De opmars van de evangelicale kerken in Midden- en Zuid-Amerika gaat door. Ondanks voorspellingen van het tegendeel. Hun manier van denken en doen spreekt steeds meer Latijns-Amerikanen aan. In landen als Brazilië maken ze al bijna een kwart van de bevolking uit. 'Veel mensen zijn die steriele roomse vroomheid beu.'
De Here had hem de nacht tevoren, in een droom, al laten weten dat er bezoek uit Nederland zou komen. Antonio Moise (73) vertelt het zonder schroom, net als de mededeling dat zijn kerk, de Church of God, naar Haïti is gekomen om het land van alle sociale problemen te verlossen. Dat zijn gemeente slechts vijftien leden telt ondermijnt Moise's geloof niet. Trouwens, hij draagt de zorg over nog tien kerkjes op het platteland. En, afgezien daarvan: ,,Christus is ook met maar twaalf volgelingen begonnen en zie hoe zich dat heeft ontwikkeld!''
In het profane leven is Antonio Moise handelaar in 'bric-à-brac', zoals hij wat plechtig zijn negotie omschrijft, maar op zondag, woensdag en vrijdag trekt hij zijn goede pak aan en gaat hij voor in de dienst. De stadsgemeente kerkt in een volksbuurt van Port-au-Prince, in een piepklein zaaltje boven een winkel. Wat houten banken en een soort avondmaalstafel vormen het kerkelijk meubilair. De diensten worden afwisselend in het Frans en het Creools, de taal van het volk, gehouden en duren lang. Soms uren. Met minder lijkt het Hogere niet tevreden.
Moise - 'de Here zelf heeft mij het vak van predikant geleerd' - leeft ten dele van wat de gemeenteleden hem geven, want van zijn bescheiden handeltje kan hij niet rondkomen. Ook ontvangt hij soms een bijdrage van de moederkerk in de VS. Wanneer we vertrekken laat hij weten: ,,Als u over vijf jaar terugkomt ontvang ik u in een groot gebouw met vele honderden leden, want God staat achter ons.''
De voorspelde groei zou nog wel eens kunnen uitkomen. In Haïti, net als in de rest van Midden- en Zuid-Amerika, groeit het protestantisme als kool. Dat wil zeggen de evangelicale variant ervan. De meer traditionele kerken - lutheranen, calvinisten, doopsgezinden, methodisten - trekken heel wat minder gelovigen.
Elk uur komen er in Latijns-Amerika vierhonderd evangelicale bekeerlingen bij. In een land als Brazilië (167 miljoen inwoners) stappen jaarlijks 600 000 rooms-katholieken over naar het protestantisme. Tachtig procent daarvan gaat naar de evangelicos die inmiddels bijna een vierde van de bevolking uitmaken. In landen als Mexico, Colombia, Guatemala en Porto Rico zijn ze eveneens in opmars. Gevolg: het Latijns-Amerikaanse continent, nu nog getalsmatig de ruggengraat van de katholieke wereldkerk, wordt relatief steeds protestantser.
Dat deze ontwikkeling, die na 1970 begon, de rk kerk grote zorgen baart mag duidelijk zijn. Aanvankelijk was men geneigd het probleem te bagatelliseren. Zo legden kerkelijke woordvoerders de nadruk op de veronderstelde tijdelijkheid van het verschijnsel. En ze beschuldigden de sectas - sekten zoals de evangelicalen neerbuigend werden genoemd - ervan dat zij met geld uit de VS zieltjes aan het kopen waren. Nu duidelijk is geworden dat een en ander slechts zeer ten dele klopt, gaat bij de rooms-katholieken de hand eindelijk ook in eigen boezem.
De Colombiaanse godsdienstsocioloog Gersaín Paz Buendía, tevens hoofd voorlichting van het bisdom Cali, wijst er bijvoorbeeld op dat de pauselijke weigering de Latijns-Amerikaanse kerkprovincie op liturgisch, theologisch, pastoraal en organisatorisch gebied een grotere pluriformiteit toe te staan de evangelicos in de kaart speelt.
Volgens hem doen te veel bisschoppen en priesters nog steeds alsof de evangelicale kerken niet echt christelijk zijn, maar een zootje ongeregeld dat er syncretistische ideeën en rituelen op na houdt. ,,In werkelijkheid hanteren veel evangelicale gemeenschappen een bona fide theologie, al is die de mijne niet. Neem de pinksterkerken, de snelste stijgers onder deze 'garagekerken'. Ook al houd je niet van hun luidruchtige stijl - dat geklap, dat gewuif met handen, dat extatische gebrabbel - het is onzin ze daarom voor 'on-christelijk' uit te maken.''
Wat hun vermeende afhankelijkheid van Noord-Amerika betreft zijn, aldus Buendia, veel evangelicale kerkgenootschappen financieel allang selfsupporting. ,,Ze bezitten eigen radio- en tv-stations met lucratieve reclame-inkomsten, eigen uitgeverijen, banken en onroerend-goed-maatschappijen die veel geld opbrengen.''
