Tegenwoordig bestaat het centrum van Chicago uit twee delen. Ten zuiden van de monding van de Chicagoriver ligt het oude stadshart the Loop. Nou ja oud, voor Amerikaanse begrippen dan, want dat bestaat al sinds 1830. Aan de noordkant loopt sinds de jaren twintig van de 20e eeuw een imposante boulevard die officieel North Michigan Avenue heet, maar die iedereen de Magnificent Mile noemt. Deze naam was in 1947 verzonnen door een projectontwikkelaar die muziek in de toen nog bijna onbebouwde boulevard zag.
Vlak na de oorlog had de straat, die inderdaad precies een mijl lang was, twee indrukwekkende wolkenkrabbers aan de zuidkant; de Wrigley Building (van de kauwgumfabrikant) en de Chicago Tribune Tower (van de krant). Aan de noordkant werd de straat afgesloten door het deftige Drake hotel. De grote bloei van de straat begon pas in de jaren zeventig. Toen was de Hancock-toren klaar en verrees de ene na de andere wolkenkrabber met kantoren en winkels. Als winkelparadijs heeft de Magnificent Mile de Loop inmiddels verdrongen.
De Chicago Tribune Tower werd in 1925 geopend als het hoofdkwartier van de belangrijkste krant van Chicago. In de prijsvraag die de eigenaren van de krant uitschreven voor de bouw, meldden ze hun ambitie: het mooiste en meest opvallende kantoorgebouw ter wereld neer te zetten. Architecten van over de hele wereld zonden ontwerpen in. De ontwerpers van het eerdere gebouw van de Tribune in de Loop, de firma Holabird & Roche uit Chicago won de derde prijs, de beroemde Fin Eliel Saarinen de tweede, maar de eerste prijs ging naar het New Yorkse bureau van Howells en Hood. Dat had een wolkenkrabber ontworpen met een gotische bovenkant, gemodelleerd naar de kathedraaltorens uit Frankrijk en België. Deze combinatie van een historische, Europese vorm met moderne (Amerikaanse) hoogbouw was toen nog gebruikelijk. Saarinens voorstel was verleidelijk, maar te modern.
De leiding van de krant en in het bijzonder de ongekroonde koning, hoofdredacteur Robert R. McCormick, tuigde de Tower in de loop der tijden op met stenen van beroemde gebouwen uit de hele wereld. Tegen de gevel van de benedenverdieping werden de relieken ingemetseld, die op bevel van McCormick in de hele wereld werden verzameld door zijn correspondenten. Ze kregen de opdracht om de relikwieën op oirbare manier te verzamelen, maar er gingen al gauw geruchten dat de Chicago Tribunisten ook bereid waren om stenen te stelen voor hun almachtige baas.
De stenen laten zien tot waar de informatiebronnen van de krant liggen. Een steen uit de Sint Pieter in Rome, uit de kathedraal van Reims, uit de Chinese Muur, de piramide van Cheops, maar ook een steen van de maan, die geleend is van de Amerikaanse ruimtevaartautoriteiten, geven aan tot waar de krant reikt. Ook zijn er stenen met een speciale betekenis voor de Amerikaanse geschiedenis: van slagvelden uit de Vrijheidsoorlog, van fort Sumter waar het eerste schot uit de Burgeroorlog werd afgevuurd, van de Alamo waar de Texanen ten onder gingen tegen de Mexicanen.
Er zijn twee stenen uit Nederland te vinden die hun erepositie te danken hebben aan hun Amerikaanse connectie, want tot de zeven wereldwonderen behoren deze gebouwen bepaald niet. Het gaat om een steen uit het Leidse huis waar de Pilgrims voor hun eredienst samenkwamen en om een steen uit de Amsterdamse Schreierstoren.
Joke Kardux en Eduard van der Bilt hebben de geschiedenis van de Pilgrims onlangs nog eens verteld in hun Newcomers in an old city. The American Pilgrims in Leiden 1609-1620 (Leiden 1998). De Pilgrims waren Engelse hervormden die er niet meer in geloofden dat de Anglicaanse kerk ooit nog eens het ware geloof zou verkondigen. Zij scheidden zich af en stichtten in 1606 in Scrooby een eigen kerkgenootschap en weken in 1608 uit naar de Republiek. Na enige omzwervingen vestigden ze zich in Leiden. Hun dominee was John Robinson, die vanaf 1611 in het huis De Groene Poort woonde, tegenover de Pieterskerk. Daar kerkten de Pilgrims en van dat huis siert nu een steen de gevel van de Chicago Tribune.
In 1620 verlieten de Pilgrims Leiden en staken ze over naar Plymouth en omgeving, bang dat ze in de tolerante Republiek hun identiteit zouden verliezen. Daar in de wildernis van Amerika zou hun groep veel beter inzien wat hen samenbond. Zij waren de vroegste protestantse Engelse bewoners van wat later New England zou worden genoemd. Het ligt voor de hand dat blanke Amerikanen in hen hun voorlopers zien en dat was de krant van Chicago de plaatsing van een steen waard.
Maar, wat hadden de Amerikanen met de Schreijerstoren, the Tower of Tears zoals de vertaling in Chicago luidt? Op Amsterdamse rondvaartboten galmde tot voor kort (en misschien nog wel eens) altijd the Weeping Tower over het water. Kenners geloven tegenwoordig niet meer dat de naam naar wenende zeemansvrouwen verwijst. Dan zou trouwens elke havenstad wel een Schreierstoren hebben gehad. We kunnen toch niet aannemen dat wenen een specialisatie is van Amsterdamse vrouwen, die alleen achterbleven als hun mannen met de boot vertrokken? In moderne literatuur wordt het 'schreien' niet meer gezien als een verwijzing naar huilende vrouwen, maar als een plaatsaanduiding. De toren staat namelijk 'schrijlings' op de stadsmuur.
De Amerikaanse connectie is niet gelegen in de tranen, maar in het feit dat Henry Hudson dit bouwwerk in 1609 passeerde op zijn uitreis voor de VOC om een snelle verbinding met de oost te zoeken. Dat mislukte, zoals bekend, maar hij voer wel als eerste de rivier op die later zijn naam kreeg. Eerder dan de Pilgrims kwam deze Engelsman -maar in VOC-dienst- in de noordelijke kuststreken van het Amerikaanse continent aan land.
Twee stenen uit een kleine modderdelta. Ze bevinden zich in de eregalerij met stenen uit de geboortegrot van Jezus in Bethlehem en uit de Muur van Berlijn en uit de vroeg 15e-eeuwse pagode uit de Verboden Stad in Peking.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.