Dr. J. Coebergh, epidemioloog en hoofd van het integraal Kankercentrum Zuid, kraakt (in Trouw van 2 februari) het vorige maand gestarte medisch onderzoek onder hulpverleners en buurtbewoners van de Bijlmerramp. Alle door hem opgepoetste argumenten stonden reeds verwoord in het rapport van de Bijlmercommissie en hebben in de belangenafweging van de commissie, de Kamer en het kabinet een cruciale rol gespeeld. Dit soort dingen liggen immers nooit zwart-wit.
Coebergh heeft dat rapport niet gelezen (of hij weet dat prachtig te maskeren), anders had hij geweten dat zijn voornaamste conclusie - had iemand zich in een eerder stadium maar zorgen gemaakt over de gezondheid van de Bijlmerbewoners en hulpverleners - één van de belangrijkste conclusies van de Bijlmercommissie was.
Het is jammer dat wetenschappers als Coebergh zich pas in dergelijke discussies mengen als ze maatschappelijk al uitgebreid bediscussieerd zijn en als na zorgvuldige afweging reeds een beslissing is genomen. Het is meer dan jammer dat Coebergh met dit interview aantoont dat hij als wetenschapper mijlenver is afgedreven van maatschappelijke noden en behoeftes. Dat hij zijn ongetwijfeld grote epidemiologische kennis de facto niet ten dienste stelt van mensen die ongerust zijn en zonder dit onderzoek ook ongerust zullen blijven. Het is merkwaardig dat juist een epidemioloog zich beroept op een kleine groep die inderdaad altijd zal blijven klagen dat bijvoorbeeld het onderzoek niet deugde. Juist van een epidemioloog zou je mogen verwachten dat je daar een onderzoek niet op moet beoordelen.
Het is tenslotte een gotspe dat Coebergh mij verwijt dat ik een dokter zou zijn die niet echt communiceert. Ik ben blij dat ik als dokter nog steeds in staat ben individueel verdriet en onrust belangrijker te vinden dan een strikt wetenschappelijke benadering.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.