*

 
dossier

Archief

Een natuurpark in niemandsland

Runa Hellinga − 15/07/00, 00:00

Haast iel oogt de wachttoren tussen de rietkragen. Zo'n vijftien meter boven de grond, alleen bereikbaar via stijle ladders, biedt een klein houten hok nauwelijks bescherming tegen de gure wind. Het was afzien voor de soldaten die er tot elf jaar geleden hun dienst versleten, zeker als het in de winter stormde op het Fertomeer, of de Neusiedler See zoals de Oostenrijkers het meer noemen.

De wachttorens stonden om de vijfhonderd meter opgesteld, langs de hele Oostenrijks-Hongaarse grens. Deze laatste toren, nu een vogelobservatiepost, is een van de weinige overblijfselen van wat tot 1989 het IJzeren gordijn heette. Een paar honderd meter verderop markeert een karrenspoor de plaats waar destijds een hek onder hoogspanning stond. Enkele kilometers verderop, vlakbij de grens, stond nog zo'n hek. Daartussen was er een niemandsland dat je alleen mocht betreden met speciale toestemming van het gezag.

Enkele duizenden mensen uit het voormalige Oost-Europa hebben geprobeerd de afstand tussen de twee hekken te overbruggen. Enkele tientallen lukte het. Het was niet helemaal een niemandsland. Er lagen dorpen tussen de elektrische hekken. Zoals Fertoujlak, een troosteloos ogend oord dat onder het communisme weliswaar niet werd gesloopt, maar waar ook geen stuiver aan werd uitgegeven. De dorpelingen werkten op de landbouwcooperatie, die eigenaar was van de karige, drooggelegde moerasgrond rondom het meer.

Vrolijk was het leven in Fertoujlak allerminst. De dorpelingen mochten vissen, maar alleen als ze zich hadden gemeld bij de soldaten. Als ze bezoek kregen, moesten de bezoekers eerst toestemming vragen bij de militaire commandant. En duurde de visite langer dan op de vergunning stond aangegeven, dan ging een bel rinkelen en begon de grenswacht een zoektocht naar de 'verdwenen' bezoeker met schijnwerpers en honden.

De meeste dorpelingen trokken weg. Alleen de ouderen bleven. Nu hebben Oostenrijkers de huisjes opgekocht en heeft de Hongaarse Nationale Parkdienst er een gastenverblijf. Beroepsvissers zijn er nauwelijks meer, niet meer dan acht vissers aan het Hongaarse deel van het meer.

Sinds de Neusiedler See een gezamenlijk Oostenrijks-Hongaars natuurpark werd, is het vissen aan strenge regels gebonden. Alleen kleine, traditionele netten zijn nog toegestaan. En dat vinden de parkbeheerders eigenlijk al te veel. Hun streven is, om de helft van het natuurpark, dat de meest westelijke zoutzee van het Euraziatische continent omvat, voor mensen af te sluiten. Helemaal lukt dat niet. Naast vissers zijn er rietsnijders actief om te voorkomen dat het water helemaal dichtgroeit, parkwachten, onderzoekers en niet te vergeten nog steeds soldaten.

De Neusiedler See is niet alleen natuurgebied, maar ook de buitengrens van de EU, en daarom een gewild terrein voor mensensmokkelaars. Tussen de rietkragen van het meer zelf verdwaal je volgens de parkwachters geheid als je de weg niet kent. ,,Stuur daar iemand in en hij komt nooit meer terug'', zegt een van hen. De mensensmokkelaars hebben daar lak aan, in de directe omgeving komt mensensmokkel op grote schaal voor. Vandaar dat de twee wachttorens die Oostenrijk begin jaren negentig van de Hongaren voor tweeduizend gulden per stuk overnam, niet alleen gebruikt worden voor het observeren van vogels. ,,Er zitten tegenwoordig helaas ook soms weer soldaten in, dit keer om te zorgen dat niemand illegaal de EU binnenkomt'', zegt Kurt Kirchberger van het Oostenrijkse Nationale Park.

De Neusiedler See maakt deel uit van een hele regio die tot zo'n dikke honderd jaar geleden voor een groot deel uit moerassen en meertjes bestond. Het meer zelf is uitzonderlijk, omdat er door de zilte samenstelling vegetatie voorkomt die je verder alleen aan zee, of aan het Siberische Aralmeer aantreft. Rond de vorige eeuwwisseling is een groot deel van de regio gekanaliseerd en drooggelegd.

De Hongaren en Oostenrijkers zijn bezig om het gebied, dat een aantal unieke plant- en diersoorten telt, zoveel mogelijk in zijn negentiende-eeuwse staat terug te brengen. Zo wordt in de Hansag, een oud moeras, dankzij Nederlandse financiering het natte veengebied hersteld en worden grote delen weer begraasd door het traditionele langhoornige Hongaarse grijze rund en de waterbuffel.

Het idee van een natuurpark bij de Neusiedler See stamt uit de jaren veertig, maar werd pas daadwerkelijk uitgevoerd in 1991, ruim een jaar na het neerhalen van het IJzeren gordijn. Snel ingrijpen was toen geboden, want het gebied, dat mede door dat IJzeren gordijn jaren tamelijk ongemoeid was gelaten, dreigde overspoeld te worden door snelle jongens die er golflinks, zwembaden en andere attracties wilden aanleggen. Probleem was, dat veel bewoners van de regio er aanvankelijk weinig voor voelden dat het meer, waar ze tientallen jaren niet zomaar bij hadden gekund, plotseling weer gedeeltelijk ontoegankelijk zou worden gemaakt. Het heeft de nodige voorlichting gekost voordat dat werd geaccepteerd, zegt parkwachter Gabor Reisl.

Inmiddels profiteren de dorpen rondom het meer van het natuurpark: jaarlijks trekt het alleen al aan de Hongaarse kant een half miljoen bezoekers. Overredingskracht is ook nodig als bij de natuurherstelwerkzaamheden rond het meer drooggelegde gebieden weer gedeeltelijk onder het zilte water worden gezet. Aan Hongaarse zijde worden dergelijke gronden opgekocht, aan Oostenrijkse zijde gehuurd. ,,Dat is voor mensen geen slechte zaak, want het is heel arme grond'', zegt Reisl.

Het natuurpark is langzamerhand steeds meer een eenheid geworden. Rondom het hele meer loopt een fietspad. Wie daar gebruik van wil maken, hoeft zich niet meer te melden bij de militaire commandant. Maar een geldig paspoort is nog steeds nodig, zelfs voor de parkwachten die op het water nog wel eens door een patrouilleboot worden aangehouden. De grens wordt streng bewaakt, vooral aan Oostenrijkse zijde. ,,Zolang Hongarije niet bij de Europese Unie zit, blijft de grens een obstakel in het park'', zegt Kirchberger. ,,Het IJzeren gordijn is weg, maar aan onze zijde hebben we het toch een beetje opnieuw opgebouwd.''

mailIcon print |