Buurmans kas staat vol geurende gele tulpen waar hij een beste prijs voor krijgt. Hij heeft ook best personeel en lage stookkosten door de zachte winter. Welgemoed en vonkend van energie begint hij aan zijn lange werkdag. Als hij een rij ijzeren veilingkarren over de ijzeren platen op zijn erf trekt is het kwart voor zes. De hele buurt begint dus maar vroeg.
Op de buitenmat zie ik al een dode spitsmuis waarmee mijn oudste kat zijn kost en inwoning betaalt. De bloeiende krokusvelden zijn een lusthof voor patrijs, kraai en haas terwijl ondergronds de muizen feestvieren en geen knol onaangetast laten. Dat zal hopelijk niet lang duren want in de woonkeuken pleegmoedert de rode kattentweeling over een Kooikerpup. Lang gezocht, toch gevonden, deze uitstekende erfhond die volgens de fokker een ideale muizen- en rattenbestrijder zal worden. Voorlopig echter besteedt hij de helft van zijn tijd om het gebrek in zijn opvoeding te vinden en daar dan levenslang misbruik van te maken. Een consequente opvoeding is dus vereist. Mijn kinderen, die altijd beweren dat ze ten langen leste zich zelf hebben opgevoed, brengen een kist redelijk ogende wijnruit mee (Ruta graveolens).
Van deze winterharde groenblijvende halfheester wordt gezegd dat het een regelrechte hondenschrik is, die 'wildplassende' honden uit tuinen en vooral ook geveltuintjes weert. Vroeger werd wijnruit als keukenkruid gebruikt in salades. Tegenwoordig is hij met zijn diep ingesneden blauwgroene bladeren, die een scherp aroma hebben, een gewilde border- en potplant. Afhankelijk van de grondsoort wordt hij 60-100 cm hoog. Vanaf juni verschijnen er stevige trossen met zwavelgele bloemen. Wijnruit houdt van een zonnige plaats. Voor zover hij niet als haag wordt gebruikt is het een heerlijk werkje er goede buurplanten bij te zoeken die afwisselend van bladvorm zijn en ook wat groter. Dus geen akelei, valeriaan of jacobsladder (Polemonium foliosissimum) die veel van elkaar weg hebben. Het blad van baardirissen steekt mooi af, ooit zag ik er de aparte, puntige bladeren van palmlelie bij - Yucca flaccida 'Ivory' - die goed winterhard is.
Wijnruit wordt in april tot op het oude hout gesnoeid om een bossige plant te houden. De variëteit 'Jackmans Blue' met blauwgrijs blad is lager dan de gewone ruit (45-60 cm) en compacter van vorm.
Over snoeien gesproken: na jaren van eigenwijs zijn en knoeien met metalen plantensteunen, ben ik een verzamelaar van rijshout geworden om tussen bossig groeiende vaste planten te steken. Dit zijn bijvoorbeeld achillea, Artemisia 'Silver Queen', monarda (bergamotplant) en Scabiosa caucasica (duifkruid). Als er ergens gesnoeid wordt sta ik vooraan. Esdoorn, iep, beuk, eik en berk leveren bruikbare vertakte twijgen. Centranthus ruber heb ik als oefenplant gebruikt. Deze rode valeriaan werd mij in de 'Mien Ruystuinen' in Dedemsvaart aangeraden voor wanhopige plaatsen zoals tocht- en trekgaten vlak bij zee. Dat was een goede raad, ze groeien en bloeien rijkelijk (steeds de wollige dode bloemen wegknippen) en zaaien overal uit. Er moet echter wel gesteund worden door aangepunt rijshout stevig in de grond te steken als de planten ongeveer 30 cm hoog zijn. Later kunnen langere twijgen gebruikt worden waarvan de uitstekende punten of ingekort worden of dubbelgeknakt zodat de plant als het ware in een kooitje staat. Dat ligt aan de groeiwijze van de plant.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.