De stad Amsterdam zal in Nederland haar leidende positie op filmgebied verliezen als zij haar huidige politiek voortzet. Die politiek berust voornamelijk op 'laissez-faire': beleid op afstand, waarbij de markt dicteert.
Dit is een van de conclusies uit het rapport 'Filmvisie Amsterdam', een totaalvisie op de Amsterdamse filmsector, dat op verzoek van de Amsterdamse Kunstraad is gemaakt.
Een integraal en initiƫrend beleid ontbreekt. De gemeente zou een filmbureau moeten oprichten dat als schakel kan dienen tussen de afdeling Kunst en Cultuur en gemeentelijke diensten als Economische Zaken. Op die manier zouden vestigingsmogelijkheden voor instellingen, filmproducenten en commerciƫle partners behouden en uitgebreid kunnen worden. De hoge huren dreigen nu het vestigingsklimaat te verpesten. Amsterdam voelt de hete adem van concurrent Rotterdam in de nek.
Door 'het beleid op afstand' beschermt de gemeente kwetsbare kwaliteitsfilms onvoldoende. Met name de reguliere vertoning in de theaters is te beperkt. Geadviseerd wordt daarom de subsidies te verhogen. Daarbij denkt men vooral aan de gemeentelijke subsidies aan de filmfestivals, zoals het Idfa en Cinekid, en een verhoging van het budget van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst voor 'projectsubsidies filmvertoning'.
De conclusies in het rapport zijn gebaseerd op basis van gesprekken met veertig sleutelfiguren uit de branche. In haar reactie belooft wethouder van Cultuur, Saskia Bruines, in het eerste kwartaal van 2001 met een plan van aanpak te komen om de gesignaleerde knelpunten te verbeteren.
Het concept-Kunstenplan 2001-2004 bevat al een subsidieverhoging voor het Fonds voor de Kunst, Filmtheater Rialto, de filmfestivals en de huisvestingslasten van het Filmmuseum. Over een nationaal filmtheater in de Marnixstraat en de nieuwe huisvesting van het Filmmuseum is nog geen definitief standpunt ingenomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.