*

 
dossier

Archief

Van Heeswijk wil nu gaan oogsten

Jonah Kahn − 02/09/00, 00:00

Vier jaar geleden was Max van Heeswijk (27) er heel dichtbij. Bijna haalde hij de wielerselectie voor de Olympische Spelen, maar een plotselinge vormcrisis zette een streep door dat plan. 'Atlanta' ging niet door en daarmee ook zijn droom om ooit aan 's werelds meest aansprekende sportevenement deel te nemen. ,,Dat was één van de grootste teleurstellingen van mijn carrière.''

Tijden veranderen, zeker in wielerland. In 1996 was Van Heeswijk nog een onervaren broekie dat bij het Amerikaanse Motorola -de voorloper van US Postal- aan zijn eerste profcontractje bezig was. Maar vooral ook een uiterst talentvol broekie, dat al gauw de aandacht trok van Nederlandse equipes. De Rabo-ploeg haalde de Limburger terug naar eigen land, waar mooie tijden leken aan te breken.

In de twee jaar dat Van Heeswijk bij Rabo fietste, ontwikkelde hij zich wel als renner, maar kreeg hij niet de kansen waarop hij recht meende te hebben. Zo boterde het niet met ploegleider Theo de Rooy, die Van Heeswijk een gebrek aan werklust verweet. De gemiste selectie voor de Tourploeg van 1998 was de spreekwoordlijke druppel. Van Heeswijk pakte zijn koffers en vertrok naar het Italiaans-Belgische Mapei, 's werelds beste wielerploeg. ,,Bij Rabo werd ik onvoldoende gewaardeerd. Ik kreeg er nooit een schouderklopje, terwijl ik wel mijn best deed'', viel er destijds uit zijn mond op te tekenen.

Die schouderklopjes kwamen er bij Mapei. Van ploegleider Patrick Lefèvere kreeg Van Heeswijk het vertrouwen dat hij bij Rabo zo had gemist. En de kans om naast mannen als Museeuw en Bartoli te rijden. Wielergrootheden van wie hij veel zou leren.

Maar Van Heeswijk was bij Mapei ook nog op zoek naar iets anders. Naar oogkleppen om precies te zijn. De voormalige fietscrosser was namelijk altijd al bang geweest voor één ding: vallen. Geen onbekend fenomeen onder wielrenners, maar wel verdomd lastig voor iemand die het toch voornamelijk moet hebben van de sprint. Lefèvere beloofde de oogkleppen te leveren.

,,Ik ben nu veel sterker geworden in de sprint'', zegt Van Heeswijk na bijna twee seizoenen bij Mapei. ,,Vroeger liet ik me veel gemakkelijker wegdrukken, dan kneep ik al gauw in de remmen als het een beetje gevaarlijk werd.''

Volgens Van Heeswijk -die als tiener de zwarte band bij judo haalde en dus de nodige valtechnieken beheerst- is de angst om te vallen vaak relatief. ,,Oogkleppen hebben ook heel veel met vorm te maken, niet alleen met angst. Als je sterk rijdt, dan wordt het vanzelf minder druk in de sprint, liggen de meeste renners achter je en wordt de angst om te vallen ook minder. Toch zit die angst er nog steeds een beetje in. Als ik in een sprint door twee renners heen moet, nee, dan neem ik toch liever geen risico.''

Dit jaar mocht Van Heeswijk voor het eerst mee naar de Tour de France. Niet zo zeer om zelf sprints te winnen, maar vooral om ze aan te trekken voor Tom Steels. De Belg profiteerde twee maal van het voorbereidende werk en in de slot-etappe hielp Van Heeswijk een andere ploegmaat, Zanini, aan de overwinning op de Champs Elysees.

Na een zeer geslaagde eerste Tour kwam van bondscoach Knetemann de uitnodiging voor een eerste olympische optreden. Voor Van Heeswijk lijkt de tijd van oogsten aangebroken. ,,Ja, ik ben 27, dus mijn beste jaren moeten nu komen. Ik merk ook dat ik veel constanter rijd dan vroeger. Mijn doel is om ooit een klassieker te winnen. Parijs-Roubaix of de Amstel Gold Race bijvoorbeeld. Maar aangezien ik me in de klassiekers nog niet echt bewezen heb, wil ik me eerst richten op een semi-klassieker. Zoals de Omloop Het Volk. Dat is mijn doel voor volgend seizoen.''

Eerst wachten de Spelen in Sydney. Van Heeswijk, die per 1 december met Lefèvere naar de nieuwe Domo-ploeg verhuist, ziet goede kansen op het olympische parcours. Niet alleen voor zichzelf, ook voor zijn teamgenoten. ,,We hebben een hele sterke ploeg in Sydney. Een aantal buitenlandse concurrenten is er niet en wij Nederlanders kunnen goed uit de voeten op het parcours. Ja, ik reken mijzelf ook tot degenen die een kans maken.''

Van het sociale aspect van de Spelen zal Van Heeswijk weinig merken. De wielerselectie laat de drukte van het olympisch dorp links liggen en bereidt zich op een uur van Sydney in alle rust voor op de wedstrijd. Vindt Van Heeswijk -toch een gezelligheidsmens- het niet jammer om de sfeer van het dorp te moeten missen? Zou het niet leuk zijn om bij het ontbijt naast Michael Johnson of Ian Thorpe te zitten?

,,Ik ben heel slecht in gezichten en namen'', lacht Van Heeswijk. ,,Het zou goed kunnen zijn dat ik naast een bekende sporter zit en die dan helemaal niet herken.''

Vorige week behaalde Van Heeswijk in de laatste etappe van de Ronde van Nederland zijn vijfde ritzege van het seizoen. In de straten van Landgraaf was hij oppermachtig in de sprint. En wat zou een soortgelijk scenario toch mooi zijn als het peloton straks op 27 september de straten van Sydney binnen fietst. Al te veel wil Van Heeswijk er niet aan denken. ,,Nee, ik droom niet van een medaille. Nog niet tenminste. Maar er spookt de laatste tijd wel steeds door mijn hoofd: 'niet vallen', 'niet ziek worden'.''

Want nog een Spelen missen... Nee, daar moet Van Heeswijk niet aan denken.

mailIcon print |