Professor Cees Schuyt werd op zijn wenken bediend. Deze week presenteerde hij als voorzitter van de commissie van de Wetenschappelijk raad voor het regeringsbeleid met de nodige beduchtheid het rapport over de gevolgen van de vergrijzing: het voorstel om ook over de aanvullende pensioenen een AOW-premie te heffen zou weleens verkeerd kunnen vallen. En jawel, de ouderenbonden overtroffen zijn bange verwachting dat juist dit onderdeel ten prooi zou kunnen vallen aan groepsegoïsme.
Het alleen maar kijken in de richting van de (hogere) inkomens van ouderen, legden zij uit als oudertje pesten. Een inhoudelijke argumentatie was kennelijk niet nodig. Het woord solidariteit zelf is zo ouderwets dat een oudere een beroep daarop zonder veel omhaal naast zich neer kan leggen: verworven rechten zijn verworven rechten.
Het wordt hoog tijd om deze 'fiscalisering' van de AOW-heffing uit de politieke taboesfeer te halen, ook al zal dat niet meevallen. Zo werd staatssecretaris Elske ter Veld aan het begin van de jaren negentig nog weggehoond toen zij dit voorstelde, terwijl haar eigen partij, de PvdA, daar binnenskamers een voorstander van was. Zelfs toen in 1994 de Ser in een advies voor fiscalisering pleitte, liep de politiek er met een boog omheen.
Omdat er zo'n taboe op ligt, zijn er tot nu toe andere wegen bewandeld, zoals de vorming van het AOW-spaarfonds. Dat zal echter niet toereikend zijn en dus is de discussie of van ouderen een bijdrage gevraagd mag worden wel degelijk van belang. Te meer omdat inmiddels de aanvullende pensioenen gemeengoed zijn geworden en het pensioen ook hoger is. Het vragen van een (bescheiden) bijdrage aan ouderen met een hoger inkomen is daarom gerechtvaardigd.
Het argument dat de oudere jarenlang gespaard heeft voor de AOW en de heffing dus zoiets is als het veranderen van de spelregels tijdens het spel, gaat niet op. De AOW-premie die nu wordt betaald, wordt immers omgezet in de AOW-uitkering voor de oudere van nu. Bovendien vervalt dit argument als de heffing vanaf nu geleidelijk wordt ingevoerd, zodat het hoogtepunt wordt bereikt als het aantal mensen dat een AOW-uitkering geniet het grootst is. Iedereen heeft dan nog redelijk de tijd zich erop in te stellen. Geen enkele reden dus dit taboe te blijven koesteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.