*

 
dossier

Archief

Natuur deze week

HENK VAN HALM − 09/12/00, 00:00

Twee nieuwelingen uit Afrika kom je nu overal tegen. Halsbandparkieten zijn niet meer uitsluitend stadsvogels: schel roepend vliegen ze zelfs rond in plassengebieden als Botshol. Daar mis je ook zelden de nijlganzen, die zich met hun opgeschoten jongen tot aanzienlijke troepen verenigen.

Noordelijke eenden verblijven op de trek of als overwinteraars op grotere meren en plassen. Vanaf de oever zijn ze met een kijker of telescoop goed te observeren. Kuifeenden zijn het talrijkst en vormen op de Waddenzee en het IJsselmeer vaak grote troepen samen met toppereenden, die op kuifeenden zonder kuif lijken. Een andere veel voorkomende duikeend is de tafeleend, de woerden met grijs lijf, zwarte borst en achterste en vosrode kop. Brilduikers houden zich zoveel mogelijk afzijdig van grote concentraties van waterwild. Dat geldt ook voor de visetende zaagbekken en nonnetjes. Grondeleenden zoals de wilde eend, de slobeend, de krakeend en de smient verblijven doorgaans in gemengde troepen op tamelijk ondiep water. Smienten grazen op rustige oevers dikwijls samen met meerkoeten.

Houtduiven eten zich dik aan de oranje appeltjes van Zweedse lijsterbes en meelbes.

Af en toe klinkt het kibbelen op van huismussen, die heel luidruchtig kunnen zijn als de zon doorkomt.

Aalscholvers blijven tegenwoordig in de winter merendeels in ons land. Veel aalscholvers overwinteren in en aan de Waddenzee.

Overwinterende waterpiepers verzamelen zich 's avonds tot slaapgezelschappen, die meestal in rietkragen overnachten.

Waterpest en hoornblad vormen in de winter scheuten met dicht opeen groeiende bladeren. Deze winterknoppen breken af en zakken in de modder. In de lente groeien ze tot nieuwe planten uit. In het begin van de winter zijn beide waterplanten nog helemaal groen.

mailIcon print |