*

 
dossier

Archief

'Islam heeft enorme invloed op me gehad'

Robert Dorsman − 11/02/00, 00:00

In Den Haag begint vanavond het vijfde festival Winternachten. Nederlandse schrijvers ontmoeten collega's uit Suriname, de Antillen, Indonesië, de Arabische wereld en Zuid-Afrika. Uit dit laatste land komt Achmat Dangor (1948), wiens roman 'Kafka's curse' in een Nederlandse vertaling verscheen. Vanavond praat hij over het festival-het thema 'verplaatsingen'.

De roman 'Kafka's vloek', inmiddels in zeven talen vertaald en in de Verenigde Staten en Canada een groot succes, vertelt het verhaal van de architect Omar Khan, kleurling en moslim, die zijn naam verjoodst tot Oscar Kahn. Op die manier hoopt hij carrière te maken en met een blanke vrouw te trouwen, om zo te ontkomen aan de dwingende beperkingen van de rassenscheiding. Maar de omzetting van die ene 'h' in zijn achternaam heeft grote gevolgen.

Dangor: ,,De apartheid is deel van onze geschiedenis, en die geschiedenis gaat heel ver terug. Er is nog zoveel dat we moeten verwerken. Er zijn zoveel verhalen te vertellen. Het verschil met vroeger is dat we ze vertellen vanuit een heel persoonlijke hoek. Vroeger werd de literatuur gebruikt als politiek wapen, werd er geschreven vanuit een bepaalde ideologie. Wat mijzelf betreft, ik schreef onder de apartheid al persoonlijk getinte boeken. Dat leverde me dan weer het verwijt op dat ze niet politiek genoeg waren. Ik kon er niet mee zitten.''

Dangor begon in New York aan 'Kafka's vloek' te schrijven, toen hij een tijdje doceerde aan een universiteit vlakbij Harlem met zijn vele minderheden. Hij gaf er les aan hispanics, zwarte Amerikaanse studenten, een enkele blanke, vluchtelingen uit Afrika. ,,Het was zo gek, ik kwam uit Zuid-Afrika, een multicultureel land bij uitstek, en werd in Amerika met dezelfde problemen geconfronteerd, zij het weer net op een iets andere manier. En als je zoals ik weigert je te vereenzelvigen met je nationaliteit, je ras, je achtergrond, dan rust er blijkbaar een doem op je en word je gedwongen voortdurend te transformeren.''

Dangor putte voor zijn roman uit Arabische legenden. Een ervan verhaalt over Majnoun, een eenvoudige tuinman, die verliefd wordt op een prinses, Leila. Wanneer haar vader dit ontdekt, zet deze Leila gevangen. Majnoun vlucht naar een bos, waar hij wegens zijn hoogmoed voor straf verandert in een boom. Ditzelfde lot is de hoofdpersoon Omar Khan alias Oscar Kahn in 'Kafka's vloek' beschoren.

Juist de kennismaking met de islamitische wereld, althans de liberale Zuid-Afrikaanse variant, maakt 'Kafka's vloek' zo'n bijzondere leeservaring. Dangor is gepokt en gemazeld in de islam. ,,Ik kom uit een vrome moslimfamilie. Ik groeide op bij mijn oma, een Kaaps-Maleise van oorsprong. Elke ochtend ging ik naar de moskee en bezocht de koranschool. Mijn oma had alleen lagere school, maar ze was een wijze vrouw. Ze vertelde de verhalen die ze van haar eigen vader had gehoord en van haar man, die imam was. We woonden in Fordsburg, in Johannesburg. Elke avond vertelde ze me verhalen over de profeet. Ik denk dat ik het aan mijn oma en haar verhalen heb te danken dat ik schrijver ben geworden. In mijn latere leven deed ik natuurlijk allerlei andere invloeden op, maar de islam heeft een enorme invloed op me gehad.''

'Kafka's vloek', toch al een prikkelend boek, krijgt extra sjeu doordat het is doorspekt met Afrikaanse en Arabische woorden. Dangor loochent niet dat hij uit een Afrikaanstalige familie stamt. In 1976 echter, vertelt hij, na de opstand in Soweto, weigerde hij nog langer in het Afrikaans te schrijven. Hij is zich ervan bewust dat hij het Afrikaans uit politieke overwegingen vrijwillig verliet en als taalballing verder leefde. En het windt hem nog steeds op, want ineens vergeet hij dat het vraaggesprek in het Engels wordt gevoerd en roept in het Afrikaans: ,,Die grootste probleem wat ek met apartheid gehad het was dat dit my onteien het van my tong.''

Twee belangrijke thema's in 'Kafka's vloek' sluiten nauw op elkaar aan. De term 'takdier', en een variant van het Afrikaanse gezegde moenie uit jou klas naai nie. Die laatste uitdrukking heeft Dangor een beetje smeuïger gemaakt. ,,Onder conservatieve kleurlingen heet het heel preuts: 'moenie uit jou klas trou nie'. Het woord takdier is geen Afrikaans woord, hoewel je dat zou vermoeden, maar Arabisch, het betekent 'lotsbestemming'. Met dit woord overleefden de Kaapse Maleiers de slavernij en daarna de apartheid. Letterlijk betekent het: 'Gods wil'. Die twee begrippen, takdier en moenie uit jou klas naai, vullen elkaar aan. Wie 'uit sy klas naai', tart zijn takdier, de wil van God. Hij tart het feit dat zijn taal, ras, geloof, zijn voorbeschikt, voor je gekozen zijn.''

De geschiedenis van Dangors eigen familie lijkt door takdier bepaald te zijn. Niet lang geleden heeft hij ontdekt dat zijn overgrootmoeder een Nederlandse was. Ze heette Katriena de Bruin en kwam uit Amersfoort. ,,Omstreeks 1890 verhuisde ze als kind naar Zuid-Afrika. Ze herinnerde zich de Britse concentratiekampen uit de Boerenoorlog, waar duizenden Afrikaner vrouwen en kinderen de dood vonden. Ze weigerde uit afkeer van de Britten Engels te spreken. Bij haar thuis mocht niemand trouwens Engels spreken. Ze was een vreemde vrouw. Maar er zijn in mijn familie nog veel meer invloeden uit India, uit Java te bespeuren. Het Afrikaans heeft voor die verscheidenheid aan cultuurinvloeden een heel mooi woord: 'gebaster', afgeleid van bastaard. Maar taalkundig of cultureel hoor ik niet tot een bepaald continent. Oké, ik kom uit Zuid-Afrika, omdat ik daar al vijftig jaar woon, Afrika heeft mij gevormd. Maar door al die verschillende invloeden begin ik mezelf steeds meer te zien als een schrijver die in Zuid-Afrika woont, en niet zozeer als een Zuid-Afrikaanse schrijver. In een samenleving als de onze, waar men zolang geprobeerd heeft je een identiteit op te leggen, moet je jezelf bevrijden. En ik geloof dat mij dat is gelukt. En nu kan ik er niet meer mee ophouden.''

mailIcon print |