De kans dat de aarde een aanvaring krijgt met een asteroïde van meer dan een kilometer doorsnede is klein. Astronomen dachten dat er mogelijk 2000 van zulke zware rotsblokken rondzweefden, maar het zijn er vermoedelijk minder dan de helft. In Nature (13/1) schatten ze dat 90 procent daarvan in de komende twintig jaar wordt opgespoord.
Gaat rustig slapen? Dat is de vraag. Een botsing met zo'n blok merken we wereldwijd, net als de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden. De kans is klein, de impact enorm: om het cru te zeggen, hoeveel vliegtuigongelukken gaan er, in dodental gemeten, in één grote asteroïde-inslag?
De geruststelling dat de kans miniem is gaat niet meer op voor kleine rotsblokken van enkele tientallen tot een paar honderd meter, zoals het 'brokje' van zeventig meter dat in 1908 in Siberië duizend vierkante kilometer dennenbos neermaaide. De kans dat de aarde een steen van 300 meter op zijn kop krijgt in de komende eeuw is ongeveer 1 procent. De klap, rekent Nature uit, komt neer op een explosie van 50000 Hiroshima-bommen. Reken in drukke gebieden dan maar op tientallen miljoenen doden, mede door vloedgolven.
Wat te doen? Evacueren van miljoenen mensen is een onmogelijke onderneming. De precieze plaats van de inslag inschatten ook. De asteroïde vooraf met een kernexplosie in gruzelementen slaan is ondoenlijk en een gevaarlijke fantasie. Dat komt de aarde op een enorme radioactieve regen te staan. Kortom, het rampenplan ontbreekt.
We mogen wel gaan slapen van Nature, maar misschien is het verstandig om apparatuur te installeren waarmee astronomen elke maand de hemel afturen naar asteroïde-gevaar. Liefst met een gevoeligheid honderd keer zo groot als die van de spullen die ze nu hebben. Allemaal dokken, stelt Nature voor, zo'n levenreddende telescoop hoeft niet meer te kosten dan een halve jumbo jet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.