Vandaag presenteert de Stichting 400 jaar Nederland-Japan haar programma voor de herdenking van 400 jaar betrekkingen tussen beide landen.
De stichting (beschermheren: de kroonprinsen Naruhito en Willem-Alexander) geeft op de website www.400nljp.org een opsomming van de tientallen evenementen op het terrein van sport, economie, cultuur en onderwijs en wetenschappen waarmee dit feit wordt gevierd.
Nu ja, feit... Bestaan er wel vierhonderd-jarige betrekkingen, en valt er wat te vieren dan?
Het ijkpunt voor het 400-jarige jubileum is de aankomst, op 19 april 1600, van het Nederlandse schip De Liefde in Japanse wateren. Geen feestelijke gebeurtenis: slechts een kwart van de ruim honderd-koppige bemanning had de helse reis levend doorstaan. Nog maar vijf schepelingen konden op hun benen staan. In Japan werden ze subiet vastgezet, hun schip werd ingepikt.
Moeten we, parallel aan de frase die de Nederlands-Duitse betrekkingen bederft, dus tegen de Japanners zeggen: 'Eerst m'n schip terug'?
Nee. De Liefde is al snel in Japanse handen vergaan, vertelt de Amsterdamse historicus O. Hefting. ,,Bij toeval werd in 1926 een deel teruggevonden van de spiegel die De Liefde sierde: een beeld van Erasmus, dat in een tempel als buitenlandse godheid werd vereerd.''
Bovendien kreeg de bemanning in 1605 een Japanse jonker cadeau om huiswaarts te keren, met een brief waarin de Hollanders werden uitgenodigd een handelspost in te richten (alleen ene Jan Joosten van Lodensteyn bleef, naar hem werd de wijk Yasu in Tokio vernoemd). In 1641 vestigden de Nederlanders zich op het eilandje Deshima, waar ze een handelspost openden.
Elk jaar biedt wel een aanknopingspunt voor een jubileum in de Nederlands-Japanse betrekkingen. In 1960, veertig jaar geleden dus, vierde Nederland al eens 350 jaar Nederlands-Japanse relaties. Een snelle rekensom leert dat tussen toen en nu tien jaar zoek zijn geraakt, maar wie daarop let is geen feestneus.
Het vorige 'jubileum-feest' bracht een dieptepunt in de wederzijdse betrekkingen teweeg. In zijn vorig jaar verschenen proefschrift 'Japanse besognes' beschrijft de historicus L. van Poelgeest hoe de toenmalige minister van buitenlandse zaken, Joseph Luns, erop gebrand was om de viering luister bij te zetten door de 'Karel Doorman' een bezoek te laten brengen aan de haven van Nagasaki. Dit vliegkampschip was gestationeerd in Nieuw-Guinea- twistappel tussen Indonesë en Nederland.
Nauwelijks was de Karel Doorman het zeegat uit, of Japan zwichtte voor de druk van de Indonesische president Soekarno. Die had Japan gedreigd met een handelsboycot als het de koloniale oorlogsboot zou ontvangen. Luns kon briesen wat hij wilde over de 'grove belediging' en de 'klap in het gezicht' toegebracht door Tokio, de Karel Doorman was niet welkom en moest de steven wenden.
Zo'n fiasco dreigt nu niet. Maar er waren al wel protesten tegen een Japanse kersentuin in Amstelveen, pal bij een Indië-monument. En het klapstuk van het jubileum, een bezoek van keizer Akihito, gaat alleen door als dat gevrijwaard blijft van protesten, heeft Tokio laten weten. Ongeacht de uitkomst van het gesteggel over Japanse excuses, is zo'n garantie moeilijk te geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.