder reden een vader of moeder onthouden. Beiden zijn belangrijk in een mensenleven.''

En nu is Hoksbergen van plan hemel en aarde te bewegen om het ontvoerde meisje weer naar Nederland te krijgen. ,,Het gebeurt te vaak in dit land dat ouders of familieleden een kind ontvoeren naar hun land van herkomst. De overheid zou duidelijker aan moeten geven dat we deze praktijken niet tolereren in Nederland.''

Binnenkort is er een zitting voor de kinderrechter over de voogdij over het ontvoerde pleegkind. ,,Als dat niet goed gaat, stap ik naar de media. Dan zoek ik de sensatie op. Niet omdat ik daarvan houd, maar omdat ik mijn doel wil bereiken.''

Hij zegt heel goed te weten waarom velen hem controversieel vinden. Omdat hij hartstochtelijk blijft pleiten voor het kind. ,,Ik heb geen enkel eigenbelang. Ik redeneer altijd vanuit het belang van het kind.'' Niet altijd is dat belang te staven met onderzoek. Zo werd Hoksbergen eerder deze week bij Barend en Witteman tegengeworpen dat niemand weet hoeveel kinderen, verwekt door anonieme donoren, er ongelukkig zijn door die 'onbekende' en ook niet hoeveel er daadwerkelijk de identiteit van de biologische vader zouden willen achterhalen.

Ook is er geen onderzoek bekend waaruit blijkt dat kinderen van homoparen enige schade hebben ondervonden van het leven met twee vaders of twee moeders. Wel blijkt uit vele onderzoeken naar adoptiekinderen van Hoksbergen zelf, of van zijn studenten, dat de biologische band een belangrijke rol blijft spelen in het leven van een adoptiekind.

,,Ik zie geadopteerden worstelen met zichzelf. Ze vragen zich af wie ze zijn en waarom het zo gegaan is in hun leven. Ze zijn onzeker en bang om weer verlaten te worden door een potentiële partner. Niet bij iedereen leidt dit tot grote psychische problemen of verwijdering van de adoptieouders. In het merendeel van de adoptiegezinnen met buitenlandse kinderen is men heel tevreden. Maar de kinderen hebben hier niet om gevraagd en moeten dus altijd de mogelijkheid krijgen hun biologische ouders te achterhalen.''

Hoksbergen gaat proberen daarover een artikel in het Verdrag van de Rechten van de Mens opgenomen te krijgen: het 'Recht op kennis van de genetische herkomst'. Een vriend wees hem er jaren geleden op, dat zijn betrokkenheid wel iets te maken moest hebben met die ingrijpende gebeurtenis in zijn jeugd. Hoksbergen was negen toen zijn moeder overleed.

,,We hadden een fijn gezin, met vier kinderen. Het was het trauma in ons leven. Er gebeurde daarna veel, er werden beslissingen over ons genomen. Ik heb niet te klagen, we zijn altijd goed opgevangen. Maar eenmaal is er een beslissing voor mij genomen waar ik buitengewoon ongelukkig over was. Het betrof iets dat ik absoluut niet wilde. Datzelfde gebeurt met adoptie- en pleegkinderen. Er wordt van alles voor hen beslist door volwassenen. En neem het ontvoerde meisje. De situatie waar ze nu in zit heeft ze niet gewild. Ik verplaats me in haar: ik kan me haar angst, haar onzekerheid, haar verdriet levendig voorstellen. Iets wat ze niet wilde, moest gebeuren. Zo is dat bij mij lang geleden ook gegaan.''

Hoksbergen legt op 18 februari zijn functie neer als bijzonder hoogleraar adoptie op de leerstoel die door de Vereniging Wereldkinderen vijftien jaar geleden is ingesteld. De leerstoel zou, nu de Universiteit Utrecht aan het reorganiseren is, niet meer passen binnen de sociale faculteit. Hoewel ook zijn Adoptiecentrum formeel is opgeheven, zet Hoksbergen (sociaal-psycholoog/pedagoog) zijn werk als universitair hoofddocent voort. Maar hij zal minder onderzoek kunnen doen. Wereldkinderen, een van de grootste bemiddelaars in adoptie, is in gesprek met andere universiteiten voor een nieuwe leerstoel.

De interesse voor adoptie kwam dertig jaar geleden doordat goede vrienden van Hoksbergen een kind uit Korea adopteerden. ,,Mijn vrouw en ik dachten dat het ook wel wat voor ons was. We hebben ons opgegeven voor een adoptie en zijn ons gaan inzetten voor adoptie-organisaties, waaronder Wereldkinderen. Er was een wachtlijst van jaren. Toen in 1974 ons tweede kind werd geboren vonden we dat we niet op de wachtlijst, op de plaats van een kinderloos echtpaar, mochten blijven staan.''

Hoksbergen heeft er vervolgens wel zijn beroep van gemaakt. In 1975 is hij begonnen met onderzoek naar 'adoptie van kinderen uit verre landen'. Zijn eerste boek verscheen in 1979. Deze maand, 35 boeken later, verschijnt 'Adoptie, een levenslang dilemma'. Dat zal ook de titel zijn van zijn openbare college op 18 februari in Utrecht. Hij zal ervoor pleiten dat kinderen al vanaf acht jaar verplicht gehoord moeten worden door de kinderrechter. Nu mogen kinderen vanaf twaalf jaar gehoord worden, maar dat wordt volgens Hoksbergen 'meestal niet gedaan'.

,,Als die verplichting nu al in de wet had gestaan, hadden we een belangrijke troef in de zaak van het ontvoerde meisje.'' Zijn stem wordt weer feller. ,,De kinderrechter zou dan de gelegenheid moeten hebben om het meisje te horen. Daarvoor zou het in Nederland moeten zijn. Dán was er een affaire geweest tussen de twee landen.'' En waar hij zijn gehoor ook van wil doordringen is de noodzaak van begeleiding en nazorg van adoptiegezinnen. ,,Dát betreur ik: dat ik daar niet 25 jaar geleden al veel duidelijker aandacht voor heb opgeëist.''

mailIcon print |