*

 
dossier

Archief

De peuter als leerling

Henriëtte Lakmaker − 13/01/00, 00:00

Niemand wil dat kinderen op de basisschool komen met een hopeloze achterstand. Maar hoe vermijd je dat? De nieuwste trend is: begin al in de peuterspeelzaal.

,,Op dit moment doet 96 procent van de gemeenten iets aan voorschoolse educatie'', zegt Boudewijn Hogeboom van het onderwijsadviesbureau CPS. Hij heeft het overzicht van wat gemeenten -waaraan het bestrijden van achterstand in het onderwijs is overgelaten- hieraan doen. Dat 'iets' heet Instapje, Opstapje, Piramide of Kaleidoscoop. Het kan ook Stap Rond, Spel aan Huis of Klimrek heten. Allemaal draait het om opvoedondersteuning of om voor- en vroegschoolse programma's. Ruim tweehonderd gemeenten krijgen geld.

Sinds kort zijn er bovendien de 'twintig miljoen van Melkert'. De PvdA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer peuterde dit bedrag uit de meevallers op de begroting los. Honderd 'risicowijken' mogen aan het werk met een vroeg of voorschools project, gekoppeld aan Kaleidoscoop en Piramide, aldus het ministerie van onderwijs.

Twee 'makelaars in vroeg- en voorschoolse educatie', aangesteld door de ministeries van welzijn en onderwijs, gaan 'vraag en aanbod op elkaar afstemmen'. Zij moeten basisscholen en speelzalen tot samenwerking te brengen. Makelaar Liesbeth Hesselink: ,,Voor de zomer willen we een soort 'consumentengids' uitbrengen waarin de projecten beschreven staan die werken.''

Rijk en gemeente hebben een nieuwe plaats gevonden om de taalachterstand van allochtone kinderen te bestrijden: de peuterspeelzaal. Daar komt 35 procent van de jongste Turken en Marokkanen, zegt Hogeboom. ,,Maar dat moet honderd procent worden.'' Want dan kunnen allochtone peuters worden 'bijgeschoold' in de Nederlandse taal en cultuur, met spelletjes en taalprogramma's. Die scholing moet vervolgens doorlopen in de 'vroegschoolse' periode, de eerste twee jaren op de basisschool.

Of deze aanpak vruchten afwerpt, zal pas na jaren duidelijk worden. In de Verenigde Staten, meldt Hogeboom, wordt succes gemeld: bij een vroeg aangepakte peuter staan later twee auto's voor de deur en het aantal keren dat hij of zij in aanraking kwam met de politie is nul. Maar echt succes, zegt onderzoeker Paul Tesser van het Sociaal en Cultureel Planbureau, hangt toch vooral af van de organisatie van deze initiatieven. Er is verschil tussen kinderen met en zonder voorschoolse bagage, zoveel is duidelijk. En er is verschil tussen de programma's. Uit onderzoek door het SCO-Kohnstamm Instituut bleek dat vooral Piramide de meeste baat heeft: peuters en kleuters leren daarvan het meest. Tenminste, degenen uit de lager opgeleide milieus. Kaleidoscoop is meer geschikt voor kinderen die al het een en ander mee krijgen van thuis. Het programma gaat ervan uit dat ze spontaan hun omgeving gaan ontdekken, waarop hun leidster reageert met nieuwe spelletjes. Piramide gaat uit van de ouderwetse overdracht van onderwijzer op kind. Peuters die thuis niet of nauwelijks spelen met 'uitdagend' materiaal of nooit worden voorgelezen, krijgen uitleg en oefeningen. Tesser: ,,Die sturende, schoolse aanpak leidt tot meer resultaten, ook op de basisschool. Maar peuters moeten er dan wel zeker vier dagdelen in de week zijn. De leidsters en leerkrachten moeten geschoold zijn en het moet een vervolg krijgen op de basisschool.''

Makelaar Hesselink: ,,Het zijn appels en peren. Het onderwijs is goed geregeld en gefinancierd, de speelzalen helemaal niet. Probeer dat maar eens op elkaar af te stemmen.''

mailIcon print |