Bij 130 hemofiliepatiënten of hun nabestaanden ligt sinds enige tijd een brief ter ondertekening: drie leveranciers van bloedproducten storten totaal vijf miljoen gulden in een fonds waaruit per patiënt een aanvulling van ruim 30000 gulden kan worden gedaan op eerdere schadevergoedingen van het rijk.
Maar aanvaarding van het aanbod betekent tegelijk voorgoed afzien van juridische stappen tegen de farmaceutische industrie. ,,Wij adviseren onze leden om te tekenen', zegt voorzitter J. Hulst van de Nederlandse Vereniging voor Hemofilie Patiënten, de NVHP.
Hulst heeft vijf jaar onderhandeld met de drie leveranciers van bloedproducten die in de cruciale periode tussen 1979 en 1987 in Nederland actief waren: het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis en de Amerikaanse bedrijven Baxter en Armour. Die laatste onderneming heet tegenwoordig Centeon.
Zij leverden in die jaren aan de ongeveer 1300 Nederlanders met een erfelijke afwijking in de bloedstolling, preparaten uit bloedplasma van donoren. Doordat donoren soms aids hadden, raakten begin jaren tachtig wereldwijd tienduizenden hemofiliepatiënten besmet met het hiv-virus.
Pas begin jaren tachtig was er een betrouwbare aidstest ontwikkeld en werd bovendien vastgesteld dat door verhitting van plasmapreparaten besmettingen effectief konden worden bestreden. Maar uiteindelijk bleek dat die maatregelen bij sommige Nederlandse bloedbanken niet direct werden doorgevoerd. Van de 1300 patiënten raakten 170 besmet.
In 1995 stelde de Nederlandse Ombudsman vast dat de overheid tussen 1985 en 1987 meer had kunnen doen om het risico te beperken. Zo hadden preparaten die niet verhit waren, eerder uit de roulatie genomen moeten worden.
De overheid had toen al een fonds gevormd waaruit hemofiliepatiënten die aids kregen een uitkering van 25000 gulden konden ontvangen. Maar na het oordeel van de ombudsman besloot minister Borst (volksgezondheid) nog eens 34 miljoen te reserveren, waaruit per patiënt twee ton beschikbaar kwam. De leveranciers van de besmette bloedprodukten weigerden destijds aan die schaderegeling mee te werken.
Uiteindelijk komen nu ook de farmaceutische bedrijven met een schaderegeling. ,,Die vijf miljoen was echt het uiterste wat we konden bereiken', zegt NVHP-voorzitter Hulst. ,,We hebben geprobeerd een zo goed mogelijke regeling te treffen. Procederen is voor individuele patiënten kostbaar en zeer tijdrovend. En er is in Nederland eigenlijk nog geen juridische procedure met succes gevoerd tegen leveranciers van bloedproducten. Bovendien, het uiteindelijke bedrag aan schadevergoeding is redelijk als je dat vergelijkt met de bedragen die in dergelijke gevallen in andere landen aan patiënten of hun nabestaanden zijn uitgekeerd.'
Maar er zit een angeltje in de regeling, want de industrie heeft zich niet vastgelegd op een minimumpercentage dat akkoord moet gaan. Gaat de regeling nog door als maar 90 van de ongeveer 130 patiënten of nabestaanden instemt met het aanbod?
Hulst: ,,Ja, dat is een risico. Stel dat er honderd weigeren, dan krijgt niemand wat. Pas als de respons bevredigend is, volgt uitkering. We schatten dat dat stadium is bereikt als 80 tot 90 procent akkoord gaat.' Hulst zegt tot dusver overwegend positieve signalen te hebben gekregen van zijn leden.
Woordvoerder H. Nibbelke van Baxter ontwijkt vragen over de schikkingsregeling. Hij verwijst naar de NVHP. ,,De uitvoering wordt door de vereniging gecoördineerd. Het enige dat wij willen is een gezamenlijke oplossing zoeken om de patiënten te behoeden voor een slepende rechtszaak.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.