In het ergste geval gaat de Duitse CDU als gevolg van de zwart geld-affaire failliet. Theoretisch gesproken zou de partij meer dan vierhonderd miljoen mark moeten terugbetalen. Dat kan ze niet. Maar zover zal het waarschijnlijk ook niet komen.
Veel zal afhangen van de houding van Bondsdagpresident Wolfgang Thierse. Hij is verantwoordelijk voor uitvoering van de wet op de partijfinanciering en bepaalt de boetes bij overtredingen. Thierse is niet te benijden. Hij is onafhankelijk voorzitter van het parlement, maar ook vice-voorzitter van de SPD, de partij die smult van de affaire binnen de CDU.
De wet op de partijfinanciering schrijft voor dat een politieke partij zwarte gelden moet terugbetalen aan de overheid, plus een boete ter hoogte van het dubbele. Het accountantskantoor Ernst & Young heeft vastgesteld dat er in de begrotingen van de CDU gedurende de afgelopen tien jaar twaalf miljoen mark aan inkomsten niet te traceren is. De terugbetaling plus boeten kunnen dus bij elkaar 36 miljoen mark bedragen.
Maar dat is nog lang niet alles. In die twaalf miljoen zit bijvoorbeeld niet het miljoen mark dat de toenmalige CDU-accountant Horst Weyrauch negen jaar geleden van de wapenhandelaar Karlheinz Schreiber kreeg. De honderdduizend mark die partijleider Wolfgang Schüuble enkele jaren later van Schreiber ontving al evenmin. Zo zijn er nog wel meer omstreden transacties. Als die allemaal meegerekend worden, vallen de terugbetaling en boetes een stuk hoger uit.
Het kan nog erger. Bondsdagvoorzitter Thierse heeft vorige week het financieel verslag van de CDU over 1998 afgekeurd. Zijn argument: de geheime buitenlandse rekeningen van de CDU in de deelstaat Hessen zijn niet vermeld, dus het verslag klopt niet. Een partij die een vals verslag indient, loopt het risico dat ze de overheidssubsidie moet terugbetalen. De CDU kreeg van de overheid in 1998 zeventig miljoen mark.
Daarmee is de ellende voor de CDU nog niet voorbij. Die buitenlandse rekeningen bestaan vanaf 1983. Sinds dat jaar kloppen de financiële verslagen dus ook niet. Formeel gesproken zou de CDU de overheidssubsidie, die ze vanaf 1983 heeft gekregen, moeten terugbetalen. Het gaat daarbij om de al genoemde vierhonderd miljoen.
Thierse zal waarschijnlijk met de hand over z'n hart strijken. Met een bankroet van de CDU is niemand gediend, het zou zelfs de stabiliteit van de Duitse democratie bedreigen. Thierse is niet verplicht de wet naar de letter te volgen, hij kan ook letten op 'het gebod der verhoudingen': een boete moet wel reëel zijn.
De CDU heeft al een bod gedaan: zesenhalf miljoen voor 'de zonden uit het verleden', en zand erover. Maar dat zal Thierse wel weer te weinig vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.