Tientallen mensen hebben geweten dat pastoraalwerker en recreatieleider A.B. in het Nederlands hervormde recreatiecentrum Het Grote Bos in Doorn zijn handjes niet thuis hield, maar iedereen hield zijn mond. In een periode van 25 jaar misbruikte hij tussen de 40 en 60 kinderen, sommigen jaren achtereen. Maar hij was een toffe peer en waarom je je in de nesten werken met beschuldigingen die je misschien niet hard kunt maken?
Vijf mensen die A.B. beschermden zijn kerkelijke werkers, drie van hen zijn nog steeds actief. Niet heel lang geleden hebben kerkelijke functionarissen slachtoffers van A.B. onder druk gezet om geen schadeclaim in te dienen.
Dit zijn de bevindingen van de commissie die het dagelijks bestuur van de Samen op Weg-kerken vorig jaar instelde om de 'toedekkingsmechanismen' te onderzoeken hoe deze pedofiel jarenlang zijn gang kon gaan. Gisteren presenteerde de commissie haar rapport in besloten kring.
De commissie verwijt de vijf kerkelijk werkers die de zaak hebben toegedekt 'naïviteit', en ,,wijt hun zwakheid deels aan de sterke manipulatie van A.B., maar ook aan het toenmalige klimaat van vergevingsgezindheid''.
Volgens de hervormde synodevoorzitter B.J. van Vreeswijk is het niet duidelijk in hoeverre de hervormde kerk zelf verantwoordelijk is voor de misstanden. ,,Vanaf de jaren zestig distantieerde het Grote Bos zich steeds meer van de kerk.'' Er woei een liberale wind die misbruik met de mantel der liefde bedekte. ,,De commissie signaleert een klimaat waardoor te begripvol met het feitelijk misbruik werd omgegaan. Er heerste een optimistisch denken over het krijgen van nieuwe kansen.'' In de toekomst moet de kerk aan ,,pedofiele leden van wie gevreesd moet worden dat zij gauw over de schreef kunnen gaan, een begeleidende en toezichthoudende leefomgeving bieden elders dan in hun oorspronkelijke woonplaats''. De gereformeerde synodevoorzitter J.W. Doff weet niet waar B., die al bijna een jaar vrij is, nu zit; het plan bestaat om een brief naar zijn postbus te sturen waarin zal staan dat hij geen functies meer in de kerk mag bekleden. In het strafvonnis in 1997 zag het synodebestuur niet genoeg aanleiding voor zo'n brief. ,,We wilde eerst van de conclusies van de onderzoekscommissie kennisnemen.''
Eventuele maatregelen tegen de betrokken kerkelijke werkers zullen nog wel even op zich laten wachten: het rapport gaat eerst naar andere kerkelijke organen. Slachtoffers klagen al geruime tijd over de trage kerkelijke bureaucratie.
Twee jaar geleden ontstond er commotie over een brief in Trouw van de gereformeerde synode-adviseur L. van Drimmelen die voorwendde zelf pedofiel te zijn. Hij schreef: ,,Vergeten wordt dat aangetoond is dat kinderen van een pedofiele relatie nauwelijks of geen schade ondervinden. De meeste hebben onverdeeld goede herinneringen aan de omgang met de grote, volwassen en respectabele vriend.'' Van Drimmelen had zich laten inspireren door B. en diens vriend ds. J. Huttinga. In de rel die vervolgens ontstond stapte synodevoorzitter R. Vissinga op; deze had zich aanvankelijk achter Van Drimmelen opgesteld.
Volgens M. Grandia-Feddema, die slachtoffers van B. begeleidt, is het rapport bij hen goed gevallen. ,,Dit hadden ze niet verwacht; hun vertrouwen in de kerk was nul-komma-nul.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.