Een van die radiostations staat in het centrum van Cali, op de vierde verdieping van een groot kantorencomplex. Er schallen opgewekte salsa-klanken uit twee speakers in de ontvangstruimte. Aan de muren hangen levensgrote posters van Latijns-Amerikaanse schonen. De zender Vida (leven) is het initiatief van vijf jonge evangelicos. Ze leenden geld, verkochten grond en namen vier maanden geleden het gelijknamige commerciële radiostation over. Sindsdien draaien ze 'rond de klok' populaire muziek; afgewisseld met sportflitsen, gesprekjes over sociale items, korte religieuze overdenkingen én reclame. Er moet immers brood op de plank. Driehonderdduizend, doorgaans jonge mensen, luisteren er elke dag naar. Vooral voor de muziek, maar terloops pikken ze ook wat van de christelijke boodschap mee, hopen de programmamakers.
Algemeen directeur Victor Sanchez omschrijft de programma's als ,,geestelijke zuurstof voor een zieltogende stad''. Hij legt uit: ,,We willen mensen bereiken die Jezus nog niet als Heer en Heiland erkennen, hun zijn liefde nabij brengen. Maar op een ongedwongen, bijna speelse manier. En het werkt! Elke dag luisteren er meer.''
Vida heeft een crew van 35 mensen, onder wie 15 presentatoren. De leeftijd ligt, net als die van de voornaamste doelgroep, laag: de oudste is dertig. Het is, geeft administratief directeur Hernández Maimolejo toe, een onzeker avontuur. Wel heeft men financiële veiligheidskleppen ingebouwd die garanderen dat het station ook zonder advertentie-inkomsten drie tot vier jaar kan blijven draaien. Maimolejo: ,,Onze programma's worden vooral in bars, cafés en in de auto beluisterd. Vandaar dat we onze geestelijke boodschap niet al te nadrukkelijk brengen, anders draaien mensen de knop om.''
De evangelicale kerken, meent Hector Torres Rojas, sluiten goed aan bij de Latijns-Amerikaanse volksaard. ,,Beter dan de wat stijve rooms-katholieke kerk.'' Als directeur-uitgever van een progressief katholiek tijdschrift in Bogotá kan hij het weten. Torres: ,,Ze zijn dynamischer, minder hiërarchisch, stimuleren het zelfstandig interpreteren van de Bijbel, geven ruimte aan religieuze emoties, organiseren spectaculaire bekerings- en genezingssessies, staan dicht bij het volk en weten een sterk saamhorigheids- en gelijkheidsgevoel te creëren. Dat spreekt met name sociaal-zwakkeren aan. En daarvan zijn er hier miljoenen.''
,,Voor Rome dat begon tegen te werken probeerde de lokale katholieke kerk door middel van het stichten van basisgemeenten en via de bevrijdingstheologie meer aansluiting te krijgen bij de 'gewone' gelovigen. Maar ook die basis-priesters staan per definitie verder van de 'gewone' gelovige af dan evangelicale predikanten. Die hoeven niet zes jaar aan een seminarie te studeren en hebben een relatie, net als iedereen. En wat die linkse theologie betreft, die ging de meeste mensen ver boven hun pet.''
Een en ander wil niet zeggen dat Torres geen schaduwkanten ziet. ,,De nieuwe kerken zijn me theologisch te fundamentalistisch, maatschappelijk te vrijblijvend en politiek te conservatief. Het geeft te denken dat rechtse dictators als Pinochet van Chili en Stroessner van Paraguay zo goed met 'hun' evangelicos overweg konden. Die legden hun geen strobreed in de weg.''
De Iglesia Evangelica Quadrangular is een typisch evangelicale kerk. In 1927 opgericht door Aimee Semple McPherson, een mevrouw uit Californië, kwam de kerk zo'n tien jaar geleden via Brazilië naar Colombia.
In een langwerpige voormalige garage in Itagui, een stadje ten zuiden van Medellin, zitten deze zondag zo'n driehonderd gelovigen bijeen, voornamelijk vrouwen en kinderen. Ventilatoren houden de temperatuur draaglijk, want men klapt, danst, zingt en bidt zich in het zweet. De drummer laat de muren trillen.
Dit alles ter ere van Jesu Cristo, die volgens een spandoek boven het podium ook in de nieuwe eeuw dezelfde zal zijn als 'gisteren en vandaag'. Dames in bruine bloes en blauwe rok vangen nieuwkomers op en wijzen hun een plaats. Daarna krijgen ze een sticker opgeplakt met de tekst: 'God houdt van jou. En wij ook'.
Een jonge man voert de vrome troepen aan. Hij roept: ,,Wij willen getuigen van de glorie van God!'' En nadat de halleluja-kreten zijn verstomd vraagt hij 'één, twee, drie' om 'applaus voor de Heer!' Daarna gaan de mandjes rond. Er wordt gul gegeven.
Nadat een meisje in het zwart de nieuwelingen hartelijk welkom heeft geheten - 'wat een vreugde dat God uw hart heeft verlicht' - is het de beurt aan de predikant. Drie kwartier lang overspoelt hij zijn gehoor met een vloedgolf aan bijbelteksten die als bewijsmateriaal moeten dienen voor de stroom vrome clichés waaruit de preek bestaat: ,,Als je in Hem gelooft is er vrede in je hart.'' ,,Amen'' klinkt telkens het antwoord.
Fernando Posada (41) is al 22 jaar dominee van deze gemeente. Hij komt uit een van oorsprong rooms-katholieke familie die en masse naar de evangelicos overging. Hij stelt: ,,Steeds meer mensen zijn de roomse vroomheid beu. Die is te steriel, biedt geen perspectief voor alle armoede, corruptie, geweld en verslaving die ze om zich heen zien. Latijns-Amerika heeft behoefte aan kruidige geestelijke kost.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.